Incident tot voeging/tussenkomst en verwijzing naar de pachtkamer van deze rechtbank. Vordering tot voeging/tussenkomst afgewezen. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat eiser in dit incident er belang bij heeft om te voegen of tussen te komen. Vordering tot verwijzing na
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:322 BW
Genoemd in 66 uitspraken · Officiële wettekst
66 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Artikel 7:319 BW, artikel 36 leden 1 en 3 Uitvoeringswet grondkamers Geen doorbrekingsgronden. Pachter niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Twee gevoegde zaken. In 'eerste' zaak vordering tot schriftelijke vastlegging van reguliere pachtovereenkomst toegewezen evenals verklaring voor recht dat verpachter toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichting het perceel vanaf 27 januari 2022, na verniet
Beëindiging grijze pachtovereenkomst. Werking artikel 7:322 BW. Afstand van recht door pachter? Hof oordeelt dat pachter beroep toekomt op artikel 7:322 BW maar wijst schadevergoeding toch af vanwege eerdere onderverpachting.
Contractspartij bij pachtovereenkomst. Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Ontbinding pachtovereenkomst wegens ontoelaatbaar gedrag pachter.
7:376 BW. Artikel 9 lid 2 Rome I. Ontbinding pachtovereenkomst. Forumkeuzebeding, regels rond goedkeuring/toetsing van de pachtovereenkomst zijn dwingend lokaal recht. Pachtster pacht een kas die eigendom is van haar moeder. Moeder verkeert in staat van faillissement en de curato
pachtzaak; bevoegdheid pachtkamer; is sprake van gebruik "ter uitoefening van de landbouw"?; vordering tot schriftelijke vastlegging en schadevergoeding
kort geding; pachtzaak; wel of geen beëindiging vd pachtovk met wederzijds goedvinden?; artt. 7:322, 367, 318, 323 BW
Pacht. Pachtovk niet binnen termijn van twee maanden (artikel 7:321 BW) ingezonden aan Grondkamer. Gevolg: pacht duurt jaar langer (artikel 7:322 BW). Het beroep van de pachter op die langere duur is niet in strijd met de r&b.
6:162 BW. In deze zaak strijden partijen om de afwikkeling van hun reguliere pachtovereenkomst. Pachter heeft tussen 2017 en 2019 geen gebruik kunnen maken van het gepachte en vordert daarom schadevergoeding van verpachtster. Verpachtster heeft een tegenvordering ingesteld van bi
Verdeling nalatenschappen. Ontvankelijkheid. Motiveringsplicht ten aanzien van deskundigenrapport. Meerwaardeclausule en winstverrekeningsbeding. Pachtsom. Verdeling molengelden.
Appellante was eigenares van een melkveebedrijf. De grond waarop het melkveebedrijf werd geëxploiteerd was in 1995 onder voorbehoud van een persoonlijk gebruiksrecht grotendeels in economische eigendom overgedragen aan een derde. Appellante heeft in 2007 haar melkveehouderij, dan
pachtzaak; beëindiging door opzegging bij pacht van geringe oppervlakte toegewezen; ontruiming gepachte toegewezen
Appellanten hebben tot voor kort percelen van het hoogheemraadschap in gebruik gehad aan een dijk en een water. Zij stellen dat een reguliere pachtovereenkomst moet worden vastgelegd voor de percelen aan de dijk en dat er een bruikleenovereenkomst is voor die aan het water. Net a
Pacht. Artikel 7:395 lid 1 BW. Vraag of oppervlakte van het gepachte groter is dan één hectare, in verband met pachtersbescherming conform bepalingen van titel 5 van boek 7 BW. Bewijsopdracht aan pachter.
Y heeft het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van de pachtkamer ten uitvoer gelegd en X gedwongen tot ontruiming van de percelen. Volgens de pachtkamer stond niet vast dat sprake was van een pachtrelatie. In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat wel sprake is geweest
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:325, lid 3 en lid 4 BW, artikel 39 van de Uitvoeringswet grondkamers Beroepstermijn. Niet gebleken wanneer grondkamerbeschikking aan pachter is verzonden. Belanghebbende. Positie opvolgend verpachter. Geen proceskostenveroordeling. Goedk
In conventie: nakoming aannemingsovereenkomst; onvoldoende gesteld voor intreden verzuim; onrechtmatige daad door ontvreemden andermans eigendom, verdeling stelplicht en bewijslast, geen voldoende en concreet bewijsaanbod dus geen bewijslevering; eigendom van te koop aangeboden r
Pachtzaak. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst na overlijden verpachter toegewezen. Reconventionele vordering tot betaling pachtprijs nog niet opeisbaar en afgewezen.
In hun vaststellingsovereenkomst hebben partijen pachtovereenkomsten gesloten voor de duur van drie jaar. Pas op de laatste dag en na afloop van die drie jaar wordt goedkeuring gevraagd bij de Grondkamer en gekregen. In geschil is of de pachtovereenkomsten zijn geëindigd of dat z
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:318 BW Goedkeuring van pachtovereenkomst in vastleggingsvonnis van pachtkamer. Taakverdeling pachtkamer en grondkamer. Geen belangenverstrengeling. Aanvangstijdstip.
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:325, lid 3 en lid 4 BW Goedkeuring reguliere pachtovereenkomst met kortere duur. De plannen van verpachtster om het gebied, waarin het gepachte ligt, te reconstrueren zijn bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7:325 lid 4 BW.
Verpachter wil de pachtovereenkomsten laten ontbinden omdat de pachter de verschuldigde pacht niet betaalt, de exploitatie aan anderen overlaat, geen landbouwbedrijf meer heeft en de directeur van verpachter heeft bedreigd. De pachter betwist dat. Verpachter mag bewijzen dat pach
Gepacht land besmet door knolcyperus. Gebrek bij aanvang pacht?
Centrale Grondkamer, pachtrecht [artikel 7:325 lid 3 en 4 BW] [artikel 36 lid 1 en 3 van de Uitvoeringswet grondkamers] Goedkeuring van door de pachtrechter schriftelijk vastgelegde (reguliere) pachtovereenkomst. Ontvankelijkheid. Geen goedkeuring van kortere duur. De grondkamer,