IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 5 EVRM
Genoemd in 1.168 uitspraken
1.168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
-
Levert oplegging levenslange gevangenisstraf gelet op wijze van tenuitvoerlegging schending van art. 3 EVRM op ? Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:1325 (tussenarrest) waarin HR heeft geoordeeld dat de strijdigheid van een levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM komt te vervallen indien wordt voorzien i
Cassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden, terwijl uitspraak waarbij die is opgelegd nog niet onherroepelijk is. 1. Heeft (executie)rechter (terwijl sprake is van niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk uitvoerbaar verklaar
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Beperkingen vanwege COVID-19. Mocht psychiater bij zijn onderzoek volstaan met telefonisch contact met betrokkene? Mocht de rechtbank het verzoek telefonisch behandelen? Art. 5 EVRM; art
Conclusie staatsraad advocaat-generaal over exceptieve toetsing Bestuursrechters moeten een algemeen verbindend voorschrift exceptief toetsen aan zowel materiële als formele algemene rechtsbeginselen. Zij moeten dat voorschrift vervolgens buiten toepassing laten of onverbindend verklaren als dat voo
Veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor deelneming aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk (LTTE – de organisatie van Tamil Tijgers). Het hof acht tevens bewezen dat het oogmerk van de LTTE onder andere gericht was op het plegen van oorlogsmisdrijven en misdrijven
Cassatie in het belang der wet. Artt. 37a, 37b, 38d en 38e Sr en art. 359 Sv. Verlenging terbeschikkingstelling (TBS). HR haalt de wetsgeschiedenis van art. 38e Sr en art. 359.7 Sv aan en citeert uit de uitspraak van het EHRM van 31 juli 2012, Van der Velden tegen Nederland, LJN: BX9093. De HR verst
Familierecht. Machtiging jeugdige te plaatsen in inrichting voor gesloten jeugdzorg. Belang bij rechtsmiddel tegen tijdelijke maatregel waarvan geldingsduur is verstreken. In EHRM 7 juni 2011, no. 277/05 ziet HR aanleiding terug te komen op eerdere rechtspraak. Aangenomen moet worden dat aan degene
Cassatie in het belang van de wet. Opheffing van schorsing van voorlopige hechtenis bij veroordeling, art. 82 Sv. 1. Uitgangspunten voor beslissing over opheffing van schorsing van voorlopige hechtenis als rechter de verdachte veroordeelt tot vrijheidsbenemende straf of maatregel van zekere duur. 2.
Oplegging en tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf i.v.m. de eisen ex art. 3 EVRM. Huidige tenuitvoerleggingspraktijk is onverenigbaar met de eisen die art. 3 EVRM stelt. Levenslange gevangenisstraf is niet i.s.m. art. 3 EVRM ook niet indien deze ten volle wordt geëxecuteerd. Levenslange gev
Wvggz. Verlenen van zorgmachtiging. Hoorplicht, art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechter aannemen dat betrokkene niet in staat of niet bereid was zich te doen horen?
Cassatie in het belang van de wet. Overgangsrecht m.b.t. proeftijd verbonden aan voorwaardelijke invrijheidsstelling van veroordeelde aan wie gevangenisstraf is opgelegd. Kan proeftijd worden verlengd als onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf voor 1-1-2018 is uitgesproken? Art. 15c.3 (oud)
Art. 35 Wet Bopz; toekenning van schadevergoeding naar billijkheid; immateriële schade; art. 6:106 BW.
Overlevering. Gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 november 2020 (C-510/19, ECLI:EU:C:2020:953) voor (de rol van het OM bij) de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon en de feitelijke overlevering. De rechtbank beveelt de gevangenhouding. Om duidelijkheid
Procesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor mondelinge uitspraken.
BOPZ. Verlening machtiging tot voortgezet verblijf; Schending hoorplicht van art. 8 lid 1 BOPZ jo art. 5 EVRM; verplichting tot behoorlijke oproeping door de griffier overeenkomstig het bepaalde in art. 261 jo art. 272 e.v. Rv.; behoorlijke oproeping mag niet achterwege blijven op grond van de volge
Wvggz. Wijziging zorgmachtiging (art. 8:12 Wvggz). Over te leggen stukken. Aanvullende medische verklaring vereist?
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding t
BOPZ. Verzoek voorlopige machtiging (art. 2 Wet Bopz). Mondelinge behandeling zonder dat betrokkene werd bijgestaan door advocaat. Art. 5 EVRM, art. 8 lid 3 Wet Bopz. Motiveringseisen.
Moord in Zevenbergen. 1. Voorbedachte raad. 2. Bewijsuitsluiting en schending van consultatierecht, art. 359a Sv. 3. Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU m.b.t. het Unierecht en verhoorbijstand. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld i
Procesrecht. BOPZ. Plicht tot verstrekken afschrift proces-verbaal mondelinge behandeling (art. 290 lid 2 Rv).
23 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/076HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERW
-
Bopz. Recht op schadeloosstelling na overschrijding beslistermijn door rechter, art. 35 Wet Bopz, art. 5 lid 5 EVRM. Immaterieel nadeel als gevolg van onzekerheid over rechtmatigheid gedwongen verblijf in psychiatrisch ziekenhuis (HR 13 december 1996, ECLI:NL:HR1996:ZC2229, NJ 1997/682). Is art. 4 A
Wvggz. Zorgmachtiging. Art. 6:4 Wvggz. Toevoeging advocaat. Art. 1:7 Wvggz. Weigering bijstand advocaat. Onderzoek door rechter of betrokkene toevoeging van andere advocaat wenst. Motiveringseisen. HR 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1214. Afstand van het recht op rechtsbijstand? Eisen om afstand
Wvggz. Beroep tegen crisismaatregel (art. 7:6 Wvggz). Onderzoek door psychiater via Skype; was onderzoek in direct contact redelijkerwijs niet mogelijk? HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509. Hoorplicht burgemeester bij nemen van crisismaatregel (art. 7:1 lid 3, onder b, Wvggz); kon burgemeeste
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding tussen de wetgever, de Hoge Raad
Wet Bopz. Klachtzaak (art. 41a-41b Wet Bopz). Voorlopige machtiging; opname in tbs-kliniek die tevens als psychiatrisch ziekenhuis is aangemerkt. Biedt Wet Bopz wettelijke grondslag voor toegepaste beperkingen m.b.t bezoek, gebruik telefoon en internet, urinecontroles, bemoeienis met zijn financiël
Insolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art. 87 lid 1 Fw. Maatstaf; eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met art. 5 en 6 EVRM. Ontvankelijkheid van door rechter-commissaris tegen beschikking ingesteld rechtsmiddel
Wet Bopz. Vervolg van HR 9 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:181. Termijn waarbinnen rechtbank na cassatie en verwijzing moet beslissen op verzoek van officier van justitie. Termijn voor nader deskundigenonderzoek (HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2016).
1. Onrechtmatige aanhouding. Art. 54.3 Sv. 2. Salduz-verweer. Recht op consultatiebijstand. Ad 1. Ex art. 54.3 Sv komt de bevoegdheid tot aanhouding van de verdachte buiten het geval van ontdekking op heterdaad, zonder een daartoe strekkend bevel a.b.i. art. 54.1 Sv, toe aan elke opsporingsambtenaar
Bopz. Voorwaardelijke machtiging omgezet in voorlopige machtiging (art. 14d Wet Bopz). Procedure als bedoeld in art. 14e Wet Bopz. Naast invrijheidstelling tevens verzoek om rechterlijke beoordeling van rechtmatigheid vrijheidsbenemende maatregel. Verzuim op dat verzoek te beslissen; HR 5 oktober 20
Levenslange gevangenisstraf (gvs) en art. 3 en 5.4 EVRM. Is zolang de wet niet voorziet in een periodieke rechterlijke toetsing van de tenuitvoerlegging (tul) van levenslange gvs, het opleggen daarvan niet toegestaan wegens strijd met 1 of meer waarborgen van het EVRM? Aan de EHRM-jurisprudentie (o.
Jeugdzaak. Openlijk geweld tegen personen en diefstal in vereniging. Oplegging jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Hof overweegt dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om het mogelijk te maken dat een voorwaardelijk opgelegde PIJ-
Verzoek tot opheffing cq schorsing van de voorlopige hechtenis
Bewaring opheffing – wijze van uitreiken/ artikel 5.3 Vb – bij de uitreiking en dus na de oplegging van de maatregel, dient de verzoeker in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, te worden geïnformeerd over de redenen van bewaring en van de
Vreemdelingenrecht prejudiciële vragen – volgt uit het Unierecht een verplichting voor de rechter om ambtshalve na te gaan of beginsel van non-refoulement is geëerbiedigd en voor de beslisautoriteit een verplichting om het refoulementrisico bij elke vaststelling van onrechtmatig verblijf actueel te
Poging tot doodslag, art. 287 Sr. Motivering van beslissingen inzake voorlopige hechtenis. 1. Afwijzing verzoeken tot schorsing dan wel opheffing van voorlopige hechtenis voldoende gemotiveerd? 2. HR ziet aanleiding enkele opmerkingen te maken over motiveringsplicht bij beslissingen m.b.t. voorlopig
Wet Bopz. Procesrecht; wraking. Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling (art. 27 Wet Bopz). Wrakingsverzoek tijdens mondelinge behandeling. Mag de rechter over de verzochte machtiging beslissen, terwijl nog niet is beslist op het wrakingsverzoek? In acht te nemen beslistermijn. Hoor en
BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor contra-expertise; hervatting en beslissing na ruim zes maanden. Strijd met art. 17 en 48 Wet Bopz en art. 5 lid 1, onder e, en lid 4 EVRM? Overschrijding van beslistermijn verrekenen met geldigheidsduur nieuwe machtigi
Bewaring – ambtshalve beoordeling of de inrichting DTC Rotterdam en de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring in dit DTC in overeenstemming zijn met het Unierecht – verplichting om ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel te beoordelen volgt óók uit de conclusie van de AG van 21 juni 20
Onrechtmatige daad vanwege te zwaar detentieregime. Vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW. Aantasting in de persoon op andere wijze? Leidt enkele schending van fundamenteel recht tot schadeplichtigheid? Tegemoetkoming op grond van art. 68 lid 7 Penite
BOPZ. Verzoek voorlopige machtiging, art. 2 Wet Bopz. Afhankelijkheid van verslavende middelen. Stoornis van de geestvermogens? HR 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU0372, NJ 2007/230. Art. 5 EVRM. Geneeskundige verklaring.
Bopz. Verlening van voorlopige machtiging; vervolg op HR 21 december 2007, NJ 2008, 29; geding na verwijzing, nieuwe geneeskundige verklaring (art. 5 lid 1 Wet Bopz); obiter dictum.
7 november 2003 Eerste Kamer Nr. R02/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende op Aruba, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1.
Cassatie in het belang der wet. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). In verzekerde bewaringstelling van bestuurder van gefailleerde vennootschappen (art. 87 Fw in verbinding met art. 106 Fw). Loopt wettelijke termijn van art. 87 lid 3 Fw door gedurende voorwaardelijke schorsing? Dient de rechter vr
Wet Bopz. Verzoek schadevergoeding i.v.m. overschrijding beslistermijn voor machtiging voortgezet verblijf (art. 35 Wet Bopz). Toerekening overschrijding beslistermijn aan betrokkene vanwege ongeoorloofd vertrek uit de instelling t.t.v. geplande mondelinge behandeling en aanhouding nadere mondelinge
Art. 285 Sr, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte twee sms-berichten naar X heeft verstuurd, inhoudende ‘Gezien SMS 28/04/2009 14:21 u. en het gebe
De grond van het veroordelend vonnis kan alleen door de rechter in hoogste feitelijke aanleg aan het voortduren van de voorlopige hechtenis ten grondslag worden gelegd. Zowel de tekst van artikel 75 lid 1 Sv als de gedachte achter de bepaling laten geen andere uitleg toe.
BOPZ. Verzoek machtiging voortgezet verblijf; art. 15 Wet Bopz. Termijn voor beslissing rechtbank nadat op verzoek van betrokkene ingewonnen deskundigenbericht ter griffie is ingekomen; art. 5 lid 1 onder e EVRM. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen afwijzing verzoek om schadevergoeding waarte
Ongewenst verklaarde vreemdeling in de TBS. Patstelling door enerzijds onmogelijkheid terugkeer naar land van herkomst en anderzijds geen mogelijkheid tot resocialisatie door ontbreken verlofmogelijkheden. Geen schending van artikel 3 of 5 EVRM. Verlenging van de tbs met één jaar
Procesrecht. Wet Bopz. Toetsing na cassatie en verwijzing van verzoek om machtiging: ex tunc of ex nunc? Kan machtiging ook worden verleend na verstrijken geldigheidsduur? Enkelvoudig horen en meervoudig beslissen: toepasselijkheid regels HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264 en 3259. Bijstellin
Cassatie in het belang van de wet. Wfz, Wvggz, Wzd. Anticipatiegebod a.b.i. art. 67a.3 Sv. Kan zorgmachtiging of rechterlijke machtiging worden aangemerkt als een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel a.b.i. art. 67a.3 Sv? HR zet wettelijk en verdragsrechtelijk kader uiteen, haalt wetsgeschiede
Dublin Malta – verwijzing naar het Hof van Justitie voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank stelt prejudiciële vragen over de reikwijdte en strekking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel – de rechtbank verzoekt het Hof om uit te leggen of schendingen van grondrechten door onder
Verwijzingsuitspraak - wijze en intensiteit toetsing door de rechter van de maatregel van vreemdelingenbewaring – doeltreffende voorziening in rechte. De rechtbank stelt in aanvulling op de verwijzingsuitspraak van de Afdeling van 23 december 2020 drie aanvullende prejudiciële vragen aan het Hof van
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Beperkingen vanwege COVID-19. Mocht psychiater bij zijn onderzoek volstaan met telefonisch contact met betrokkene? Mocht de rechtbank het verzoek telefonisch behandelen? Art. 5 EVRM; art
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wet USB. De Wet USB bevat geen uitdrukkelijke bepaling over hoger beroep tegen een beslissing op een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf. De rechtbank heeft daaraan volgens de advocaat-generaal ten onrechte de gevolgtre
Wet Bopz. Klacht op de voet van art. 41 Wet Bopz tegen beperking bewegingsvrijheid door intrekking 'tuinpas' (art. 40 lid 3 Wet Bopz). Ontvankelijkheid klacht. Is sprake van beperking bewegingsvrijheid of van intrekking privilege? Kan de voor de hele afdeling geldende beperking worden aangemerkt als
BOPZ. Geneeskundige verklaring (art. 5 lid 1 Wet Bopz). Recht op bijstand van een tolk bij psychiatrisch onderzoek? Art. 5 en 6 EVRM.
Prejudiciële vraag, rechtmatigheid bewaring ex artikel 59b, eerste lid aanhef en onder a en b, Vw gezien geldigheid artikel 8, derde lid, aanhef en onder a en b, Opvangrichtlijn. Ingevolge artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: het VWEU) is de rechtbank geho
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Last tot inbewaringstelling, art. 21 Wet Bopz. Psychiatrisch onderzoek voorafgaand aan de vrijheidsontneming of “immediately after the arrest” (EHRM 5 oktober 2000, zaak nr. 31365/96 (Varbanov), art. 5 EVRM). Betekenis. Onrechtmatige last in de zin van art. 28 Wet
Klimop. Veroordeling oud directeur Philips Pensioenfonds tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Geen verjaring omkoping ex. Art. 328ter Sr (omkoping). Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor oplichting van Philips Pensioenfonds, omkoping en witwassen. Toepassing LOVS oriëntatiepunte
7 november 2003 Eerste Kamer Nr. R02/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende op Aruba, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1.
Bewaring - prejudiciële vraag “schottentheorie” Eiser is ononderbroken in bewaring gehouden op grond van twee aansluitend opgelegde maatregelen tot bewaring. De rechtbank stelt vast, net als beide partijen, dat de eerste maatregel, die is opgelegd om de overdracht van eiser aan Spanje te verzekeren,
Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Oplegging verkeersboetes o.g.v. Wahv. Boetes ten onrechte opgelegd omdat auto reeds vernietigd was. Boetes om die reden vernietigd door ovj in administratief beroep. Vraag of boeteoplegging onrechtmatig kan of moet worden geoordeeld door de burgerl
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging. Heeft voldoende psychiatrisch onderzoek plaatsgevonden? Informed consent over de procedure. Passeren verzoek second opinion. Klacht dat in feite sprake is van observatiemaatregel.
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:7 en 7:8 Wvggz). Is officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot voortzetting crisimaatregel op de grond dat de burgemeester niet bevoegd was tot het nemen van de crisismaatregel (a
Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat gehouden om vrouwelijke IS-uitreizigers en hun kinderen te repatriëren of zich daartoe in te spannen? Mensenrechten; rechtsmacht buiten grondgebied Staat; art. 1 EVRM, art. 2 IVBPR en art. 2 IVRK. Zorgvuldigheidsnorm; art. 6:162 BW; belangenafweging; maatstaf
OM-cassatie. Duur proeftijd. Art. 14b.2 Sr. HR: ‘s Hofs oordeel dat i.c. niet is voldaan aan de in art. 14b.2 Sr genoemde voorwaarde dat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid
Regeling voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Door OM opgelegde voorwaarde tot klinische opname niet in strijd met artikel 5 EVRM Artikelen: 15, 15a, 15g, 15j Wetboek van Strafrecht en 5 EVRM Op grond van vergelijking met jurisprudentie van het EHRM en van de Hoge Raad, komt de rechtbank tot het
De vraag is of de vreemdelingenrechtelijke aspecten in de weg staan aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Uit de uitspraak in de zaak Rangelov tegen Duitsland van 22 maart 2012, no. 5123/07 valt af te leiden dat onder omstandigheden het anders behandelen van een vr
Bopz; verlening van een observatiemachtiging op de voet van art. 14h Wet Bopz in verband met art. 5 EVRM slechts aanvaardbaar indien op grond van de overgelegde medische verklaring met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de betrokkene aan een in het kader van de observatie nader te onderzo
Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de GI op grond van art. 1:262b BW aan de kinderrechter ter toetsing worden voorgelegd? Is hoger beroep en cassatie mogelijk?
Wvggz. Vervolg op HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1162. Verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding termijn waarbinnen rechtbank na cassatie moet beslissen. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing op verzoek tot schadevergoeding: staat daartegen hoger beroep open? Art. 10:12 lid 3 W
Afwijzing van de vordering tot omzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Het hof vindt in de gedragsdeskundige adviezen onvoldoende concrete, duidelijke en genoegzame aanwijzingen dat van de jeugdige daad
Artikel 56 Vw-maatregel gekoppeld aan plaatsing in de nieuw geopende Handhavings- en toezichtlocatie in Hoogeveen. Vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming? Het EHRM heeft in een aantal zaken het toetsingskader voor de beoordeling van deze rechtsvraag uiteengezet. De rechtbank overweegt dat de uiter
Cassatie in belang der wet. Maximale duur van TBS met dwangverpleging. Beslissing Hof dat maximale duur van TBS met verpleging van overheidswege in totaal meer dan 4 jaren is indien TBS niet is opgelegd t.z.v. geweldsmisdrijf, nu periodes waarin verpleging voorwaardelijk is beëindigd en waarin verpl
IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
Wvggz. Zorgmachtiging. Art. 6:2 lid 1 Wvggz. Art. 6:5 Wvggz. Art. 6:6 Wvggz. Is sprake van aansluitende zorgmachtiging? Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Heeft het onderzoek waarop de medische verklaring berust plaatsgevonden in een voor betrokkene begrijpelijke taal?
Conclusie plv. AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet over de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij eindvonnis. In de vordering wordt nader ingegaan op het wettelijk kader, de noodzakelijke belangenafweging, hoorplicht en motiveringsplicht voor deze beslissing. Het enk
Bewaring op asielgrondslag – ambtshalve onderzoek – eiser is in bewaring gesteld op grond van onder meer artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Deze bepaling is de implementatie van artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn – Anders dan de Afdeling overweegt de rechtba
Wvggz. Machtiging voortzetting crisismaatregel. Mondelinge behandeling zonder rechtsbijstand voor betrokkene. Afstand van recht? Art. 1:7, aanhef en onder a, Wvggz, art. 7:2 lid 3 Wvggz, art. 5 EVRM.
Bevestiging van de beslissing tot verlenging van de maatregel met twee jaar. Extra overweging met betrekking tot de aanvang en duur van de gemaximeerde terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege in gevallen dat er sprake is geweest van een bevel voorlopige verpleging.
Wvggz. Zorgmachtiging. Heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen (art. 6:1 lid 1 Wvggz)?
Ongewenst vreemdeling in de TBS die niet kan resocialiseren en niet kan worden gerepatrieerd. Vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verlenging van de TBS-maatregel met een termijn van twee jaar. Nu worden concrete stappen gezet om met een transmuraal verlofkader een einde te maken aan d
uitlevering aan Turkije voor strafvervolging; strafzaak zonder politieke invalshoek; gerechtvaardigde inbreuk op art.8 EVRM; art. 5 en 6 EVRM; terugkeergarantie
Vervolgingsuitlevering aan de Verenigde Staten van Amerika. Middel i.v.m. uitlokking en dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO.
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onmiddellijke werking.
Wvggz. Art. 3:3, 6:1 lid 5, 6:2 lid 4 en 6:6 lid 2 Wvggz. Contra-expertise bij een lopende machtiging. Psychische stoornis? Aanhouding in afwachting van het deskundigenbericht?
Wvggz. Crisismaatregel (art. 7:1 Wvggz). Afstand van recht op rechtsbijstand?
Wvggz. Zorgmachtiging verleend zonder dat betrokkene, die een zwervend bestaan leidt, is gehoord. Onderzoeksplicht naar bereidheid betrokkene gehoord te worden. Medische verklaring opgemaakt zonder dat betrokkene persoonlijk is onderzocht.
Wvggz. Zorgmachtiging. Kan een aansluitende zorgmachtiging worden verleend als bedoeld in art. 6:5, onder b, Wvggz als de officier van justitie het verzoek daartoe niet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorafgaande machtiging heeft ingediend (art. 6:6, onder a,
artikel 14 lid 4 RWN (intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring) Verweerder heeft op basis van het strafvonnis jegens (..) terecht geoordeeld dat (..) heeft deelgenomen aan de gewapende strijd in IS-gebied
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Ontvankelijkheid cassatieberoep; verhouding tussen Wvggz en Rv. Voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die medische verklaring afgeeft, minimaal één jaar geen zorg heeft
Wet Bopz. Voorlopige machtiging. Hoor en wederhoor; art. 19 Rv. Heeft betrokkene recht op kosteloze bijstand van een tolk ter zitting, indien hij de taal onvoldoende beheerst? Art. 5 EVRM. Art. 6 EVRM. EHRM 19 februari 2009, 3455/05, EHRC 2009/50; EHRM 27 maart 2008, 44009/05, BJ 2008/41.
Verdere toegangsweigering/artikel 6-maatregel, artikel A&MR drs.G.M.Cornelisse, SGC/Procedurerichtlijn/5 EVRM, brief staatssecretaris V&J dd. 22 oktober 2013. Er is geen sprake van een grensprocedure (35 lid 1 Procedurerichtlijn) ook niet feitelijk en evenmin van een situatie als bedoeld in artikel
De niet verschenen gedaagde, die bij verstek is veroordeeld, kan niet het rechtsmiddel verzet instellen tegen een vonnis als bedoeld in artikel 140, lid 2 Rv, maar slechs hoger beroep. Dat volgt tevens uit artikel 335, lid 2 Rv. Eiser dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzet. Opmer
Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige overheidsdaad; plaatsing tbs-veroordeelde in huis van bewaring in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek wegens onvoldoende capaciteit; onrechtmatige vrijheidsbeneming; schending art. 5 EVRM; overschrijding redelijke termijn van iets meer dan drie maanden
-