Agrarische erfpacht. Aanspraak van de erfverpachter met betrekking tot fosfaatrechten? In welke zin moet de regel van aanvullend recht met betrekking tot pacht en fosfaatrechten worden opgevat? Moment van ontstaan respectievelijk van opeisbaarheid van de aanspraak van de erfverpa
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:363 BW
Genoemd in 26 uitspraken · Officiële wettekst
26 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Artikel 7:347 BW en 7:370 lid 1 sub b BW. Geen sprake van (voldoende) persoonlijk gebruik door samenwerkingsverband. Aan eisen voor beëindiging voor dringend eigen gebruik is ook voldaan.
Art. 6:248, 7:363 en 7:364 BW. Vordering tot aanwijzing van medepachter. Voor de criteria met betrekking tot een vordering strekkende tot het aanstellen van een medepachter verwijst het tweede lid van artikel 7:364 Burgerlijk Wetboek (BW) naar de regeling van de indeplaatsstellin
7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling kan vorderen, sluit niet uit dat de voorgestelde pachter, vanwege zijn belang bij toewijzing van de vordering, zich aan de zijde van de pachter voegt en een doelmatige uitle
Agrarische erfpacht. Fosfaatrechten. Heeft de erfverpachter een aanspraak ter zake van aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten volgens dezelfde uitgangspunten als die in het geval van pacht gelden?
Art. 24 aanhef onder 1 Verordening (EU) 1215/20212, art. 3:69 BW, art. 3:171 BW; art. 3:308 BW, art. 6:265 BW, art 7:333 lid 1 BW, art. 7:363 BW. Geschil tussen erfgenamen en familieleden. Pachtovereenkomst tussen gemeenschap van erfgenamen en één erfgenaam is tot stand gekomen,
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2024:5722. Art. 6:265 BW. Art. 7:363 BW. Pachter tekort geschoten in handelen als goed pachter, maar tekortkomingen rechtvaardigen ontbinding niet. Geen tekortkoming in nakoming verplichting persoonlijk gebruik en geen schending verbod op bestemming
3:44 lid 4 BW, 7:347 BW en 7:359 BW. Misbruik van omstandigheden bij aangaan schriftelijke reguliere pachtovereenkomst door demente verpachter. Schriftelijke pachtovereenkomst dus vernietigd. Bestaande mondelinge pachtovereenkomst die door vernietiging weer relevant is wordt ontb
Pachtzaak. Eindvonnis. De pachtovereenkomst wordt ontbonden, omdat al lange tijd geen sprake meer is van persoonlijk gebruik door pachter. De tegenvordering tot indeplaatsstelling is niet meer aan de orde. Vervolg op: ECLI:NL:RBOBR:2025:513 (incident tot voeging).
118 Rv; 7:363 lid 1 BW. Pachter moet zoon waarvoor hij indeplaatsstelling heeft gevorderd oproepen om in de procedure te verschijnen.
Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.
Pachtzaak. Vonnis in het incident. De verzochte voeging (217 Rv) wordt toegewezen, omdat er een duidelijk belang is gelet op de bij wijze van tegeneis in de hoofdzaak gevraagde indeplaatsstelling (artikel 7:363 BW). Eindvonnis zie: ECLI:NL:RBOBR:2025:8178.
Pachter vordert dat zijn zoon, in zijn plaats als pachter wordt gesteld. Verpachter voert verweer, maar het hof oordeelt, net als de pachtkamer in Roermond, dat de zoon aan de vereisten voor indeplaatsstelling voldoet. Naar billijkheid is er ook geen reden om de zoon niet in de p
Het gaat hier om een perceel grond van de eiser, die verpacht is aan de gedaagde. De zoon van de gedaagde heeft het pacht overgenomen, waardoor de eiser de pachtovereenkomst tussen de partijen wilt ontbinden. De rechtbank wijst de ontbinding af en veroordeelt de eiser de procesko
Een aantal percelen die A c.s. in eigendom hebben, zijn aan C verpacht. In deze zaak gaat het in conventie om de vraag of dit zo blijft, of dat de pacht moet eindigen en de percelen ontruimd moeten worden. In reconventie is aan de orde of D als medepachter moet worden aangemerkt.
Arbitrage. Verzocht wordt om vernietiging van het arbitraal vonnis wegens strijd met openbare orde dan wel dat het scheidsgerecht heeft geoordeeld buiten de opdracht (artikel 1065 lid 1 sub c en e Rv). Het beroep op de vernietigingsgronden slaagt niet.
Pachtzaak eindvonnis. Medepacht. Gepachte duurzaam in gebruik willen nemen. Dringend eigen gebruik. Wel of niet in overeenstemming exploiteren overeenkomstig de pachtovereenkomst.
Ontbinding wegens niet-persoonlijk gebruik. Indeplaaststelling kleinzoon Pachter (79 jaar oud) heeft het gebruik van de gronden, zo al niet juridisch, in ieder geval feitelijk afgestaan en voldoet niet meer aan het uit artikel 7:347 BW voortvloeiende vereiste van persoonlijk gebr
Vastlegging pachtovereenkomst, procespartijen. Mondelinge medepacht. 7:317, 7:367 BW. In conventie vorderen vermeend pachters (vader en zoon) vastlegging en in reconventie vorderen de verpachters (erfgenamen) ontbinding. Ten aanzien van een vordering tot vastlegging dienen alle b
De pachter vordert dat zijn zoon als medepachter aangemerkt zal worden. De vordering wordt toegewezen op grond van de opleiding en werkervaring van de zoon. Op mondeling verzoek van de zoon wordt hij als partij gevoegd aan de zijde van eiser.
Onthouden koopsom varkensrechten is onttrekking aan aan maatschap. Geen einde maatschap. Opeisbaarheid stille reserves.
7:363 lid 3 BW Indeplaatsstelling. Erven verweren zich tegen indeplaatsstelling door zoon van pachter, maar vergeefs. De voorgestelde pachter voldoet aan de eisen.
Vervolg van LJN BK4249. Artt. 7:363 BW en 236 lid 1 Rv. Vorderingen tot medepacht. Overgangsrecht. Gezag van gewijsde van uitspraak pachtkamer eerste aanleg, ook indien de overwegingen strijdig zijn met nadien gewezen rechtspraak van het pachthof. In eerste aanleg heeft de pachtk
BW 7:363 en 364. Vordering tot indeplaatsstelling en medepacht. Tekort aan voldoende (hoge) agrarische scholing kan worden gecompenseerd door praktische ervaring in de agrarische sector. Economisch belang van pachter bij zijn vorderingen. Gezichtspunten voor de vraag of er sprake
Vordering van de gemeente als verpachter om de pachtovereenkomst met de gezamenlijke erfgenamen van de overleden pachtster te ontbinden wordt afgewezen omdat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de pachtover