Bewijsklacht inzake medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hennep. Het Hof heeft uit diens vaststellingen kennelijk afgeleid en ook kunnen afleiden dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met een ander het in de bewezenverklaring vermelde materiaal opzettelijk aanwezig
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Tijdig wrakingsverzoek vóór einduitspraak? Een verzoek tot wraking van de zittingsrechters kan worden gedaan totdat uitspraak is gedaan. Een na de sluiting van het onderzoek schriftelijk ingediend wrakingsverzoek is tijdig gedaan indien het voorafgaande aan de uitspraak bij het g
Medeplegen van invoer cocaïne ex art. 1.4 Opiumwet. Het hof heeft uit zijn vaststellingen zonder miskenning van art. 1.4 Opiumwet en niet onbegrijpelijk, kunnen afleiden dat verdachte welbewust handelingen heeft verricht die gericht waren op het binnen het grondgebied van NL bren
Onderzoek Shifter. De rechtbank heeft prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld die (onder meer) zien op de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. In deze zaak is sprake is van uit Frankrijk afkomstige informatie van EncroChat- en SkyECC.
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a
Cassatie in belang der wet. Beschikking Rb inhoudende toewijzing verzoek ex art. 36 Sv tot verklaring dat zaak geëindigd is. 1. Op welk moment neemt “vervolging” a.b.i. art. 36 Sv aanvang? 2. Kan verklaring ex art. 36 Sv dat zaak is geëindigd worden gegeven wanneer onderzoek ttz.
Bedrieglijke bankbreuk, art. 343 (oud) Sr; als bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon niet voeren van een deugdelijke administratie. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BK4797 en ECLI:NL:HR:2014:54. Falende motiveringsklacht dat handelen ter bedrieglijke verkorting van de rechten d
Profijtontneming. HR herhaalt HR LJN BV9087 waarin de HR de aan de motivering gestelde eisen heeft verduidelijkt. I.c. voldoet de motivering.
Schending redelijke termijn in cassatie.Vuistregels HR LJN BD2578 m.b.t de redelijke termijn. In een geval waarin zowel de termijn waarbinnen de stukken moeten zijn ingezonden als de termijn waarbinnen uitspraak behoort te zijn gedaan zijn overschreden wordt bij de toe te passen
Overschrijding redelijke termijn en betekening verstekmededeling. HR herhaalt daaromtrent relevante overwegingen uit HR LJN BD2578 en neemt voorts in aanmerking hetgeen in HR LJN ZD2099 is overwogen t.a.v. de op de verdachte rustende verplichting om te zorgen dat hij op de hoogte
1. Strafmotivering. 2. Motivering verbeurdverklaring. Ad 1. Het staat de rechter vrij bij de strafoplegging in aanmerking te nemen hetgeen in redelijkheid is te verwachten m.b.t. het toekomstig gedrag van verdachte (HR LJN AC 9886). Nochtans is ’s Hofs oordeel dat het “in de niet
De enkele omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene tijdig conform art. 311 lid 1 Sv bekend is geworden met het voornemen van de ovj om een ontnemingsvordering aanhangig te maken, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de ovj in zijn ontnemingsvordering.
Profijtontneming, w.v.v. uit passieve omkoping en valsheid in geschrift. 1. Voordeel uit bewezenverklaarde feiten ontvangen op rekening B.V. Vereenzelviging voordeel van B.V. en van betrokken natuurlijk persoon. Kunnen de op bankrekening van B.V. overgeboekte geldbedragen het doo
Medeplegen gekwalificeerde diefstal door in te breken bij bloemenboetiek en muntgeld weg te nemen, art. 311.1 Sr. Informatie ontleend aan “Google Maps” aan te merken als feit van algemene bekendheid? Art. 339.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:522, inhou
Liquidatieproces Passage 1. Beoordeling toepassing kroongetuigenregeling: beoordelingskader; getuigenbescherming; opportuniteitsbeginselbeginsel; 2. Manco kluisverklaringen: wél verklaard, niet gerelateerd in proces-verbaal kluisverklaringen; 3. Uitleveringsdetentie en art. 3 EVR
Zwembadmoord in Marum. Medeplegen van moord en medeplegen van diefstal van de bij die moord gebruikte auto. HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Getuigenverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496. Het antwoord op de vraag of het Hof op het verzoek X als getuige te horen een beslissing heeft gegeven, kan in het midden blijven. Uit de pv’s van de tz. blijkt niet dat door of namens verdachte aan de
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Benadeelde partij. Het Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat de schade van de b.p. genoegzaam aannemelijk is geworden. Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Het behoefde geen nadere motivering, nu door of namens verdachte niet is aangevoerd dat het voegingsformulier w
Cassatie in belang der wet. Procesrecht. Wraking van lid-beroepsgenoot van Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde professionele werkgroep als de beklaagde. Objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid?
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Toetsingsmogelijkheden belastingrechter: kan de belastingrechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het kos
Proces-verbaal beslissingen op onder andere Encrochat-onderzoekswensen. Voorlopig oordeel. Encrochat-hack vond plaats in Frankrijk. De Franse onderzoekshandelingen worden o.g.v. het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet getoetst door de Nederlandse strafrechter. Uit uitspraak F
Feitelijk leiding geven aan oplichting begaan door rechtspersoon A (meermalen gepleegd) door groot aantal mensen te bewegen tot investeringen in niet-bestaande teakhoutplantages, opzettelijk zonder vergunning bemiddelen m.b.t. participatie in teakhoutplantages (meermalen gepleegd
Kroongetuige. Motiveringsplicht zittingsrechter t.a.v. rechtmatigheid afspraak met getuige a.b.i. art. 226g Sv en betrouwbaarheid van diens verklaringen. Ex art. 360.2 en .4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een getuige met wie o.g.v. art. 22
Redelijke termijn in h.b. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. de motivering van de rechter ingeval van strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM en de toetsing daarvan in cassatie. I.c. heeft het Hof ambtshalve geconstateerd dat d