Profijtontneming. Veroordeling medeplegen in hoofdzaak. Het Hof heeft geoordeeld dat het geschatte w.v.v. in zijn geheel aan betrokkene moet worden toegerekend. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat uit de kwalificatie van hetge
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Art. 249.2.3º Sr. 1. “werkzaam in de maatschappelijke zorg” en “aan zijn hulp hebben toevertrouwd” a.b.i. genoemde bepaling. 2. “ontucht” a.b.i. genoemde bepaling. Ad 1. De HR stelt voorop dat met de strafbaarstelling in art. 249.2.3° Sr van “degene die, werkzaam in de gezondheid
Kraggenburg-zaak. 1. Onpartijdige rechter i.d.z.v. art. 6 EVRM. 2. Vaststelling ziekelijke stoornis. 3. Oorzakelijk verband gepleegde feiten en ziekelijke stoornis. Ad 1. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat het enkele feit dat de Rb zich in een tussenvonnis
Medeplegen gewoontewitwassen door aanzienlijke geldbedragen contant aan te nemen, te vervoeren en in kluis in door verdachte onderhands gehuurde woning te bewaren, art. 420bis.1.a jo. 420ter Sr. “Verbergen” en “verhullen” a.b.i. art. 420bis.1.a Sr. HR herhaalt relevante overwegin
Gewapende woningoverval waarbij de restauranthouder wordt meer geschoten en zijn hond wordt doodgeschoten. 1. Strafverzwarende omstandigheid ex art. 43a Sr. 2. Gebruik leugenachtige verklaring getuige. 3. Gebruik kennelijk leugenachtige verklaring vte. Ad 1. Slagende klacht, omda
Procesrecht. Personen- en familierecht, verzoek herstel ouderlijk gezag. Wrakingsverzoek door hof buiten behandeling gelaten omdat het niet is ingediend door advocaat. Gewraakte raadsheer neemt deel aan die beslissing; art. 39 lid 1 Rv. Doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 39 l
Medeplegen. Het Hof heeft, kort gezegd, bewezenverklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van een inbraak. Aan dat oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat de gedraging van verdachte - het ongezien insluiten van een medeverda
Verzuim aftrek voorarrest. Art. 27 Sr. Zoals de HR heeft overwogen in zijn arresten van 11 september 2012 (LJN BX0146, LJN BX0132, LJN BX0129 en LIJN BX7004) behoort het verzuim toepassing te geven aan de art. 27 Sr bedoelde aftrek tot de verzuimen die voor de invoering van art.
OM-cassatie. Art. 46b Sr. 1. Voltooide poging sluit vrijwillige terugtred niet uit. 2. Van buiten komende factoren die ertoe hebben bijgedragen dat het misdrijf niet is voltooid, behoeven aan vrijwillige terugtred niet in de weg te staan. Ad 1. De opvatting dat voor vrijwillige t
Motivering strafoplegging. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt? Het Hof heeft het aangevoerde klaarblijkelijk niet opgevat als een u.o.s. i.d.z.v. art. 359.2, tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het H
Profijtontneming. HR herhaalt HR LJN BV9087 waarin de HR de aan de motivering gestelde eisen heeft verduidelijkt. I.c. voldoet de motivering.
Art. 326 Sr, oplichting. Verdachte heeft zich bij de verkoop van schoonmaakgerei in strijd met de waarheid voorgedaan als iemand die geld inzamelde voor kinderen en daarbij medegedeeld dat de opbrengst voor een goed doel was, terwijl hij voornemens was die opbrengst voor zichzelf
Profijtontneming. Art. 511d.1 Sv, mogelijkheid tot schriftelijke voorbereiding ter bekorting van de behandeling ter terechtzitting en ter bevordering van een doelmatige besluitvorming. Ook in ontnemingszaken is de rechter niet gehouden te reageren op verweren en onderbouwde stand
Profijtontneming. Geen beslissing Hof op verzoek tot nader onderzoek. Het middel mist belang nu het verzoek onmiskenbaar ertoe strekte om aannemelijk te maken dat het totale wederrechtelijk verkregen voordeel zou dienen te worden vastgesteld op een bedrag van "hooguit" € 483.799,
Economische zaak. Onder zich hebben van groot aantal beschermde inheemse vogels, art. 13.1.a Flora- en Faunawet (oud). Kleurloos opzet. Middel berust kennelijk op de opvatting dat voor het opzettelijk begaan van de tlgd. overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 13.1.a Flo
Opiumwetdelicten. Afwijzing ttz. in h.b. bij pleidooi voorwaardelijk gedaan verzoek A (hoofdscheikundige bij het Douane Laboratorium van de Belastingdienst) te horen als deskundige. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1015 en ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. de moti
1. Moord, voorbedachte raad. 2. N-o verklaring b.p. in vordering immateriële schade. Ad 1. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BR2342 en ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de f&o die uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken, rechtstreeks vo
Virtueel amulet en masker in het online spel Runescape kunnen worden aangemerkt als ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr en zijn vatbaar voor diefstal. Verdachte en medeverdachte dwongen het slachtoffer met geweld en bedreiging met geweld zich aan te melden op zijn account in het onl
1. Besloten erf i.d.z.v art. 138 Sr. 2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. 3. Redelijke termijn. 4. Benadeelde partij. Ad 1. Van een “besloten erf” a.b.i. art. 138 Sr is sprake indien dat erf kenbaar van de omgeving is afgescheide
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv moet aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de - zich hier niet voordoende
Gebruik voor bewijs van i.h.k.v. bestuurlijk toezicht door verdachte zelf verzamelde gegevens uit bedrijfsafvalwaterrapportage (BAWR). 1. Verzuim strafbaarstelling in art. 1a WED van overtreding Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO). 2. Bruikbaarheid voor bewijs BAWR-gegev
Medeplegen oplichting van een bank; geen opzet op oplichting bij medeverdachte. 1. De opvatting dat de enkele omstandigheid dat medeverdachte X in zijn zaak is vrijgesproken van het ook aan hem tenlastegelegde medeplegen van oplichting, uitsluit dat in verdachtes zaak medeplegen
Dood door schuld in het verkeer, art. 6 WVW 1994. Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partijen t.z.v. verschillende schadeposten 1. Is toegewezen schadepost “kosten dierenarts (hond)” het rechtstreekse gevolg van bewezenverklaard feit? 2. Had Hof b.p.’s niet-ontvankelij
1. Motivering strafoplegging. 2. Overschrijding redelijke termijn art. 6 EVRM. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BK9252 m.b.t. het aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden zijn van de keuze van de factoren die voor de strafoplegging van belang zijn te achten, terwijl die k
Seksueel binnendringen a.b.i. art. 242 Sr. Gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld m.b.t. de door verdachte verrichte handelingen, geeft zijn oordeel dat verdachte zijn dochter heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen