Familierecht; internationaal privaatrecht. Gerechtelijke vaststelling vaderschap met betrekking tot minderjarig kind die gewone verblijfplaats in Suriname heeft; Wet conflictenrecht afstamming; strijd met openbare orde of art. 8 en 14 EVRM en art. 2 en 3 IVRK?; belang van kind (8
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 1 EVRM
Genoemd in 251 uitspraken
251 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Uitlevering aan republiek Servië. HR verwerpt het middel door te verwijzen naar de CAG. De Rb heeft het verweer van de raadsman terecht verworpen. Art. 28.1 EUV, het verdrag waarbij NL en Servië partij zijn, bepaalt dat bepalingen uit bilaterale verdragen die de uitlevering regel
Toetsingskader van de voorzieningenrechter in uitleveringszaken indien een beroep wordt gedaan op artikel 3 EVRM. Geen marginale toetsing van de beslissing van de Minister van Justitie maar een volledige toetsing aan het EVRM.
Het recht op een vergoeding ter compensatie van thuiskopiëren gebaseerd op art. 16c Aw en artikel 10 sub e WNR. Aangezien het onpraktisch en onwenselijk werd geacht om het auteursrecht of de naburige rechten te handhaven in de privé-sfeer van consumenten, is in artikel 16c Aw en
Uitlevering. Verzekering van verzoekende staat. Het volgende wordt vooropgesteld. O.g.v. van art. 3.1, 2e Aanvullend Protocol EUV kan uitlevering t.b.v. de tul van een verstekvonnis weliswaar worden geweigerd, doch niet indien de verzoekende staat "een verzekering geeft die voldo
Collectieve actie tegen de Staat wegens discriminatie van vrouwen binnen politieke partij (SGP). Rechtstreekse werking van artikel 7 Vrouwenverdrag. Botsing van grondrechten. Gelijke behandeling versus vrijheid van godsdienst, vereniging en meningsuiting. Onrechtmatige daad van d
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van de bij hun convenant vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen die bij de moeder verblijven; tweehoofdig gezag, verhouding tussen art. 1:253a en 1:377h BW; verrassingsbeslissing?
Vervolgingsuitlevering naar Griekenland. 1. Toezegging? 2. Redelijke termijn. 3. Verbeterd lezen. Ad 1. I.h.k.v. de uitleveringsprocedure staat ter beoordeling van de rechter of de uitlevering gelet op de toepasselijke verdragsbepalingen toelaatbaar is. Een eventuele toezegging v
Eiser vordert gedaagde, de Staat der Nederlanden, te verbieden eiser uit te leveren aan de VS, althans zolang daarover niet bij onherroepelijke uitspraak in hoogste instantie in kort geding is beslist. Eiser is op 1 juni 2006 aangehouden op verdenking van een voorgenomen levering
Eiser vordert gedaagde, de Staat der Nederlanden, te verbieden eiser uit te leveren aan de VS, althans zolang daarover niet bij onherroepelijke uitspraak in hoogste instantie in kort geding is beslist en gedaagde te veroordelen om aan de Zwitserse autoriteiten kenbaar te maken da
Uitlevering aan Moldavië. Verweer dat de opgeëiste persoon is gefolterd in verband met de zaak waarvoor zijn uitlevering is gevraagd. HR: Anders dan wel wordt afgeleid uit HR 20 mei 2003, LJN AF3308, NJ 2004, 41 dient, indien komt vast te staan dat de opgeëiste persoon in verband
Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding tussen Koerdische die lid is (geweest) van de PKK en de Staat tot verbod haar aan Turkije uit te leveren wegens dreigende schending van art. 3 EVRM door aanwezigheid van een reëel gevaar van foltering bij gebreke van genoegzame garanties i
Ruilverkaveling. Geschil tussen pachter en Landinrichtingscommissie over het niet opnemen in de lijst der geldelijke regelingen van vergoeding wegens onderbedeling; ongegrondverklaring van formele bezwaren onder toepassing van hangende bezwaarschriftprocedure ex art. 214 e.v. Liw
Uitlevering ter tenuitvoerlegging aan Noorwegen. De uitleveringsrechter dient bij de beoordeling van een verzoek tot uitlevering ter tenuitvoerlegging van een aan de opgeëiste persoon opgelegde straf uit te gaan van de juistheid van de veroordeling door de rechter van de verzoeke
Vervolgingsuitlevering naar Amerika. De rb heeft de verzochte uitlevering ontoelaatbaar verklaard “wegens ongenoegzaamheid van stukken”. Daarmee heeft zij kennelijk bedoeld dat de door de verzoekende Staat overgelegde bescheiden niet voldoen aan de vereisten van het toepasselijke
[...] Eiser vordert na eisvermindering gedaagde primair te verbieden eiser aan de Verenigde Staten van Amerika uit te (doen) leveren en te gelasten dat eiser in Nederland zal worden vervolgd voor de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd. [...]
Vervolgingsuitlevering aan Moldavië. Onder verwijzing naar HR NJ 2004, 42 (betreffende het vertrouwen tussen tot het EVRM toegetreden staten) wijst de HR namens de opgeëiste persoon gedane verzoeken af en verwerpt hij het verweer betreffende schending van art. 6.1 EVRM wegens (mo
Bij beschikking van 7 september 2004 heeft de minister van Justitie de uitlevering van eiseres aan Turkije toegestaan. Eiseres vordert in kort geding gedaagde te veroordelen om haar niet uit te leveren aan Turkije. Zij voert aan dat de beslissing om haar uit te leveren aan Turkij
Vervolgingsuitlevering aan VS. Na algemene overwegingen met verwijzing naar HR LJN AE5288; NJ 2004, 42; NJ 2002, 244; NJ 2001, 618 en LJN AD4290 oordeelt de HR dat de enkele omstandigheden dat de OvJ in strijd met de wet - want voorafgaand aan een daartoe door de Rb te verlenen v
Vervolgingsuitlevering aan VS. Na algemene overwegingen met verwijzing naar HR LJN AE5288; NJ 2004, 42; NJ 2002, 244; NJ 2001, 618 en LJN AD4290 oordeelt de HR dat de enkele omstandigheden dat de OvJ in strijd met de wet - want voorafgaand aan een daartoe door de Rb te verlenen v
Vervolgingsuitlevering aan VS. Na algemene overwegingen met verwijzing naar HR LJN AE5288; NJ 2004, 42; NJ 2002, 244; NJ 2001, 618 en LJN AD4290 oordeelt de HR dat de enkele omstandigheden dat de OvJ in strijd met de wet - want voorafgaand aan een daartoe door de Rb te verlenen v
Vervolgingsuitlevering aan Moldavië. 1. Of de uitlevering moet worden geweigerd wegens een gegrond vermoeden dat de opgeëiste persoon zal worden blootgesteld aan een inbreuk op zijn fundamentele rechten (de verdediging wees op het risico van een behandeling in strijd met art. 3 E
Vervolgingsuitlevering aan V.S.; dubbele strafbaarheid en vermelding art. 140 Sr als bepaling waarin de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld. Het vereiste van dubbele strafbaarheid vergt niet dat er overeenstemming bestaat tussen
Uitlevering naar België ter executie van verstekvonnis. Het verweer dat de uitlevering ontoelaatbaar is omdat het Belgische verstekvonnis in strijd met art. 6 EVRM is gewezen, wordt door de HR verworpen.
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C03/103HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n [Verweerder], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting De Dordts