Schadevergoeding op grond van art. 10:11 of 10:12 Wvggz. Mogelijke grondslag voor vergoeding in een geval waarin geen rekening kon worden gehouden met de voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de locatie waarin de zorgmachtiging wordt uitgevoerd.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 41 EVRM
Genoemd in 69 uitspraken
69 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/239HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2.
Aanslag IB/PVV 2018. Box 3-heffing. Rechtsherstel. Rentevergoeding over in strijd met het EVRM geheven forfaitaire heffing van box 3. Klacht over duur procedure aangemerkt als verzoek om vergoeding van immateriële schade.
Conclusie PG. Herziening vanwege de uitspraak in de zaak van Keskin tegen Nederland (EHRM 19 januari 2021, nr. 2205/16) en de daarin vastgestelde schending van het uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht van de aanvrager om belastende getuigen te ondervragen. Omdat herziening noodza
Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (WHK); Schending art. 1 Protocol I EVRM (eigendomsrecht)? Terugwerkende kracht? Evenredig? Toetsing aan algemene rechtsbeginselen? Geïndividualiseerde premiecomponent ZW-lasten voor grote werkgevers wordt in 2014 gebaseerd op gegevens u
Verblijf in crisisopvang vrijheidsbeneming in de zin van artikel 5 EVRM en daarmee onrechtmatig? WGBO vormt geen grondslag voor vrijheidsbeneming
Schadevergoedingsvordering na uitspraak EHRM (Romet v. Nederland). Verjaring.
Artikel 6, lid 1 EVRM. Overschrijding redelijke termijn? Vermindering boete bij overschrijding redelijke termijn? Artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omkering bewijslast. Redelijke schatting verzwegen omzet / loon.
geen onrechtmatig handelen Staat door tenuitvoerlegging van Albanese, en door Nederland overgenomen gevangenisstraf (WOTS) niet te staken of schorsen; consequenties uitspraak EHRM ten aanzien van uitspraak Albanese Constitutioneel Hof; uitleg art. 12 EVIG
De rechtbank heeft het belastbaar inkomen box 3 verminderd en daarbij de inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van wettelijke rente over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing en de datum van terugbetaling d
Rechtsherstel; geen rentevergoeding. Hoger bedrag kosten bezwaarfase. Principaal hoger beroep en incidenteel hoger beroep gegrond. Geen misbruik van procesrecht door Inspecteur. Proceskostenvergoeding voor incidenteel hoger beroep tegen te laag vastgestelde vergoeding kosten bezw
Rechtsherstel; geen rentevergoeding. Hoger bedrag kosten bezwaarfase. Principaal hoger beroep en incidenteel hoger beroep gegrond. Geen misbruik van procesrecht door Inspecteur. Proceskostenvergoeding voor incidenteel hoger beroep tegen te laag vastgestelde vergoeding kosten bezw
Wet IB 2021. Box 3. Het werkelijk rendement van de tweede woning van belanghebbende moet gelet op de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, en HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705, worden vastgesteld naar analogie met het bepaalde in artikel 5.20 van de We
Wet IB 2021. Box 3. Het werkelijk rendement van de tweede woning van belanghebbende moet, gelet op de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, en HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705, worden vastgesteld naar analogie met het bepaalde in artikel 5.20 van de W
Inkomstenbelasting. Rechtsherstel box 3. Rentevergoeding wegens in strijd met het EVRM geheven forfaitaire heffing van box 3.
Conclusie AG. Herzieningsverzoek ex art. 457 lid 1 onder b.naar aanleiding van gegrond verklaarde klacht wegens schending van art. 11. EVRM, EHRM 21 november 2023 Laurijsen e.a. v Nederland nrs. 56896/17, 56910/17, 56914/17, 56917/17 and 57307/17. Loopt verjaringstermijn door tus
Conclusie AG. Herzieningsverzoek ex art. 457 lid 1 onder b.naar aanleiding van gegrond verklaarde klacht wegens schending van art. 11. EVRM, EHRM 21 november 2023 Laurijsen e.a. v Nederland nrs. 56896/17, 56910/17, 56914/17, 56917/17 and 57307/17. Loopt verjaringstermijn door tus
Conclusie AG. Herzieningsverzoek ex art. 457 lid 1 onder b.naar aanleiding van gegrond verklaarde klacht wegens schending van art. 11. EVRM, EHRM 21 november 2023 Laurijsen e.a. v Nederland nrs. 56896/17, 56910/17, 56914/17, 56917/17 and 57307/17. Loopt verjaringstermijn door tus
Conclusie AG. Herzieningsverzoek ex art. 457 lid 1 onder b.naar aanleiding van gegrond verklaarde klacht wegens schending van art. 11. EVRM, EHRM 21 november 2023 Laurijsen e.a. v Nederland nrs. 56896/17, 56910/17, 56914/17, 56917/17 and 57307/17. Loopt verjaringstermijn door tus
Conclusie AG. Herzieningsverzoek ex art. 457 lid 1 onder b.naar aanleiding van gegrond verklaarde klacht wegens schending van art. 11. EVRM, EHRM 21 november 2023 Laurijsen e.a. v Nederland nrs. 56896/17, 56910/17, 56914/17, 56917/17 and 57307/17. Loopt verjaringstermijn door tus
Conclusie AG. Herziening o.g.v. art. 457, eerste lid aanhef en onder b, Sv. EHRM heeft in uitspraak schending vastgesteld van het uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht van de aanvrager om belastende getuigen te ondervragen. Conclusie strekt tot gegrondverklaring van de herzienings
Conclusie AG. Herziening. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en medeplegen poging tot oplichting, art. 326.1 Sr. Aanvraag is gebaseerd op de n.a.v. een klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM (nr. 34507/16), waarin is vastgesteld dat het uit art. 6.3.d EVRM voor
Verwijzing naar het hof na gegrondverklaring aanvraag herziening. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van artikel 6 EVRM. EHRM oordeelde in 2019 dat het recht op een eerlijk proces is geschonden wegens het ontbreken van verhoorbijstand.
Overheidsaansprakelijkheid. Srebrenica. Bewijsbeoordeling. Staat aansprakelijk voor materiële en immateriële schade van zoon van man die behoort tot de groep mannen die zich op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat bevonden, daar vandaan is weggevoerd en gedood.
Overheidsaansprakelijkheid. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2019:12231. De rechtbank zoekt aansluiting bij het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid en oordeelt dat de Staat aansprakelijk is jegens de overleden zoon van eiser voor 30% van de schade als gevolg van het schietincide