Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten over o.m. het verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken en de verwerping van door de verdediging gevoerde verweren.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:307 BW
Genoemd in 202 uitspraken · Officiële wettekst
202 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Huurovereenkomst bedrijfsruimte, onteigening gehuurde, vordering huurpenningen, boete bankgarantie, geen matiging
Kort geding; bedrijsruimte. Overneming 6:156 BW, toegang verlenen. Exploitatieverplichting in reconventie afgewezen.
Huur middenstandsbedrijfsruimte. Geen vordering ex artikel 7:307 BW, aan vereiste akte 6:159 BW niet voldaan. Vraag of nieuwe huurovereenkomst is overeengekomen. Gelegenheid tegenbewijs tegen voorshands oordeel dat nieuwe huurovereenkomst is overeengekomen. Bewijsopdrachten ten a
De vordering, in kort geding, tot ontruiming van twee bedrijfspanden in zin van artikel 7:290 BW is afgewezen op grond van de belangenafweging tussen partijen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij, op dit moment, zodanige schade lijdt als gevolg van de tekortkomingen va
Verhuurder niet gehouden om vestiging van een slijterij in een supermarkt tegen te gaan.
Franchisegever heeft haar recht om de onderneming van franchisenemer over te nemen te laat ingeroepen. Zij kan in dat geval geen beroep meer doen op de - daarmee onlosmakelijk verbonden - verplichting van de franchisenemer om haar huurovereenkomst aan franchisegever aan te bieden
Insolventierecht. Onrechtmatige daad. Curator van failliete huurder geeft zonder toestemming van verhuurder winkelruimte in gebruik aan een derde. Is verplichting tot schadevergoeding boedelschuld? HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424 (Credit Suisse/Jongepier q.q. Persoonlijke a
De exploitant van een koffiehuis in Amsterdam-Oost mag zijn huurcontract van het koffiehuis laten overnemen.
Kort geding. Vordering tot ter beschikking stelling van (een gedeelte van) het gehuurde. Zijn de eigenaar van het pand en nieuwe huurder overeenkomen dat de eigenaar het pand geheel leeg, dus zonder onderhuurder in een gedeelte van het gehuurde, ter beschikking zal stellen? Uitle
.
Uitleg en vervulling van ontbindende voorwaarde in (koop)overeenkomst.
indeplaatsstelling huur van grond na overdracht onderneming (strandtent)
Huur bedrijfsruimte. Dringend persoonlijk gebruik (art. 7:296 lid 1, onder b, BW)? Valt vergoeding voor goodwill onder verhuis- en inrichtingskosten (art. 7:297 lid 1 BW)? Waardering deskundigenbericht.
Kort geding. Ontruiming bedrijfsruimtes. Gedaagde beschikt niet over de overeengekomen benodigde exploitatievergunning(en). De kantonrechter neemt een voorschot op hoe de bestuursrechter het beroep tegen het besluit van de burgemeester zal beoordelen.
Huur van een horecagelegenheid met als verhuurder een brouwerij. Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Stelselmatig en structureel te laat betalen van de huurpenningen. Schending van drankafnameverplichting. Beroep op de tenzij-bepaling
Huurovereenkomst van bedrijfsruimte. Vordering indeplaatsstelling. Geen zwaarwichtig belang aangenomen.
Verkoop restaurant met regeling voor overname huur. Koper dient eerst zekerheid te stellen. Tijdelijke onderhuur? Schuldeisersverzuim koper. Ontbinding van de koopovereenkomst.
Beding dat de mogelijkheid van indeplaatsstelling van huurster beperkt, is vernietigbaar op de voet van art. 7:291 BW wegens strijd met art. 7:307 BW. Ingevolge art. 3:51 lid 3 BW kan de huurster (en, na dier faillietverklaring, de curator) de nietigheid inroepen tegenover de ver
Totstandkoming van huurovereenkomst – de vraag of onrechtmatig is gehandeld door het afbreken van onderhandelingen.
Vordering tot indeplaatsstelling door curator. Opzegging huurovereenkomst door verhuurder op grond van artikel 39 Fw geen misbruik van bevoegdheid. Geen zwaarwichtig belang aan de zijde van de boedel.
kort geding; faillissement en indeplaatsstelling; opzegging huurovereenkomst ogv artikel 39 Fw in de gegeven omstandigheden geen misbruik van recht of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar;
‘Opzegging hoofdverhuurder o.g.v. art. 39 Faillissementswet na faillietverklaring hoofdhuurder. In conventie heeft onderhuurder vorderingen ingesteld jegens hoofdverhuurder en curator tot verkrijging positie hoofdhuurder. Betwisting rechtsgeldigheid opzegging; misbruik van recht;
Vordering met betrekking tot huurindexering toewijsbaar (betekenis van eerder vonnis tussen partijen; geen rechtsverwerking) Op verschillende gronden gebaseerde ontbindingsvordering niet toewijsbaar
Gezamenlijk verzoek om goedkeuring afwijkend beding ex artikel. 7:291 BW. Niet is komen vast te staan dat huurder behoort tot categorie die de wettelijke bescherming niet behoeft. Verzoek afgewezen omdat het doel dat verzoekers beogen (de mogelijkheid van de huurder om in verband