Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:322 BW
Genoemd in 66 uitspraken · Officiële wettekst
66 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
art. 7:376, 3:308 en 7:322 BW. Aanvang verjaringstermijn van verschenen pachtpenningen bij late goedkeuring pachtovereenkomst. Verpachter, zus van pachter, vordert ontbinding wegens stelselmatig te late betaling door haar broer, de pachter. Hof oordeelt dat de te late betalingen
7:322 BW. In een eerdere procedure heeft het hof de pachtovereenkomsten tussen partijen gekwalificeerd als een geliberaliseerde pachtovereenkomst van 12 jaar. Pachter heeft daarna bij de pachtkamer een verklaring voor recht gevorderd dat de pachtovereenkomsten met het oog op de a
artikel 3:168 BW / geen sprake van beheersregeling / partijen zijn het oneens over de exploitatie van de landbouwpercelen / benoeming derde / bekrachtiging van de beschikking waarvan beroep / compensatie proceskosten
Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
6:248 lid 1 BW. Fosfaatrechten (ASR/Qualm). Pachter moet fosfaatrechten overdragen tegen betaling van 50% van marktwaarde van de over te dragen fosfaatrechten per datum einde pachtovereenkomst. Hoevepachtovereenkomst aangegaan voor kortere termijn dan de wettelijke was mondeling
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 3:171 BW, artikel 7:321 BW, artikel 7:322 BW, artikel 7:325 BW, artikel 36 lid 1 van de Uitvoeringswet grondkamers Bezwaren voldoende duidelijk. Verzoek niet ingediend door medepachter. Geen sprake van appelverbod. Ingangs
Pachter pacht vanaf 1996 ongeveer 5 hectare en vanaf 2001 ongeveer 12 hectare natuurgronden van It Fryske Gea. In een vastleggingsprocedure heeft de pachtkamer een reguliere pachtovereenkomst vastgelegd met ingang van 1 januari 2014. De vraag is of de verschuldigde pachtprijs moe
Schending zorgplicht agrarisch adviseurs. Deze zaak tussen verpachtster en adviseurs is de vrijwaringszaak van de hoofdzaak tussen verpachter en pachter (zaaknummer 200.275.119). In de hoofdzaak hebben partijen afgesproken om te onderzoeken of volledige overeenstemming bereikt ka
slecht pachterschap, aanspraken op stikstofrechten bij einde pachtovereenkomst
Artikel 7:376 BW. Vervolg van ECLI:NL:GHARL:2019:7068. Ontbinding pachtovereenkomst. Persoonlijk gebruik. Beslissing na getuigenverhoor. Afdracht suikerquotum.
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Mag een uitkeringsinstantie een lopende, reeds vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegekende uitkering óók wat betreft een tijdvak ná die uitspraak verrekenen met een oude vordering op de saniet? Art. 307
Artikel 7:396 lid 2, 7:322. Bollenteelt. Teeltpacht? Appellant vordert nakoming van door hem gestelde teeltpachtovereenkomsten tussen hem en geïntimeerde en subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik van zijn grond door geïntimeerde na afloop van de teeltpacht. Nu de
reservaatspacht, reguliere pacht of geliberaliseerde pacht
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 36 Uitvoeringswet grondkamers, artikel 7:321 BW, artikel 7:322 BW Ontvankelijkheid. Geen beroep mogelijk als de pachtovereenkomst ongewijzigd is goedgekeurd. Een verzoek om te bepalen dat de pachtovereenkomst ingaat op een eerder tijdstip m
Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een hoevepachtovereenkomst in de zin van artikel 7:313 BW omdat niet is gebleken van de vereis
Pachtzaak. Gevorderde schade in verband met oplevering van het gepachte en misgelopen pachtinkomsten deels toegewezen
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:333 lid 2 BW, artikel 1019t Rv Sprake van een niet ingezonden vastleggingsvonnis; pachtovereenkomst is niet aan de normen van art 7:319 BW getoetst. Herziening van de pachtprijs op partijverzoek als bedoeld in art 7:333
Na afloop geliberaliseerde pachtovereenkomst is geen reguliere pachtovereenkomst tot stand gekomen.
Partij bij geldleningsovereenkomst komt geen verrekeningsbevoegdheid toe omdat de tegenvordering nog niet afdwingbaar is (art. 6:127 lid 2 BW). Vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad op grond van schending art. 21 Rv.
vordering tot schriftelijke vastlegging van een pachtoverenkomst
(art. 7:399d BW) In 1986 is op de percelen een recht van erfpacht gevestigd, welk recht in 2000 aan vader is overgedragen. De erfpacht liep volgens de erfpachtakte tot en met 31 oktober 2011. Vervolgens is onderhandeld over het gebruik van de percelen, waar in 2014 een nieuwe ove
Pacht. Kort geding. In conventie vordert eiser terbeschikkingstelling van perceel door gedaagde op grond van art. 7:336 BW. De pachtkamer oordeelt dat voorshands niet is komen vast te staan dat sprake is van een pachtverhouding tussen partijen. De vordering in conventie wordt afg
Pachtzaak. De pachtkamer wijkt niet af van de beslissing van De Grondkamer dat de duur van de pachtovereenkomst ingaat op 1 juli 2022 en eindigt op 30 juni 2028. De pachtkamer wijst de vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst vanwege wanprestatie af.De pachtkamer wijst d