borgtocht: omslaan onverhaalbaar deel gedelgde schuld over medeborgen; afstand door schuldeiser bevrijdt medeborg niet van bijdrageplicht in de omslag. Art. 7:689 BW, art. 6:14 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:869 BW
Genoemd in 20 uitspraken · Officiële wettekst
20 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Borgstelling. Uitleg contra proferentem? Ambtshalve toetsing beding in borgstellingsovereenkomst? Verwerping beroep op dwaling en verweer schuldenaar. Staat afstand van recht door schuldeiser jegens medeborg, in afwijking van art. 6:14 BW, in de weg aan verhaal (omslag) door bet
Belanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een aanmerkelijk-belangvennootschap (hierna: de BV). De borgstelling heeft betrekking op een door de bank aan de BV verstrekte schuld van € 150.000. Bij vonnis van 11 mei 2010 is de BV failliet verklaard.
Appellant en geïntimeerde hebben beiden borg gestaan voor een kredietfaciliteit ter financiering van de overname van een accountantskantoor. Dit kantoor is failliet gegaan. De bank heeft appellant en geïntimeerde aangesproken uit hoofde van hun borgstelling onder de kredietfacil
Schuld van de hoofdschuldenaar is deels gedelgd ten laste van appellant als borg. Regresvordering van appellant op zijn medeborg wordt o.g.v. art. 7:869 BW toegewezen, met toepassing van een andere verdeling van de interne draagplicht dan naar de maatstaf van art. 6:152 BW.”
Borgtocht, artikelen 7:869 en 6:152 BW. Een borg spreekt na betaling aan de bank een medeborg aan. Bieden de hoofdelijk medeschuldenaren geen verhaal? Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Afwijzing van de vordering.
Tussenvonnis: voorstel persoon deskundige, hoogte voorschot.
Een restschuld van twee gefailleerde ondernemingen aan een bank is door een derde betaald. Ter beoordeling ligt voor of die derde met de bank een overeenkomst van borgtocht is aangegaan, dan wel dat zij de bank heeft betaald als hoofdelijk medeschuldenaar. Het hof oordeelt (ander
Regresvordering van borg op medeborg o.g.v. art. 7:869 BW afgewezen. De schuld van de hoofdschuldenaar is niet ten laste van de borg gedelgd.
borgtocht, medeborgen, toestemming echtgenote, zorgplicht bank
medeborgen, artt. 7:865 BW jo 6:2 BW, 7:869 BW en 6:162 BW
Borg spreekt medeborg aan. Schuldeiser delgt deel van schuld bij borg. Borg betaalt. Borg slaat deze schuld ex artikel 7:869 BW om over zichzelf en zijn medeborg. Medeborg was aansprakelijk voor ongeveer het zevenvoudige als de thans aangesproken borg. Conform artikel 6:152 BW wo
Vorderingen ingesteld door borg jegens hoofdschuldenaar en medeborgen. Verjaring regresvordering en geen omslag over medeborg ex artikel 7:869 BW omdat onvoldoende is gebleken dat vordering op hoofdschuldenaar onverhaalbaar was.
Borgtocht; achterborgen; bewijsvoorschrift artikel 7:859 lid 1 BW. Uitleg van als ‘achterborgtocht’ aangeduide verplichting. De ‘achterborgen’ hebben zich volgens de eisende partij – de borg - tot betaling tegenover hem verplicht indien hij als borg door de bank zou worden aanges
Hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht? Eiseres wist of had in onderhavig geval moeten weten dat slechts beoogd werd om zekerheid te stellen. Het gaat om een geldleningsovereenkomst met feitelijk slechts één kredietnemer, waarbij het te verstrekken krediet ook alleen strekte
Nadere overeenkomst tot vrijwaring.
Bank handelt onzorgvuldig jegens borg door mede-borg uit de hoofdelijkheid te ontslaan. Schadevergoeding bestaat in beperking van het bedrag waarvoor bank de benadeelde borg kan aanspreken.
Kredietovereenkomst. Vordering tot vernietiging of nietigverklaring verjaard. Ten aanzien van het beroep op wilsgebreken (bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden) is onvoldoende gesteld. Evenmin is aannemelijk dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanv
Procesrecht. Antillenzaak. Ontvankelijkheid derdenverzet ex art. 287 RvNA? (art. 81 RO).
Aansprakelijkheid medeborg.