Medeplegen diefstal met braak uit tandprothetische praktijk, art. 311 Sr. Betekenis procesopstelling verdachte in geval niet is vastgesteld dat diefstal door medeplegers is begaan. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Post-Keskin. Veroordeling mishandeling echtgenoot en zijn 2 kinderen, art. 304.1 Sr. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van twee minderjarige kinderen, omdat noodzaak daartoe niet is gebleken. 1. Verduidelijking vooropstelling uit HR:2017:1016 m.b.t. vere
Levert oplegging levenslange gevangenisstraf gelet op wijze van tenuitvoerlegging schending van art. 3 EVRM op ? Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:1325 (tussenarrest) waarin HR heeft geoordeeld dat de strijdigheid van een levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM komt te vervallen ind
Profijtontneming. 1. Schatting w.v.v. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1997:AB7714 en ECLI:NL:HR:2004:AR3721. Het oordeel van het Hof dat het telen van hennep een product oplevert dat als zodanig vermogenswaarde heeft en als daadwerkelijk behaald voordeel moet worden aangemerkt, geeft niet
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:2001. Deze regels zien uitsluitend op gevallen waarin slechts het verwerven en/of voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf is bewezenverklaard. Zij hebben in beginsel geen betre
Noodweer(exces). Putatief noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1987, 950 en HR LJN AR2443 m.b.t. de bedoeling en de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging van degene die een beroep op noodweer(exces) of op putatief noodweer doet. ’s Hofs vaststelling dat
Profijtontneming en meerdere daders. HR herhaalt HR LJN AQ8491 en merkt op dat de overwegingen uit dit arrest niet inhouden dat de rechter bij verschillende daders verplicht is tot een verdeling te komen en evenmin dat die verdeling pondspondsgewijs zou moeten plaatsvinden. De om
Jeugdzaak. Medeplegen. In ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de HR enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, i.h.b. gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer i.h.b. met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitv
Grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr. HR formuleert uitgangspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van het op grotere schaal voorhanden hebben van kinderporno en plaatst voor de praktijk enkele opmerkingen over de wijze van ten laste leggen in zaken als de onderhavi
Doodslag door goede vriend in auto met vuurwapen door zijn hoofd te schieten, terwijl zijn 14 maanden oude dochter op achterbank zit (art. 287 Sr). 1. Vormverzuim, art. 126j Sv (stelselmatige informatie-inwinning). Politie zet door twee heimelijke ‘inzetten’ een dreiging voor vei
Art. 343 Sr. Bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers. Daadwerkelijke verkorting vereist? HR: De in art. 343 Sr gebezigde bewoordingen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers” brengen tot uitdrukking dat verdachte het opzet moet hebben gehad op
Bewijsklacht. Diefstal. Vooropgesteld zij dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden g
Doodslag op drie vrouwen (art. 287 Sr) en wegmaken van lijk van één van hen (art. 151 Sr). 1. Bewijsklacht doodsoorzaak slachtoffer A. 2. Kennelijke leugenachtigheid. Heeft hof deel van verklaring van verdachte als kennelijk leugenachtig aangemerkt? 3. Bewijsklacht opzet op dood
Profijtontneming. Staat ontbreken van voorafgaand strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) in de weg aan oplegging betalingsverplichting? Art. 1.1 Sr en art. 36e.3 Sr. Tot 1 juli 2011 was – v.zv. i.c. van belang – slechts ontneming mogelijk o.g.v. art. 36e.3 (oud) Sr indien teg
Witwassen, bewijs ‘uit misdrijf afkomstig’. Door uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkende f&o tot uitgangspunt te nemen voor het oordeel dat bewezen is dat het geld uit misdrijf afkomstig is, en de verklaring van verdachte omtrent de herkomst van het geld kennelijk als hoogst on
Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis nullus testis). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. In het onderhavige geval kan niet kan worden gezegd dat de tot bewijs gebezigde verklaring van getuige X onvoldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal. Geen sch
Medeplichtigheid. Bewijs opzet. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA7932 m.b.t. het toetsingskader betreffende de aansprakelijkheid van een medeplichtige. Uitleg van de termen “door de dader verrichte handelingen” en “een deel daarvan” uit het toetsingskader. D
Salduz-klacht. Consultatierecht en recht op ‘verhoorbijstand’. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat aan het Hof de klacht is voorgelegd dat de aangehouden verdachte voor de aanvang van het eerste verhoor door de Koninklijke marechaussee niet is gewezen op zijn recht een
-
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeelte
Profijtontneming. 1. Gebruik van een belastende politieverklaring van een getuige die later bij de RC een ontlastende verklaring aflegt. 2. Gebondenheid oordeel strafrechter. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994, 427 en vervolgt: Het middel berust op de opvatti
Oplichting, art. 326 Sr, nalaten tijdig gegevens te verstrekken, art. 227b Sr. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke instanties. Hof heeft geoordeeld dat sprake is van “een relatief geringe overschrijding” van “de redelijke termijn van de procedure als geheel” zodat kan
Verkrachting. Art. 242 Sr. 1. Feitelijkheden die hebben plaatsgevonden voor de tlgd. periode mede redengevend voor het bewijs van de uitgeoefende dwang? Verjaring van die feitelijkheden. 2. Inspelen op devotie of godvruchtigheid een ‘andere feitelijkheid’ i.d.z.v. art. 242 Sr? Ad
OM-cassatie. Vormverzuim. Afgegeven machtiging tot binnentreden door een niet gecertificeerde hulpOvJ. De HR zet onder verwijzing naar en in aanvulling op eerdere rechtspraak dienaangaande het toetsingskader bij vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv en de daaraan eventueel te verbind
Moord te Kaatskeuvel in 2010. ‘Mr.Big’-methode. Stelselmatige undercover inwinning van informatie, art. 126j Sv. HR wijdt algemene beschouwingen aan undercover stelselmatig informatie inwinnen bij verdachte. Verklaringen verdachte afgelegd i.s.m. verklaringsvrijheid ex art. 29.1