Beginselen van behoorlijk bestuur; zorgvuldigheidsbeginsel; art. 359a Sv; gebruik van bewijsmateriaal dat door strafrechter als onrechtmatig verkregen is aangemerkt voor belastingheffing en boete-oplegging. HR BNB 1992/306 (“zozeer indruist”) in het licht van latere rechtspraak o
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 27e AWR. Toepassing omkering bewijslast. Omkering bewijslast en grondslag boete. Inkomsten verzwegen?
Profijtontneming, w.v.v. uit deelnemen aan criminele organisatie die zich bezighield met het op grote schaal verkopen en afleveren van softdrugs. Onschuldpresumptie bij ontneming uit andere/soortgelijke feiten ex art. 36e.2 (oud) Sr. In strafzaak is o.m. bewezenverklaard dat betr
Opzetheling auto, art. 416.1.a Sr. 1. Mocht Hof in zijn overwegingen betrekken dat verdachte geen geloofwaardige hem ontlastende verklaring heeft gegeven voor voorhanden hebben gestolen auto? Art. 6.2 EVRM en art. 6 Richtlijn 2016/343/EU. 2. Verzoek tot stellen prejudiciële vrage
Procesrecht. Herroeping wegens bedrog; aangifte door bank van (poging tot) fraude, valsheid in geschrifte en oplichting in de zin van art. 225 en 326 Sr. Wet bescherming persoonsgegevens; opname strafrechtelijke persoonsgegevens (art. 16 en 22 Wpb) in incidentenregister van bank;
Fiscale vergrijpboetes; HR komt terug van BNB 1988/270; opzet/grove schuld van adviseur wordt niet toegerekend aan belastingplichtige.
Inkomstenbelasting. Art. 27e, lid 1, en 27h, lid 2, AWR (tekst 2015); art. 6, lid 2, EVRM. Inkomsten uit hennepteelt; onschuldpresumptie; gevolgen van een strafrechtelijk sepot voor de belastingheffing en de beboeting?
-
Deze conclusie gaat over de verhouding tussen het overtrederschap in de rechtspraak van de Afdeling en het strafrechtelijke (functionele) daderschap. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft ex art. 8:12a Awb om een conclusie daarover verzocht in twee zaken, één ov
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vordering tot schadevergoeding van gewezen verdachte op grond dat van zijn onschuld is gebleken. Is het gebleken onschuld-criterium in strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM?
Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter b, van de Wet OB 1968 en Tabel II, post a.6 bij de Wet OB 1968; art. 67f AWR; art. 6 EVRM; art. 14 IVBPR; artt. 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; weigeren nultarief bij btw-fraude; bestuurlijke boete; verhoor
Gronden en 6:5 en 6:6 Awb. Informatieplicht in de verschillende WAHV instanties. Inhoud inleidende beschikking en 6 EVRM. De gemachtigde stelt administratief beroep in “op nader aan te voeren gronden” en verzoekt hem daarvoor een termijn te geven. Het beroepschrift bevat al enkel
Inkomstenbelasting. Vermogensbelasting. Artikel 6 lid 2 EVRM, onschuldpresumptie. Gedeeltelijke vrijspraak in strafzaak. EHRM 23 oktober 2014, nr. 27785/10 (Melo Tadeu). HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958.
Conclusie van de Raadsheer Advocaat-Generaal mr. P.J. Wattel van 22 mei 2018
OM-cassatie. Ontnemingsvordering t.a.v. feit a.b.i. art. 36e.2 Sr waarvoor betrokkene niet afzonderlijk is vervolgd. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. ontneming t.a.v. feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr in het licht van art. 6 EVRM uit HR LJN BC2319. I.c. is de vraag aan de orde
Mededingingswet
Klacht schending art. 6.2 EVRM o.g.v. dat het Hof een betalingsverplichting heeft opgelegd ter ontneming van voordeel dat is verkregen door soortgelijke feiten, terwijl de betrokkene (a) hetzij voor die feiten niet is vervolgd, (b) hetzij - wat betreft één feit – daarvan is vrijg
-
Ontneming. Geerings. Het ontnemen van voordeel dat wederrechtelijk is verkregen door soortgelijke feiten is niet in strijd met art. 6 EVRM aangezien de in art. 511b Sv e.v. geregelde procedure aan betrokkene de gelegenheid wordt geboden zich te verdedigen, waartoe mede behoort de
Meststoffenwet, boete wegens overtreding gebruiksnormen, omkering bewijslast, onschuldpresumptie
Bijzondere rechtsgang (strafvorderlijk); art. 6 EVRM, onschuldvermoeden; Onrechtmatige daad overheid (onrechtmatige rechtspraak); vrijheidsbeneming art. 63 Sv.; Overweging ten overvloede; Rechtsbeginselen; Schadevergoeding (art. 6.2 EVRM).
Inkomstenbelasting. Art. 25, lid 3, en 27e AWR. Art. 6 EVRM. De zgn. omkering van de bewijslast is ook van toepassing jegens de erfgenamen van de belastingplichtige die niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De onschuldpresumptie is niet geschonden als het OM in de strafzaak teg
Artikel 67d AWR; bewijsvermoedens; bewijsmaatstaf; vergrijpboeten, HR 8 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:526).
Art. 6, lid 2, EVRM. Fictie van art. 30a Wet LB 1964 vormt geen toereikende basis om beboetbaar feit aan te nemen. Matiging boete in verband met overschrijding redelijke termijn. Invloed uitstel voor motivering van het hoger beroep.
Last onder dwangsom. Bestuurlijke boete. Cautie. Bewijslast. Documentatieverplichting.