OM-cassatie en cassatie verdachte. 1. Ontvankelijkheid partieel cassatieberoep verdachte. Art. 429 Sv 2. O.a.h.v. “verlammingsapparaat” (middel verdachte). 3. Gewoontewitwassen. Afkomstig uit enig misdrijf. (middel OM) Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:
Opiumwet
Art. 11 Opiumwet
Genoemd in 1.038 uitspraken · Officiële wettekst
1.038 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 3.B Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van de middelen, art. 3 jo. 11.5 Opiumwet. Het middel behelst de klacht dat het bestanddeel "een grote hoeveelheid van de middelen" niet is tenlastegele
Vrijspraak art. 11a Opiumwet. Niet kan worden bewezen dat de verkoop door de verdachte is bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennep dan wel voor grootschalige hennepteelt.
vrijspraak van artikel 11a Opiumwet.
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en ex 94a Sv. Het verschil in doelstelling tussen deze beslagen brengt mee dat de omstandigheid dat bij niet-onherroepelijke beschikking van de Rechtbank de teruggave is gelast van een voorwerp dat ex art. 94 Sv in beslag is genomen, niet eraan in de
Conclusie AG: Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) en voorbereiding/vergemakkelijking hennepteelt (art. 11a Opiumwet). Middel 1: onjuiste beëdiging raadsheren Den Bosch. Middel 2: bij verdachte aangetroffen PGP-telefoon bestemd tot het criminele doel (telen van hennep)? AG meent v
Conclusie AG over de uitleg van de tenlastelegging en bewezenverklaring. Is ‘een grote hoeveelheid van de middelen’ a.b.i. art. 11.5 Opiumwet ten laste gelegd?
Art. 11a Opiumwet is in werking getreden op 1 maart 2015. Op 2 maart 2015 stelt politie in opdracht van officier van justitie in kader van handhaving van deze strafbepaling onderzoek in in voormalige growshop in Maastricht. Dit leidt tot inbeslagneming van de inventaris aanwezig
Mini mega Calhoon. OM ontvankelijk. Veroordeling voor medeplegen van 3 henneptransporten en witwassen. Vrijspraak wapenbezit. Gevangenisstraf 40 maanden. Opheffing schorsing VH.
Conclusie AG. Deelneming aan criminele organisatie en medeplegen van in uitoefening van beroep of bedrijf telen van grote hoeveelheid hennep, meermalen gepleegd. Bewijsklachten, klacht over onjuiste toepassing art. 423.4 Sv en over de strafmotivering. Conclusie strekt tot partiël
Voorbereidingshandelingen hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Uitleg bestanddeel “bestemd zijn tot”. Blijkens de wetsgeschiedenis is voor een bewezenverklaring van de bestemming a.b.i. art. 11a Opiumwet vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van he
Art. 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 11a (thans 11b) van de Opiumwet. De verdachte heeft zich samen met anderen langere tijd bezig gehouden met - kort gezegd - hennephandel. Ook heeft de verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisa
Hennepteelt. Diefstal water en elektriciteit. Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (onder 1 subsidiair). Medeplichtigheid aan dief
Conclusie AG. Telen en aanwezig hebben van hennep (art. 3.B en 3.C Ow) en diefstal elektriciteit (art. 310 Sr). Slagende klacht dat de feiten 1 en 2 (art. 3.B en 3.C Ow) inmiddels (na arrest hof) zijn verjaard. Falende bewijsklacht klacht medeplegen diefstal elektriciteit ten beh
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit aanwezig hebben, telen en verwerken van hennep, en diefstal na 1 juli 2011. De strafbedreigingen gaan een geldboete van de vierde categorie niet te boven. Hof verwijst naar maatstaf van art. 36e lid 3 (oud) Sr. Voor toepassing van art.
Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten o.m. over schending onschuldpresumptie (Geerings-problematiek) en verwerping verweer dat bewezen verklaarde witwassen geen w.v.v. heeft opgeleverd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
Artikel 11a Opiumwet; vrijspraak. Verdachte wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen in artikel 11a Opiumwet strafbaar is gesteld. Of dit zo is hangt allereerst af van de vraag of de bedoelde goederen bestemd waren tot het plegen van het telen van hennep in
Vrijspraak. Artikel 1la Opiumwet richt zich niet op de bestrijding van alle hennepteelt, maar nadrukkelijk op de bestrijding van professionele/bedrijfsmatige teelt en/of grootschalige teelt. Uit het dossier kan worden afgeleid dat de bij de verdachte aangetroffen goederen zouden
Een 57-jarige Rotterdammer en zijn 26-jarige dochter uit IJsselstein zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor drugs- en wapenbezit. De man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Zijn dochter krijgt een celstraf opgelegd v
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd ter voorbereiding of vergemakkelijking van grootschalige en/of beroepsmatige hennepteelt (overtreding van artikel 11a Opiumwet). Veroordeling tot een geheel voorwaardelijke taakstraf
De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele jaren schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een aanzienlijk geldbedrag. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een busje pepperspray. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaa
11a Opw. Vrijspraak. Gezamenlijkheid van voorwerpen bestemd voor hennepteelt van meer dan vijf planten. Niet zonder meer beroeps- of bedrijfsmatige teelt. Daarvoor nader bewijs vereist. Onvoldoende zekerheid significant geldelijk gewin en duurzaamheid.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd ter voorbereiding of vergemakkelijking van grootschalige en/of beroepsmatige hennepteelt (overtreding van artikel 11a Opiumwet). Veroordeling tot een g
Handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, i.d.z.v. artikel 11, derde lid, Opiumwet. Voor de vaststelling of de verdachte handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf zal in ieder geval vast moeten komen te staan dat het handelen van de verdachte valt aan te me
Uitleveringszaak. 1. Ingevolge art. 31.1 UW staat cassatie open tegen de beslissing omtrent de toelaatbaarheid van de uitlevering. De opgeëiste persoon is niet-ontvankelijk in het cassatieberoep voorzover dit ziet op het door de rb verleende bevel gevangenhouding. 2. Ook naar Ned