Conclusie AG. Herziening na veroordeling van Nederland door het EHRM wegens schending van de aanspraak op verhoorbijstand. De conclusie strekt tot gegrondverklaring van het verzoek tot herziening en tot verwijzing naar een ander hof.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 41 EVRM
Genoemd in 69 uitspraken
69 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verzoek tot schadevergoeding o.g.v. artikel 35 Wet Bopz. Verzoek om nader deskundigenbericht ten onrechte gepasseerd. Beoordeling ex tunc. Aansluiting bij schadevergoeding voor onterechte vrijheidsbeneming bij verblijf in een huis van bewaring met beperkingen.
Bopz. Recht op schadeloosstelling na overschrijding beslistermijn door rechter, art. 35 Wet Bopz, art. 5 lid 5 EVRM. Immaterieel nadeel als gevolg van onzekerheid over rechtmatigheid gedwongen verblijf in psychiatrisch ziekenhuis (HR 13 december 1996, ECLI:NL:HR1996:ZC2229, NJ 19
OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 552a Sv. HR wijst één beschikking. Voortduring beslag en rechtsbijstand. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het door klaagster en klager gestelde belang bij (gedeeltelijke) opheffing van de ex art. 94a Sv gelegde beslagen zwaarder dient te we
EVRM. Vervolg op HR 2 september 2005, NJ 2006, 291. Huiszoeking ter inbeslagneming. Voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit waaraan moet zijn voldaan om een inbreuk op de door art. 8 en 10 EVRM gewaarborgde rechten in een democratische samenleving noodzakelijk t
Herziening. 1. Ontvankelijkheid. 2. Rechtsherstel. Ad 1. Gelet op de verklaring van de griffier van het EHRM en het daarin genoemde art. 44 § 2 EVRM is de HR van oordeel dat de aanvraag binnen de in art. 458.3 Sv gestelde termijn is ingediend. Ad 2. Aanvraag gebaseerd op uitspraa
Op 18 mei 2006 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht (AWB 06/487 WWB en AWB 06/851 WWB VV, LJN: AX3093) het besluit van 4 april 2006 ter zake van de weigering eiser een uitkering te verlenen ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), vernietigd met de opdracht a
Herzieningsaanvrage na EHRM-uitspraak ex art. 457.1.3° Sv. De aanvrage moet ex art. 458.2 Sv zijn ingediend binnen 3 maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het EHRM op grond waarvan de aanvrage is gedaan, de veroordeelde bek
Onrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot verwerping van het beroep van een melkveehouder tegen het besluit van de minister tot afwijzing van diens aanvrage tot toekenning van extra melkquotum op de voet van art. 11
Onrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), rechtmatigheid van de besluiten van de minister van LNV ten aanzien van door melkveehouder op de voet van art. 11 Beschikking superheffing aangevraagde toekenning van extra melkquotum; passe
Wachttijd plaatsing in tbs-kliniek.
Herziening na arrest EHRM waarin is vastgesteld dat art. 8 EVRM is geschonden in de procedure die tot de veroordeling van aanvrager heeft geleid. Gelet op de door het EHRM geconstateerde schending van art. 8 EVRM is herziening noodzakelijk met het oog op rechtsherstel. De aanvrag
Art. 47 AWR. Verklaringen van belanghebbende na vordering Inspecteur niet bruikbaar als bewijs voor boete/verhoging. Gevolgen verlenging navorderingstermijn voor boete?
Boete opgelegd na ontbinding commanditaire vennootschap.
Resolutie BTW-28. Aftrek gemeenschapsvoorzieningen, toerekening aan belaste omzet. Indiening stukken 13 dagen voor de zitting. Art. 6, lid 1, EVRM, geldt bescherming EVRM ook voor belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen; redelijke termijn.
Artikel 6, lid 1 EVRM. Overschrijding redelijke termijn? Vermindering boete bij overschrijding redelijke termijn? Artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omkering bewijslast. Redelijke schatting verzwegen omzet / loon.
18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/239HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2.
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C03/103HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n [Verweerder], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting De Dordts
-