Uitlevering. Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep o.g.v. art. 80a RO. De middelen gaan zonder opgave van redenen voorbij aan de vaste rechtspraak van de HR m.b.t. de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de Minister. Gelet hierop en in aanmerking genomen he
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 1 EVRM
Genoemd in 251 uitspraken
251 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Uitlevering. Aanhoudingsverzoek met het oog op het horen van getuigen. 1. De HR stelt voorop dat op de gronden vermeld in HR LJN BW2489, moet worden aangenomen dat het thans geldende art. 26.1 UW niet eraan in de weg staat dat de Rb de oproeping van getuigen of deskundigen kan ge
Uitlevering aan de Verenigde Staten van Amerika toelaatbaar verklaard
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: medeplegen van het door beloften, het verschaffen van middelen en inlichtingen, en bedreiging opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van moord, meermalen gepleegd; medeplegen van pogi
Uitlevering Armenië. Volgens de Armeense autoriteiten voor diefstal en witwassen; volgens eiser wegens politieke demonstratie.Geen schending van de artt 3 en 6 EVRM. Geen nova. Herhaald asiel verzoek, dat reeds in drie instanties eerder is afgewezen, behoeft niet te worden afgewa
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat de verd
Kort geding. Strafrecht. Vordering verbod uitlevering VS afgewezen. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de kwaliteit van de zorg in de penitentiaire inrichtingen in de VS niet van gelijke kwaliteit is als die in Nederland. Niet is gebleken van een schending van artikel 3 EVRM
Kort geding. Het gevorderde verbod op uitlevering naar Bosnië-Herzegovina wordt afgewezen. Niet is komen vast te staan dat het uitleveringsverzoek is ingetrokken. Van schending van het EVRM is niet gebleken. De enkele herhaalde, niet onderbouwde, stelling van eiser dat hij vreest
Art. 2.5 Wet IB 2001. Keuzerecht voor binnenlandse belastingplicht. Discrimineert deze regeling de buitenlandse belastingplichtige die inkomsten uit Nederland geniet doch niet woont in verdragsstaat?
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De HR verwijst naar zijn arrest van 31 mei 2011 (LJN BQ4306) waarbij onder meer is bevolen dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen ter zitting om te worden gehoord. Bij het onderzoek ter zitting van 30 augustus 2011 is onvo
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De HR verwijst naar zijn arrest van 31 mei 2011 (LJN BQ4306) waarbij onder meer is bevolen dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen ter zitting om te worden gehoord. Bij het onderzoek ter zitting van 30 augustus 2011 is onvo
Kort geding. Verbod tot uitlevering aan Suriname afgewezen. Suriname is partij bij het IVBPR. Beroep op artikel 3, 5 en 6 EVRM niet gehonoreerd. Geen risico op dreigende schending artikelen EVRM.
Kort geding. Vordering tot verbod uitlevering aan de Russische Federatie afgewezen. Het arrest M.S.S. tegen België van het EHRM biedt geen aanleiding om uit te gaan van een onderzoeksplicht aan de zijde van de Staat naar de detentieomstandigheden in de Russische Federatie. Het in
Vervolgingsuitlevering naar Suriname. De HR stelt voorop dat uitlevering ontoelaatbaar is als aannemelijk is dat o.p. is gefolterd i.v.m. de zaak waarvoor uitlevering is gevraagd (HR LJN ZD0547) en voorts dat de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de MvJ die, i
Art. 25b Wet IB 1964; art. 6 Belastingverdrag met België 1970; art. 1 Eerste Protocol EVRM. Het Belastingverdrag met België 1970 verzet zich niet ertegen dat Nederland van een inwoner van België inkomstenbelasting heft ter zake van de waardestijging van zijn blote eigendom van ee
Onrechtmatige overheidsdaad?; gevorderd wordt een uitleveringsverbod aan de Russische Federatie; vordering afgewezen.
Uitlevering. 1. De opvatting dat het "een van de fundamenten van de uitleveringsprocedure" is dat de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering uitsluitend wordt beoordeeld op de grondslag van het verdrag dat in het "rechtshulpverzoek" is vermeld, vindt geen steun in het recht.
Kort geding; de beslissing van de minister om eiser aan Bosnië-Herzegovina uit te leveren is niet onrechtmatig. De beslissing van de minister is wel onvoldoede gemotiveerd en onjuist, maar deze omissie is niet zodanig dat er sprake is van een onrechtmatige daad jegens eiser. Het
Verzoek tot uitlevering ter fine van strafvervolging van de opgeëiste persoon door de autoriteiten van de Oekraine ter zake van twee feiten. Feit 1 betreft het veroorzaken van een auto-ongeluk waarbij drie slachtoffers verschillende verwondingen hebben opgeleverd, feit twee betre
Onrechtmatige daad overheid? Loopt eiser in geval van uitlevering naar de VS het risico op een schending van artikel 3 EVRM? Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord.
Uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Oekraïne ter strafvervolging is toelaatbaar.
Uitlevering
Dubbele strafbaarheid. Oorlogsmisdrijf naar Nederlands recht? Internationaal of niet-internationaal gewapend conflict? Effective remedy ex art. 13 EVRM. De rechtbank verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon ter zake van een internationaal misdrijf - in casu het opzetteli
Tussenuitspraak Passage met betrekking tot gevoerde preliminaire (niet-ontvankelijkheids-) verweren, onderzoekswensen en/of voorlopige hechtenis.
Kort geding tegen de beschikking van de Minister van Justitie waarbij de Minister de uitlevering van eiser heeft toegestaan.