Overzichtsarrest HR over de toepassing van art. 80a RO. Vervolg op de overzichtsarresten van 11 september 2012.
Opiumwet
Art. 11 Opiumwet
Genoemd in 1.038 uitspraken · Officiële wettekst
1.038 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
OM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998. In geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring geldt naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct van toepassing is, met
OM-cassatie en cassatie verdachte. 1. Ontvankelijkheid partieel cassatieberoep verdachte. Art. 429 Sv 2. O.a.h.v. “verlammingsapparaat” (middel verdachte). 3. Gewoontewitwassen. Afkomstig uit enig misdrijf. (middel OM) Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610. De door
Geklaagd wordt dat de bewezenverklaring van beroeps- of bedrijfsmatig handelen a.b.i. art. 11.3 Ow i.c. ten onrechte is gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”. Bij deze klacht over het ten onrechte toepassing geven aan art. 57 Sr mist vd een voldoende rechtens te respecteren belang. Gelet op de str
Art. 11.3 Opiumwet. Handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel - verdrievoudiging strafmaximum op te leggen vrijheidsstraf - moeten aan de vaststelling daarvan bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter in voo
Executie-EAB België. Weigering en strafovername ex art. 6a OLW. De opgelegde vrijheidsstraf heeft een langere duur dan het voor het desbetreffende feit naar Nederlands recht, toepasselijke strafmaximum. Om die reden vindt strafverlaging plaats.
Conclusie P-G over voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. De zeventienjarige verdachte is na haar komst om twee uur 's nachts aldaar enkele uren later bij een doorzoeking aanwezig in de slaapkamer van de bewoner waar de hem toebehorende wapens met munitie zich bevinden. Bewijs dat zij de wapen
Opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 3.B Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van de middelen, art. 3 jo. 11.5 Opiumwet. Het middel behelst de klacht dat het bestanddeel "een grote hoeveelheid van de middelen" niet is tenlastegelegd en bewezenverklaa
Uitleveringszaak. 1. Ingevolge art. 31.1 UW staat cassatie open tegen de beslissing omtrent de toelaatbaarheid van de uitlevering. De opgeëiste persoon is niet-ontvankelijk in het cassatieberoep voorzover dit ziet op het door de rb verleende bevel gevangenhouding. 2. Ook naar Nederlands recht is het
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassa
Conclusie AG. Voorbereidingshandelingen hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Voorwerpen bestemd tot beroeps-/bedrijfsmatige of grootschalige teelt?
Aanwezig hebben van (meer dan 30 gram) hennep (meermalen gepleegd), art. 3.C Opiumwet. 1. Beroep op art. 11.4 Ow, inhoudende dat art. 11.2 Ow niet van toepassing is indien het gaat om niet meer dan 30 gram hennep. 2. Valt gehele hennepplant onder hennep a.b.i. Ow? Ad 1. Uitgangspunt dat art. 11.4 Ow
Blowverbod. art. 3.3.4 APV Rotterdam 2008, art. 2, 3 Opiumwet. Art. 3.3.4 APV Rotterdam 2008 stelt o.m. strafbaar het op of aan de weg, op een andere voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw middelen a.b.i. de art. 2 of 3 Opiumwet te gebruiken. Met deze be
Conclusie AG. Klachten over (i) de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, (ii) de bewezenverklaringen van hennepteelt en het wegnemen van elektriciteit en (iii) het oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. De AG acht alleen de klacht
De in de bewezenverklaring tot uitdrukking gebrachte, aan art. 11.3 Ow ontleende omstandigheid van het beroeps- of bedrijfsmatig handelen i.s.m. een in art. 3, onder B, Ow gegeven verbod omvat i.c. reeds dat het opzettelijk telen en/of verwerken en/of bewerken respectievelijk afleveren en/of vervoe
“In de uitoefening van een beroep of bedrijf” i.d.z.v. art. 11 Ow. Met het oordeel dat verdachte samen met anderen vanuit zijn woning softdrugs verhandelde “als ware die woning een coffeeshop”, heeft het Hof kennelijk en in het licht van de bwm niet onbegrijpelijk, tot uitdrukking gebracht dat sprak
1. Ingezetenencriterium coffeeshops Maastricht. 2. Medeplegen. Ad 1. Het Hof heeft geoordeeld dat toepassing van het ingezetenencriterium geen ongerechtvaardigde discriminatie oplevert. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toerei
Overlevering. Tussenuitspraak. Pools EAB t.b.v. vervolging. Algemeen gevaar voor voorlopig gehechten in Polen. Nadere vragen om te kunnen bepalen of de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten vanwege de detentieomstandigheden in
Vrijspraak art. 11a Opiumwet. Niet kan worden bewezen dat de verkoop door de verdachte is bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennep dan wel voor grootschalige hennepteelt.
Overzichtsarrest zwaar lichamelijk letsel. Medeplegen zware mishandeling door ander met vuist in gezicht te slaan/stompen, art. 302.1 Sr. Levert gebroken kaak en afgebroken tand zwaar lichamelijk letsel op? HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan begrip zwaar lichamelijk letsel. Daarbij gaat HR mede
vrijspraak van artikel 11a Opiumwet.
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben op een hoeveelheid
Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. de toepassing van art. 9a Sr. Het Hof heeft het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als misdrijf. Het bestreden arrest bevat derhalve een kennelijke misslag en dient te worden aangemerkt als een uitspraak betreffende een overtreding i.d.z.v. art. 427.
Art. 11.3 en 5 Opiumwet. Art. 80a RO. Blijkens hetgeen is bewezenverklaard en de kwalificatie daarvan, niet alleen inhoudende dat verdachte heeft gehandeld “in de uitoefening van een beroep of bedrijf” maar ook dat het feit betrekking heeft op “een grote hoeveelheid”, heeft het Hof niet alleen het 3
Ingezetenencriterium coffeeshops Maastricht. Het Hof heeft geoordeeld dat toepassing van het ingezetenencriterium geen ongerechtvaardigde discriminatie oplevert. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Daarbi
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en ex 94a Sv. Het verschil in doelstelling tussen deze beslagen brengt mee dat de omstandigheid dat bij niet-onherroepelijke beschikking van de Rechtbank de teruggave is gelast van een voorwerp dat ex art. 94 Sv in beslag is genomen, niet eraan in de weg staat dat de OvJ
WOTS-zaak. Omzetting Frans vonnis. De stukken van het geding houden in dat veroordeelde in NL enige tijd in overleveringsdetentie heeft doorgebracht. Op de gronden als vermeld in de conclusie AG moet worden aangenomen dat die tijd eveneens bij de uitvoering van de straf in mindering moet worden gebr
Conclusie AG: Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) en voorbereiding/vergemakkelijking hennepteelt (art. 11a Opiumwet). Middel 1: onjuiste beëdiging raadsheren Den Bosch. Middel 2: bij verdachte aangetroffen PGP-telefoon bestemd tot het criminele doel (telen van hennep)? AG meent van wel. Middel 3: ov
Coalcity - criminele (drugs)organisatie, medeplegen invoer verdovende middelen, gewoontewitwassen en medeplegen valsheid in geschrift: 6 jaar gevangenisstraf.
De rechtbank spreekt verdachte vrij voor het medeplegen, dan wel de medeplichtigheid aan het voorbereiden of bevorderen van de handel in harddrugs. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte op 1 november 2018 harddrugs en softdrugs aanwezig heeft gehad.
Gevangenisstraf voor zes jaren voor het samen met anderen dealen van cocaïne, hennep en hasjiesj, het verrichten van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de handel in harddrugs en het bezit van een grote hoeveelheid cocaïne en heroïne in zijn woning. Het gaat in deze zaak om de groothandel van
achterdeurproblematiek, rechterlijk pardon, medeplegen, promis
Conclusie AG over de uitleg van de tenlastelegging en bewezenverklaring. Is ‘een grote hoeveelheid van de middelen’ a.b.i. art. 11.5 Opiumwet ten laste gelegd?
“achterdeurproblematiek” bij verkoop hennep t.b.v. twee coffeeshops, geëxploiteerd door dezelfde rechtspersoon. Bij overtreding van de gedoogvoorwaarden (de zgn. AHOJGI-criteria), zoals bij een (handels)voorraad van meer dan 500 gram hennep en/of hasj, kan strafvervolging volgen. Strafmaat bij voorr
Art. 11a Opiumwet is in werking getreden op 1 maart 2015. Op 2 maart 2015 stelt politie in opdracht van officier van justitie in kader van handhaving van deze strafbepaling onderzoek in in voormalige growshop in Maastricht. Dit leidt tot inbeslagneming van de inventaris aanwezig in het berdrijfspand
De rechtbank legt een gevangenisstraf van tien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk op aan een man die een vrouw hielp bij zelfdoding en haar het gebruikte middel leverde. De veroordeelde is geen arts.
Conclusie AG. Te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben van goederen bestemd voor hennepteelt door groothandel (art. 11a lid 3 en 5 Opiumwet). Falende bewijsklachten ‘bestemming’ en ‘opzet’. Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn in cassatiefase. Conclusie strekt ertoe de hoogte van d
Mini mega Calhoon. OM ontvankelijk. Veroordeling voor medeplegen van 3 henneptransporten en witwassen. Vrijspraak wapenbezit. Gevangenisstraf 40 maanden. Opheffing schorsing VH.
Coalcity - criminele organisatie, gewoontewitwassen, wet wapens en munitie en valsheid in geschrift: 6 maanden gevangenisstraf + 240 uur taakstraf.
Vrijspraak poging tot doodslag. Geen bewijs voor levensbedreigend letsel. Geen bewijs over hoe en met welke kracht er is gestoken. Veroordeling voor poging zware mishandeling. Verwerping noodweer. Straf: gevangenisstraf van twee jaar met aftrek nu de poging zware mishandeling grenst aan een voltooid
Conclusie AG. Deelneming aan criminele organisatie en medeplegen van in uitoefening van beroep of bedrijf telen van grote hoeveelheid hennep, meermalen gepleegd. Bewijsklachten, klacht over onjuiste toepassing art. 423.4 Sv en over de strafmotivering. Conclusie strekt tot partiële vernietiging voor
Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3.B jo. art. 11.3 Opiumwet), medeplegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en voorhanden hebben van wapens en munitie (artt. 26.1 en 13.1 WWM). Middelen over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, 2. strafmotive
rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor hennepteelt en diefstal elektriciteit.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een beroep op artikel 7 Handvest niet kan slagen. Onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 3 mei 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:2991) overweegt de rechtbank dat overlevering een toegestane beperking is in de uitoefening van het
Conclusie AG. Art. 197 Sr. Vreemdelingenrecht. Richtlijn 2004/38/EG. Vraag of sprake is van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving als bedoeld in art. 27 lid 2 van Richtlijn 2004/38/EG. Vraag of voor een strafrechtelijke veroordeling
Voorbereidingshandelingen hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Uitleg bestanddeel “bestemd zijn tot”. Blijkens de wetsgeschiedenis is voor een bewezenverklaring van de bestemming a.b.i. art. 11a Opiumwet vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij h
Art. 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 11a (thans 11b) van de Opiumwet. De verdachte heeft zich samen met anderen langere tijd bezig gehouden met - kort gezegd - hennephandel. Ook heeft de verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich geduren
1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Afwijzing aanhoudingsverzoek. Is het in de appelakte opgegeven adres van verdachte achterhaald door het nadien door hem opgegeven adres zoals dat blijkt uit de ID-staat SKDB? Ad 1. Hof heeft t.z.v. feit 4, een overtreding, het vonnis van de Rb bevestigd, bij we
De rechtbank veroordeelt een 55-jarige vrouw uit Kockengen tot een gevangenisstraf van 141 dagen voor het in hulpeloze toestand achterlaten van een man in hotel Breukelen en het bereiden en voorhanden hebben van ibogaïne. Een 44-jarige medeverdachte wordt door de rechtbank vrijgesproken. De vrouw be
EAB Polen. 1) Het betreft hier een vonnis dat buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon is gewezen, nadat deze met de officier van justitie in Polen een overeenkomst had gesloten met betrekking tot de te verwachten bewezenverklaring en de strafoplegging. Het is vaste rechtspraak van deze rechtba
Medeplegen uitvoer hashish naar Duitsland, meermalen gepleegd (art. 3.A Opiumwet). 1. Geldigheid inleidende dagvaarding. Is tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig? 2. Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs. 3. Onttrekking aan het verkeer van diverse voorwerpen. 4. Kwalificatieklacht, art. 55.1 Sr.
Verkopen van onbekende hoeveelheid hennep, art. 3.B Opiumwet. Conversie. Welk rechtsmiddel staat open? Na veroordeling door Pr heeft Hof verstaan dat verdachte beroep in cassatie heeft ingesteld tegen vonnis Pr. Gelet op art. 11.2 jo. art. 13.2 Opiumwet is aan verdachte mede een misdrijf tlgd. Mitsd
-
Artikelen 18, 40 en 61 Geneesmiddelenwet, artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet. Artikelen 55 en 57 Sr. Grootschalige illegale handel in geneesmiddelen en anabolen. Gevaar volksgezondheid. Groothandel niet bewezen. Strafoplegging: ten gevolge van overschrijding van de redelijke termijn strafvermindering
Veroordeling voor drie feiten: aanwezig hebben amfetamine, LSD, cocaïne, MDMA, hasjiesj en hennep. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de overige twee feiten (vertrouwensbeginsel). Openheid van zaken bij politie en ter terechtzitting (proceshouding). Gevangenisstraf niet op
Hennepteelt. Diefstal water en elektriciteit. Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (onder 1 subsidiair). Medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de sch
Artikel 1, eerste lid, onder b. Geneesmiddelenwet; artikel 40 Geneesmiddelenwet; artikel 1, aanhef en onder 2 van de Richtlijn 2001/83/EG; artikel 2, tweede lid, van de Richtlijn 2001/83/EG: Ketamine verhandeld als (party)drug; niet voldaan aan aandieningscriterium en niet voldaan aan het toediening
Medeplegen telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en medeplegen diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Verjaring medeplegen hennepteelt (feit 1) en aanwezig hebben van hennep (feit 2), absolute verjaringstermijn. Feiten 1 en 2 zijn bij art.
Conclusie AG. Telen en aanwezig hebben van hennep (art. 3.B en 3.C Ow) en diefstal elektriciteit (art. 310 Sr). Slagende klacht dat de feiten 1 en 2 (art. 3.B en 3.C Ow) inmiddels (na arrest hof) zijn verjaard. Falende bewijsklacht klacht medeplegen diefstal elektriciteit ten behoeve van de hennepte
Coalcity - criminele organisatie, medeplegen invoer verdovende middelen en witwassen: 10 jaar gevangenisstraf
Conclusie AG. Voorbereidingshandelingen hennepteelt, art. 11a Opiumwet. 1. Art. 36b lid 2 Sr jo. art. 33c lid 2 Sr. Financiële compensatie voor de onttrekking aan het verkeer van hennepgerelateerde goederen? 2. Bewijsklacht over de wetenschap van de bestemming van de hennepgerelateerde goederen. Bei
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit aanwezig hebben, telen en verwerken van hennep, en diefstal na 1 juli 2011. De strafbedreigingen gaan een geldboete van de vierde categorie niet te boven. Hof verwijst naar maatstaf van art. 36e lid 3 (oud) Sr. Voor toepassing van art. 36e lid 3 (nieuw) Sr
Conclusie AG. Medeplegen te koop aanbieden en voorhanden hebben van voorwerpen waarvan verdachte weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van de in art. 11.3 en 5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten. Middel 2 behelst de klacht dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het bestanddeel ‘te koop
achterdeurproblematiek, rechterlijk pardon, medeplegen, promis
Een 45-jarige man uit Utrecht, die de spil in een drugsorganisatie was, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Ook verduisterde de man als Utrechtse apotheker medicijnen. Zes anderen die elk een eigen rol hadden in of bij de drugsorganisatie zijn ver
Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten o.m. over schending onschuldpresumptie (Geerings-problematiek) en verwerping verweer dat bewezen verklaarde witwassen geen w.v.v. heeft opgeleverd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
Aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep (“zeker meer dan 5 gram en mogelijk wel 10 gram”), art. 3.C Opiumwet. 1. Ontvankelijkheid h.b. Verdachte ten onrechte ontvankelijk geacht in h.b., aangezien hij door Rb is veroordeeld wegens een overtreding en hem met toepassing van art. 9a Sr geen straf of
Artikel 11a Opiumwet; vrijspraak. Verdachte wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen in artikel 11a Opiumwet strafbaar is gesteld. Of dit zo is hangt allereerst af van de vraag of de bedoelde goederen bestemd waren tot het plegen van het telen van hennep in de uitoefening van e
Verdachte A.S. heeft zich als spijtoptant bij de politie gemeld en heeft een uitgebreid beeld geschetst van een goed georganiseerde criminele organisatie in Tilburg die zich gedurende een behoorlijk aantal jaren op zeer grote schaal heeft beziggehouden met het telen van hennep en alles wat daarmee s
Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor het verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne en MDMA en het aanwezig hebben van hennep. Bewijsminimum. Steunbewijs. Betrouwbaarheid verklaringen.
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 36 maanden wegens het medeplegen van illegale handel in geneesmiddelen (artikelen 18, 40 en 61 van de geneesmiddelenwet), artikelen 2 en 3 van de Opiumwet en gewoontewitwassen.
Ontvankelijkheidsverweer betreffende rechtsmacht aangaande ‘het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in art. 26 lid 1 WWM) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden o
Vrijspraak. Artikel 1la Opiumwet richt zich niet op de bestrijding van alle hennepteelt, maar nadrukkelijk op de bestrijding van professionele/bedrijfsmatige teelt en/of grootschalige teelt. Uit het dossier kan worden afgeleid dat de bij de verdachte aangetroffen goederen zouden worden aangewend voo
Vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van een van de medeveroordeelden in een zaak waarbij een 59–jarige man uit Breda is veroordeeld tot een celstraf van 4 jaar wegens grootschalige productie en handel in synthetische drugs, op grote schaal witwassen en deelname aan een criminele organisatie
Een 57-jarige Rotterdammer en zijn 26-jarige dochter uit IJsselstein zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor drugs- en wapenbezit. De man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Zijn dochter krijgt een celstraf opgelegd van 12 maanden, waarv
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd ter voorbereiding of vergemakkelijking van grootschalige en/of beroepsmatige hennepteelt (overtreding van artikel 11a Opiumwet). Veroordeling tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uren subsidi
De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele jaren schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een aanzienlijk geldbedrag. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een busje pepperspray. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangeniss
Veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf voor de invoer in Nederland van 2800 kilo hennep uit de Filipijnen.
11a Opw. Vrijspraak. Gezamenlijkheid van voorwerpen bestemd voor hennepteelt van meer dan vijf planten. Niet zonder meer beroeps- of bedrijfsmatige teelt. Daarvoor nader bewijs vereist. Onvoldoende zekerheid significant geldelijk gewin en duurzaamheid.
Opzettelijk aanwezig hebben van ca. 250 hennepplanten. Redengevende f&o in bewijsoverwegingen, bewijs medeplegen en opzettelijk aanwezig hebben en kwalificatie bewezen verklaarde. HR: art. 81.1 RO, met verbeterde lezing van kwalificatie in rov. 1. CAG: Verdachte heeft geen belang bij slagende klacht
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd ter voorbereiding of vergemakkelijking van grootschalige en/of beroepsmatige hennepteelt (overtreding van artikel 11a Opiumwet). Veroordeling tot een geldboete van € 10.00
Diefstal elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij. Vrijspraak van witwassen. Verbeurdverklaring van in beslag genomen bitcoins en computerapparatuur waarmee de bitcoins zijn gedolven.
Hawala-bankieren. Vrijspraak witwassen. Veroordeling voor medeplegen van artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht.
Blowverbod. art. 3.3.4 APV Rotterdam 2008, art. 2, 3 Opiumwet. Art. 3.3.4 APV Rotterdam 2008 stelt o.m. strafbaar het op of aan de weg, op een andere voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw middelen a.b.i. de art. 2 of 3 Opiumwet te gebruiken. Met deze be
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, oa. ter zake van deelname aan een criminele organisatie, heling van auto's en witwassen.
Verdachte heeft zich op 10 februari 2013 in Montfoort schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van 10,5 kilogram hennep. Deze grote hoeveelheid hennep was bedoeld voor verkoop en export. Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf pass
Achterdeurproblematiek coffeeshops Goes en Vlissingen. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat vervolging in strijd zou zijn met het door het openbaar ministerie gewekte vertrouwen dat niet wordt vervolgd voor het aanhouden van een grote voorraad sof
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.3 Ow wijst niet in d
De rechtbank Overijssel oordeelt dat de organisatie van de coffeeshop Sky High in Zwolle wel schuldig is aan het hebben van te grote handelsvoorraden hennep, maar dat de vier verdachten daar geen straf voor krijgen. De huidige vervolging door het Openbaar Ministerie is een trendbreuk in het 21-jarig
De rechtbank Overijssel oordeelt dat de organisatie van de coffeeshop Sky High in Zwolle wel schuldig is aan het hebben van te grote handelsvoorraden hennep, maar dat de vier verdachten daar geen straf voor krijgen. De huidige vervolging door het Openbaar Ministerie is een trendbreuk in het 21-jarig
Hennepkwekerij.
Strafmotivering Verdachte heeft gedurende een relatief korte tijd (een aantal uren) samen met anderen een hoeveelheid hennepplanten geknipt en in tassen verpakt. Door deze werkzaamheden heeft verdachte een aandeel geleverd in de handel in softdrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat met d
Art. 2.7, tweede lid, APV Amsterdam 2008. Deels onverbindend i.v.m. art. 2 en 3 Opiumwet? Art. 2.7, tweede lid, APV Amsterdam 2008 strekt blijkens de daarop gegeven toelichting en zijn plaatsing in de APV tot het voorkomen van aantasting van openbare orde, het beteugelen van overlast en het bevorder
Handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, i.d.z.v. artikel 11, derde lid, Opiumwet. Voor de vaststelling of de verdachte handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf zal in ieder geval vast moeten komen te staan dat het handelen van de verdachte valt aan te merken als een economi
coffeeshop achterdeur problematiek
Onderzoek Faasse; promis; invoer en uitvoer van grote hoeveelheden verdovende middelen (hasj); verjaring; partiële niet-ontvankelijkheid; redelijke termijn. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft tien verdachten in de megazaak Faasse veroordeeld voor de betrokkenheid bij in- en uit
In de kwalificatie van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is telkens ten onrechte een strafverzwarende omstandigheid opgenomen, die het Hof blijkens de strafmotivering heeft betrokken in de strafoplegging. De HR verbetert de kwalificaties maar wijst de zaak wat betreft de strafoplegging terug.
In de kwalificatie van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is telkens ten onrechte een strafverzwarende omstandigheid opgenomen, die het Hof blijkens de strafmotivering heeft betrokken in de strafoplegging. De HR verbetert de kwalificaties maar wijst de zaak wat betreft de strafoplegging terug.
Verdachte heeft zich samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten. Daarnaast heeft verdachte met andere medeverdachten meer dan 600 kilogram hennep ingevoerd vanuit Thailand. Hiervoor legt de rechtbank een gevangenis van 42 maanden op. De bewezenv