Arbeidsrecht. Studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst voldoet niet aan de door de Hoge Raad (HR 10 juni 1983, NJ 1983,796) gestelde eisen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:668 BW
Genoemd in 411 uitspraken · Officiële wettekst
411 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Arbeidsrecht. Kort geding. Vraag of er sprake is van een oproepovereenkomst voor onbepaalde tijd met uitgestelde prestatieplicht of een reguliere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt door de kantonrechter in laatstbedoelde zin beantwoord. Nu deze is gevolgd door een arb
Einde dienstbetrekking voor bepaalde tijd.
Kern van het geschil in hoger beroep vormt de vraag of de arbeidsovereenkomst die tussen partijen is aangegaan voor de bepaalde tijd van een jaar, ingaande 1 april 2002 en van rechtswege eindigende op 1 april 2003, na het verstrijken van de overeengekomen duur daarvan zonder tege
arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak voortgezet?
[X.] (wn) is door [Y.] op staande voet ontslagen wegens werkweigering aangezien hij zonder reden of afmelding van-af 29 januari niet meer op het werk is verschenen. [X.] heeft [Y.] gedagvaard voor de kantonrechter en een ge-fixeerde schadevergoeding gevorderd met nevenvorderingen
Arbeidsrecht. Geschil tussen een werkgever en een werkneemster – wier arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na de faillietverklaring van haar vorige werkgever door de curator rechtsgeldig was opgezegd en die na de overgang van diens onderneming bij de huidige werkgever in dienst
Het hof verwerpt de stelling van [appellant] dat de met ingang van 1 januari 1999 gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarvan de duur verstreek per 1 april 2000, met ingang van 1 april 2000 zonder tegenspraak is voortgezet, waardoor op grond van artikel 7:668 BW in d
Arbeidsrecht. Geschil betreffende de (feitelijke) verlenging of be-eindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur. Afwijzing van de vordering van de (gewezen) werknemer.
UItleg CAO, afwijking van art. 7:668a BW.
-
-
-