Kwalificatie hoevepacht; artikel 7:313 BW. Pachter stelt dat hij bij aanvang niet alleen tuinbouwgrond maar ook een schuur in gebruik heeft gekregen waardoor sprak zou zijn van hoevepacht. Het Hof oordeelt dat het aankomt op uitleg. Pachter heeft niet (voldoende) gesteld dat in d
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:395 BW
Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst
14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Tussenarrest. Broers hebben mondelinge pacht tot wederopzegging afgesproken in afwijking van schriftelijke pachtovereenkomsten op grond van artikel 70f lid 5 Pw. Dat moet gekwalificeerd worden als reguliere pacht.
Het geschil spitst zich met name toe op de vragen of verpachter de pachtovereenkomst met pachter per 31 oktober 2021 heeft mogen opzeggen en of verpachter aansprakelijk is voor de schade die pachter als gevolg van handelen van verpachter stelt te leiden. Pachter wordt in de geleg
Partijen strijden over de vraag of appellant pachter is van twee percelen van geïntimeerde. De pachtkamer heeft geoordeeld dat appellant wel pachter is van het ene perceel maar niet van het andere. Het hof heeft in het tussenarrest beslist dat beide percelen zijn verpacht. Omdat
Pachter koopt een deel van het perceel los land dat hij op basis van een pachtovereenkomst in gebruik heeft. Vervolgens rest een pachtovereenkomst met betrekking tot een geringe oppervlakte (niet groter dan 1 ha). Op die pachtovereenkomst - zo volgt uit artikel 7:395 lid 1 BW - z
Pacht. Pachter is niet geslaagd in het hem opgedragen bewijs. De in art. 7:395 lid 1 BW genoemde bepalingen zijn niet van toepassing op onderhavige pachtovereenkomst. De pachtovereenkomst is opgezegd. Pachter wordt veroordeeld tot ontruiming van het gepachte.
pachtzaak; beëindiging door opzegging bij pacht van geringe oppervlakte toegewezen; ontruiming gepachte toegewezen
Pacht. Artikel 7:395 lid 1 BW. Vraag of oppervlakte van het gepachte groter is dan één hectare, in verband met pachtersbescherming conform bepalingen van titel 5 van boek 7 BW. Bewijsopdracht aan pachter.
Hectarepacht. Opzegging pachtovereenkomst. Ontruiming. Afwijzing door verpachter gevorderde onderhoudskosten aan watergang. Geen verzuim.
Pachtovereenkomst ex artikel 7:311 BW, kas, gevaar, maatstaven van redelijkheid en billijkheid, sloop, verpachter
Aanwijzing van AFM aan aanbieder van percelen grond anders dan om niet. De vraag of sprake is van het aanbieden van een beleggingsobject ingevolge artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft), in het bijzonder of beheren als bedoeld bij “aanbieden ”op het zelfde zie
"opzegging pachtovereenkomst"; "7:395 BW"; "58 Pachtwet"; "Wijzigingswet Pachtwet van 12 oktober 1995"; "Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek".
Vordering tot ontruiming van perceel grasland. Verwijzing door de pachtkamer naar de kantonrechter omdat de pachtkamer van oordeel is dat geen sprake is van een pachtovereenkomst. Kantonrechter oordeelt dat sprake is van een huurovereenkomst. De kantonrechter stelt vast dat gedaa
Rechtsgebied: civiel - pacht Soort procedure: kort geding - meervoudig Pachtkamer verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen omdat geen sprake is van een pachtovereenkomst. Volgt verwijzing naar de bevoegde kantonrechter.