borgtocht: omslaan onverhaalbaar deel gedelgde schuld over medeborgen; afstand door schuldeiser bevrijdt medeborg niet van bijdrageplicht in de omslag. Art. 7:689 BW, art. 6:14 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:850 BW
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Borgstelling. Uitleg contra proferentem? Ambtshalve toetsing beding in borgstellingsovereenkomst? Verwerping beroep op dwaling en verweer schuldenaar. Staat afstand van recht door schuldeiser jegens medeborg, in afwijking van art. 6:14 BW, in de weg aan verhaal (omslag) door bet
Belanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een aanmerkelijk-belangvennootschap (hierna: de BV). De borgstelling heeft betrekking op een door de bank aan de BV verstrekte schuld van € 150.000. Bij vonnis van 11 mei 2010 is de BV failliet verklaard.
Nakoming zakelijke overeenkomst van geldlening en veroordeling tot betaling van zowel de B.V. als de bestuurders die zich borg hadden gesteld. Verstek.
Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Huwelijksgoederengemeenschap. Art. 1:94 lid 5 (oud) BW. Borgtocht. Art. 7:850 BW. Zijn schulden waarvoor man zich als borg heeft verbonden gemeenschapsschulden? Hoofdelijke aansprakelijkheid. Art. 6:7 BW. Is interne draagplicht va
Relatievermogensrecht. Afwikkeling echtscheiding. Oude huwelijksgemeenschapsregime. Gemeenschapsschulden. Borgtocht. Hoofdelijk medeschuldenaarschap. Externe aansprakelijkheid en interne draagplicht.
Kooptransactie van activa onderneming. Koper en verkoper hebben over en weer vorderingen. Geen onrechtmatig handelen van verkoper: geen bedrog of misleiding. Geen wanprestatie. Geen vernietiging koopovereenkomst wegens dwaling of bedrog. Vordering van verkoper tot het opeisen van
Afwikkeling van een mislukte samenwerking in een joint venture. Gedaagde 1 moet een bij de start van de samenwerking geleend bedrag aan eiseres terugbetalen. Gedaagde 2 is niet persoonlijk aansprakelijk voor betaling van dit bedrag, maar hij heeft zich wel borg gesteld en als bor
Hypotheekakte; executoriale titel voor betalende borg (art. 430 Rv)?; bepaaldheid vordering (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4889, Rabobank/[...]); subrogatie
Verbintenissenrecht; huwelijksvermogensrecht. Regresvordering op grond van subrogatie. Schuldenaarschap bij hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van zogeheten Dozy-clausule bij aangaan huwelijkse voorwaarden staande huwelijk. Art. 6:151 BW. Beperkende werking van de redelijkhei
Ondernemingsrecht. Geldleninggever wint pandrecht op aandelen uit die een derde houdt in de leningnemer. De leninggever koopt zelf de uitgewonnen aandelen. In verblijvenbeschikking bepaalt voorzieningenrechter de koopprijs op het geleende bedrag van tientallen miljoenen euro’s. D
7:855 BW / 7:850 BW / 7:852 BW / 6:162 BW Borgtocht – Onrechtmatige daad (indirect) bestuurder Rechtbank oordeelt dat de bijstortingsverplichting zoals overeengekomen bij de kredietovereenkomst voor het bedrijfspand een borgstellig betreft. Bestuurder heeft onrechtmatig gehandeld
Procesrecht. Overeenkomst van opdracht. Vordering tot betaling voor werkzaamheden. Aanvulling feitelijke grondslag van de vordering. Art. 24 Rv.
Overeenkomstenrecht; is naast een overeenkomst van opdracht met de rechtspersoon, een overeenkomst tot hoofdelijke aansprakelijkstelling door de bestuurder tot stand gekomen? Hof: ja.
Vordering tot betaling van openstaande facturen op grond van een garantiestelling. Reikwijdte garantiestelling. Uitleg. Bewijsopdracht m.b.t. opzegging van de garantiestelling. Garantiestelling niet vernietigbaar wegens wilsgebreken. Garantiestelling bevoegdellijk ingeroepen.
Geschil over borgstelling, betaling door de borg en regres op de hoofdelijk mede-aansprakelijk uit de onderliggende kredietovereenkomst.
Zekerheidsrecht. Subrogatie borg in rechten van bank als schuldeiser/hypotheekhouder na uitwinning borgtocht?; toepasselijkheid van art. 1439 (oud) BW; overgangsrecht, strekking art. 220 Ow NBW.