Conclusie A-G. Kan het ‘strotten’ van een verdachte (louter) gebaseerd worden op het voorkómen dat de verdachte zichzelf in gevaar brengt en daarmee op de hulpverleningstaak van de politie ex art. 3 Politiewet 2012? Volgens de A-G mag de hulpverleningstaak van de politie alleen i
Opiumwet
Art. 9 Opiumwet
Genoemd in 206 uitspraken · Officiële wettekst
206 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Procedurenummers BRE 19 / 2088 VV en BRE 19 / 2195 VV
Sanctionering vormverzuim: onrechtmatige fouillering, art. 359a Sv. OM-cassatie. Bewijsuitsluiting van door het Hof bij onrechtmatig geoordeeld fouilleren in de onderbroek van verdachte aangetroffen verdovende middelen. Oordeel Hof dat aan het vormverzuim het rechtsgevolg van bew
OM-cassatie. Bevoegdheid tot inbeslagneming, art. 9.3 Opiumwet. Verbalisanten werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening bij aanpak drugsoverlast in Nijmegen? Hof heeft geoordeeld dat het handelen van de verbalisanten niet valt terug te voeren op enige wettelijke be
Verweer ex art. 359a Sv. Onrechtmatig binnentreden? In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de inbeslagneming heeft plaatsgevonden terwijl de verbalisant(en) niet in het bezit was/waren van de o.g.v. de Awbi vereiste machtiging tot binnentreden, en dat het ontbreken van die m
-
Witwassen van geldbedrag (€ 43.900) in plastic tas die in oven met doorzichtig raam ligt, art. 420bis.1.b Sr. Zoekend rondkijken of doorzoeken, art. 96.1 Sv en art. 9.1.b Opiumwet. Verweer dat het openen van oven en het kijken in daarin gelegen tas een doorzoeking betrof, terwijl
Medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 5,5 kg hennep. Verwerping van verweren m.b.t. vormverzuimen in het opsporingsonderzoek. Oplegging van 15 weken gevangenisstraf.
Medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 5,5 kg hennep. Verwerping van verweren m.b.t. vormverzuimen in het opsporingsonderzoek.
Conclusie AG. art. 26 WWM. Art. 359a Sv. Voorhanden hebben van wapen en munitie. 1. Is vondst van geweer het gevolg van onrechtmatig"doorzoeken" of van""zoekend rondkijken"? 2. Heeft het hof de bewezenverklaring dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de munitie
Conclusie plv. AG. Falende klachten inzake (1) art. 322 Sv, gewijzigde samenstelling hof bij hervatting onderzoek, (2) afwijzende beslissing van het hof van onderzoekswensen aangaande het aanmerking processtukken, inzage stukken en getuigen, (3) ’s hofs afwijzende beslissingen om
Rechtmatig binnentreden, redelijk vermoeden van schuld aanwezig op grond van TCI informatie en onderzoek in het gba. Veroordeeld voor overtreding Opiumwet.
Vormverzuimen leiden tot bewijsuitsluiting en vrijspraak Verdachte is door de genoemde verzuimen daadwerkelijk in haar verdediging geschaad. Immers, door het gewraakte betreden van verdachtes woning en het onderzoek dat door de ambtenaren van de Belastingdienst – welke op onjuist
art. 10 A Opiumwet; Schutznorm; peilbaken. Het redelijk vermoeden van schuld dat als basis heeft gediend voor de afgifte van de machtiging doorzoeking dient te worden beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden die op het moment van de doorzoeking bekend waren. Naar het o
Zaak Maskerbij. 1. Niet-ontvankelijkheidsverweer (heimelijke inbeslagneming van een bestelbus met 75 kg hennep) verworpen. Wel de constatering dat vormen zijn verzuimd. 2. Het hof waardeert de rol van de verdachte anders dan de rechtbank en de advocaten-generaal. Volgens het hof
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Verdachte heeft zich gedurende een langere periode, in georganiseerd verband, bij herhaling schuldig gemaakt aan handel in hennep, zowel im- als export. Daarbij ging het om grote hoeveelheden. De criminele organisatie hield zich tevens bezig met het witwassen van drugsgelden. De
Bij de staandehouding heeft verdachte zijn identiteit bekend gemaakt. Als verbalisanten hem vervolgens willen fouilleren, rukt hij zich los en rent weg. Bij de ingezette achtervolging rent verdachte tegen een politie-agent, die daardoor valt en een dubbele beenbreuk oploopt. Pas
De zaak is door de Hoge Raad teruggewezen. Er was sprake van onrechtmatige binnentreding in een woning door de politie. De machtiging tot binnentreden was gebaseerd op een anonieme melding inhoudende dat er in die woning een wietplantage zou zijn. Deze melding is niet op enigerle
Medeplegen invoer van een partij cocaine van bijna 1700 kg vanuit Costa Rica verstopt in een partij koffie. Recht op contra-expertise; monsters bestemd voor contra-expertise vernietigd. Geen niet ontvankelijkheid openbaar ministerie en ook geen bewijsuitsluiting. Door externe des
Medeplegen invoer van een partij cocaine van bijna 1700 kg vanuit Costa Rica verstopt in een partij koffie. Recht op contra-expertise; monsters bestemd voor contra-expertise vernietigd. Geen niet ontvankelijkheid openbaar ministerie en ook geen bewijsuitsluiting. Door externe des
Ernstige bezwaren conform art. 9 lid 5 Opiumwet, in aanmerking genomen dat het ambtsedig proces-verbaal inhoudt dat a. de man zijn hand stevig in de jaszak hield, schrok bij het zien van de verbalisanten en trachtte weg te lopen, b. dat in de omgeving van (...) — waartoe, naar va
Veroordeling wegens opzettelijk vervoeren en thuis opzettelijk aanwezig hebben grote hoeveelheden hennep en hasj (art. 3 Opiumwet). Geen onrechtmatig binnentreden of onrechtmatige doorzoeking woning, ondanks dat de schriftelijke machtiging tot binnentreden zich niet het dossier b