-
Opiumwet
Art. 9 Opiumwet
Genoemd in 206 uitspraken · Officiële wettekst
206 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Medeplegen aanwezig hebben cocaïne in keukenkastje (art. 2.C Opiumwet). 1. Binnentreden woning. Schending art. 9 Opiumwet? 2. Bewijsklacht. Kon hof tot bewezenverklaring komen, nu voor bewijs gebruikte verklaring van medeverdachte inhoudt dat in woning aangetroffen cocaïne van he
HR herhaalt algemene regels voor toepassing art. 359a Sv uit HR LJN AM2533. Opmerking verdient dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang en dus geen nadeel oplevert als bedoeld in a
Machtiging tot binnentreden woning behelst bevoegdheid zich de toegang tot en doorgang tot enig vertrek in de woning te verschaffen, voorzover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist. Daaronder valt ook het forceren van de (tussen)deur van een vertrek. Machtiging
Art. 9 lid 1 sub b Opiumwet omvat niet de bevoegdheid tot doorzoeking (vgl. HR LJN AH9998). In casu geen sprake van doorzoeking nu slechts enkele dozen zijn verschoven om de toegang tot een daarachter gelegen deur vrij te maken en vervolgens de daarachter gelegen ruimte te betred
Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Onderzoek aan de kleding o.g.v. art. 9.2 Opiumwet. Ernstige bezwaren. Hetgeen het Hof heeft vastgesteld - waarbij het Hof verdachtes antecedenten op het gebied van de Opiumwet heeft genoemd - brengt mee dat de ver
Aanwezig hebben van hennepplanten (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Bewijsklachten opzettelijk aanwezig hebben van hennep en wegnemen van elektriciteit. Bewezenverklaring van feit 1 houdt o.m. in dat verdachte in pand 539 hennepplanten “opzettelijk
De bevoegdheid tot inbeslagneming omvat de bevoegdheid tot het desnoods tegen de wil van de betrokkene met proportioneel geweld openen van diens vuist. Dit is niet aan te merken als een onderzoek aan het lichaam of de kleding of een onderzoek in het lichaam.
Zoekend rondkijken en inbeslagneming in woning. Het door forceren van een ruit aan de achterzijde van de woning en meerdere deuren in de woning de toegang tot dat pand en tot de daarin aanwezige ruimten verkrijgen, en daar vervolgens hennepplanten in beslag nemen die daar zijn aa
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
1. 100%-controles Schiphol. 2. Bewijsmotivering voorwaardelijk opzet invoer cocaïne. Ad 1. De cocaïne, waarvan is bewezenverklaard dat verdachte die heeft ingevoerd in NL, bevond zich in een tas die door verdachte is vervoerd vanaf Curaçao naar Schiphol en is te Schiphol na een z
Vordering tot cassatie in het belang der wet inzake het biometrisch ontgrendelen van een smartphone van de verdachte tegen zijn wil. In de vordering komen het huidige juridisch kader, voorstellen tot toekomstige regelgeving en de verenigbaarheid van de niet vrijwillige biometrisc
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Vervoer van 680 hennepstekken, art. 3.B Opiumwet. Vordering tot uitlevering van verdovende middelen, art. 9.3 Opiumwet. Dient vordering van verbalisanten te worden voorafgegaan door cautie, nu verbalisanten daarbij aan verdachte hebben gevraagd of er verdovende middelen in zijn a
Aanwezig hebben van hennepplanten. Levert betreden balkon door opsporingsambtenaren binnentreden ‘woning’ a.b.i. art. 2.1 Awbi op? ’s Hofs oordeel dat het betreden van het balkon van verdachtes flatwoning, waartoe opsporingsambtenaren zich via het balkon van de naastgelegen wonin
Medeplegen van hennepteelt door twee personen in de achtertuin van hun woning, waar zes zeer grote hennepplanten staan, terwijl een reeds geoogste hoeveelheid henneptoppen van ruim 10 kilogram (nat) in een apart vertrek in huis ligt te drogen. (i) Onrechtmatig binnentreden? (ii)
-
Opzettelijk aanwezig hebben cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Kon door verbalisant toegepaste dwangmiddel ‘strotten’ worden gebaseerd op het voorkomen dat verdachte zichzelf in gevaar bracht in de zin van art. 7 Politiewet 2012? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:A
Onderzoek aan de kleding, art. 9.2 Ow. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte, tegen wie ernstige bezwaren bestonden t.z.v. overtreding van de Opiumwet, zich niet alleen heeft moeten ontkleden tot aan zijn onderbroek, maar ook dat de verbalisant vervolgens door met zijn hand
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
1. Eisen aan verweer ex art. 359a Sv strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring OM. 2. Niet openen GVO direct na ontstaan verdenking jegens verdachte; huiszoeking bij verdachte in kader GVO medeverdachte. 3. In casu geen bewijsuitsluiting indien observatie niet door art. 2 Politie
Wederspannigheid door drugsdealer met bolletjes in mond die door verbalisanten bij de keel wordt gegrepen. 's Hofs oordelen dat (1) tegen verdachte ernstige bezwaren bestonden ex art. 9 lid 3 (oud) Opiumwet die een onderzoek aan het lichaam rechtvaardigden en (2) dat de verbalisa
Conclusie AG. Art. 23 WED. Opsporingsambtenaren hebben een door verdachte bestuurd vervoermiddel onderzocht o.g.v. art. 23 WED om er zeker van te zijn dat er geen drukcilinders in het vervoermiddel lagen en hebben bij het onderzoek de bodemplaat in de kofferbak opgetild. Daarop i
Conclusie AG. Falende klacht over bewijs dat verdachte als huurder van het bedrijfspand de hennepplanten op de bovenverdieping in dat pand aanwezig heeft gehad en hij elektriciteit daarvoor door middel van diefstal heeft weggenomen, nu verdachte geen enkel verifieerbaar contactge
Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3.B jo. art. 11.3 Opiumwet), medeplegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en voorhanden hebben van wapens en munitie (artt. 26.1 en 13.1 WWM). Middelen over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitslui