7:370 en 376 BW. Opzegging. Verzet tijdig? Tekortkomingen pachter. Tussentijdse vervreemding fosfaatrechten levert geen tekortkoming op.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:367 BW
Genoemd in 22 uitspraken · Officiële wettekst
22 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 7:348 lid 1 BW; Art. 6:248 lid 1 BW. Pachter is tekort geschoten door het melkquotum dat met het verpachte samenhing tussentijds in te brengen in een melkmaatschap waardoor hij niet meer, althans niet bij uitsluiting, over het melkquotum kon beschikken. Ook mocht pachter nie
pachtovereenkomst, bedrijfsmatigheid, van kleur verschieten overeenkomst bij verlenging van rechtswege, verkoop van grasgewas, verzet tegen opzegging door maatschap bij pachtovereenkomst met vennoot
Agrarische erfpacht. Fosfaatrechten. Heeft de erfverpachter een aanspraak ter zake van aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten volgens dezelfde uitgangspunten als die in het geval van pacht gelden?
Erfrecht. Omvang legitimaire massa. Was toetreding erflaatster tot agrarische vof een gift? Quasi-legaat?
Verdeling eenvoudige gemeenschappen (percelen bloembollengrond) tussen twee broers. Voor de waardering van de percelen is van belang dat deze zijn verpacht aan een vennootschap waarvan een van de broers de enige bestuurder is. Tussenvonnis : partijen mogen zich uitlaten over de v
kort geding; pachtzaak; wel of geen beëindiging vd pachtovk met wederzijds goedvinden?; artt. 7:322, 367, 318, 323 BW
Pachter koopt een deel van het perceel los land dat hij op basis van een pachtovereenkomst in gebruik heeft. Vervolgens rest een pachtovereenkomst met betrekking tot een geringe oppervlakte (niet groter dan 1 ha). Op die pachtovereenkomst - zo volgt uit artikel 7:395 lid 1 BW - z
Pachtrecht. Ontbinding pachtovereenkomst moeder en zoon. Geen bedrijfsmatige landbouw. Veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat door verwaarlozing gepachte.
Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 BW. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval van overlijden v
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in overeenstemmi
- rechtsgeldige opzegging pachtovereenkomst aan kantoor van de maatschap ex artikel 1:14 BW - rechtsgeldige conversie van te vroege opzegging naar latere datum
Centrale Grondkamer , Pachtrecht Schrapping beëindigingsbeding in reguliere pachtovereenkomst De grondkamer heeft de reguliere pachtovereenkomst tussen partijen goedgekeurd onder schrapping van een bijzondere voorwaarde. Verpachter keert zich in beroep tegen de schrapping. Pachte
7:370 en 7:363 BW. Beëindigingsvordering in conventie en vordering indeplaatsstelling in reconventie. Pachtovereenkomst wordt beëindigd op grond van belangenafweging ook indien daarbij de belangen van de beoogde opvolgers worden betrokken.
Verzekeringsrecht. Verjaring van de rechtsvordering tot het doen van uitkering? Stuiting van de verjaring (art. 7:942 leden 2-3 (oud) BW). Overgangsrecht (art. 68a en 75 Ow NBW). Vervolg van HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3618, NJ 2016/109.
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen obj
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is.
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is.
Kort geding. Voldoende aannemelijk dat sprake is van een mondelinge pachtovereenkomst.
pachtzaak
Vervolg van LJN BK4249. Artt. 7:363 BW en 236 lid 1 Rv. Vorderingen tot medepacht. Overgangsrecht. Gezag van gewijsde van uitspraak pachtkamer eerste aanleg, ook indien de overwegingen strijdig zijn met nadien gewezen rechtspraak van het pachthof. In eerste aanleg heeft de pachtk
Overgangsrecht; pachter verzuimt (tijdig) verlenging van de pachtovereenkomst te vragen op grond van de (oude) Pachtwet, terwijl verpachter verzuimt (tijdig) de pachtovereenkomst op te zeggen op grond van de sedert 1 september 2007 geldende bepalingen. Afwijzing vordering van pac