vordering art. 7:295 lid 2 BW tot eindigen huurovereenkomst nu huurder niet heeft ingestemd met de opzegging. Het komt aan op een redelijke belangenafweging waarna de vordering van verhuurder wordt afgewezen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:296 BW
Genoemd in 338 uitspraken · Officiële wettekst
338 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Huurrecht. Exploitatie café. Beëindiging huur op grond van onbehoorlijke bedrijfsvoering? Vermindering van huurbetalingsverplichting in verband met de coronapandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen.
Huurovereenkomst bedrijfsruimtes in ziekenhuis opgezegd wegens dringend eigen gebruik en open belangenafweging. Oordeel: Plaats en functie van het gehuurde blijven na renovatie gelijk. Ziekenhuis mag haar stelling dat voorzetting van de huurovereenkomst gedurende de renovatie ond
dringend eigen gebruik bedrijfsruimte afgewezen
Artikel 7:296 BW. Huuropzegging vanwege primair dringend eigen gebruik en subsidiair belangenafweging. Renovatie niet onderbouwd en de belangenafweging valt in het voordeel van huurders uit. Vordering afgewezen.
Beantwoording van de vraag of sprake is van in gebruik geven of in gebruik afstaan van het gehuurde aan een ander, vergt een beoordeling van de concrete feitelijke situatie in het gehuurde. De ratio van bepalingen zoals artikel 3.1. van de algemene bepalingen is de bescherming va
Beëindiging huur bedrijfsruimte met een beroep op dringend persoonlijk gebruik (7: 296, lid 1 sub b) afgewezen. Gebruik door (een onderneming van) een van de aandeelhouders van verhuurder is niet vanzelfsprekend persoonlijk gebruik door verhuurder zelf.
Huur bedrijfsruimte en woonruimte, opzegging wegens dringend eigen gebruik
Huur bedrijfsruimte. Schadeloosstelling na opzegging huurovereenkomst in verband met afbraak van het gehuurde in het algemeen belang (artikel 7:309 BW).
Bedrijfshuur (horeca). Hof is, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat een datum dient te worden bepaald waarop de huurovereenkomst eindigt (art. 7:296 lid 3 BW). Sprake is van ernstig en structureel verstoorde verhoudingen. Huurverhouding bevindt zich daarmee in een uitzich
Huurrecht. Ontbinding en ontruiming afgewezen. Jeugdhotel gebruikt om kamers in bovenliggende appartementen illegaal (onder) te verhuren aan toeristen. Verhuurder was van situatie op de hoogte. Geen sprake van huurachterstand of dringend eigen gebruik.
Verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd. Huurder heeft niet met de beëindiging van de huurovereenkomst ingestemd. Verhuurder heeft een vordering ingesteld om het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst komt te eindigen. Hij legt daaraan ten grondslag primair dat
executiegeschil - tenuitvoerlegging wordt geschorst tot in hoger beroep is beslist - alleen woonruimte
Huur winkelruimte. Vorderingen tot betaling van achterstallige huur en ontbinding huurovereenkomst afgewezen. Contractuele boete gematigd tot nihil. Evenmin beëindiging van huurovereenkomst door opzegging: dringend eigen gebruik is onvoldoende aannemelijk geworden; belangen van
De kantonrechter stelt de datum vast waarop de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden is geëindigd. Gedaagde heeft die datum namelijk niet betwist. Eiser stelt dat het gehuurde al is ontruimd, dus geen belang bij de eis om te veroordelen om te ontruimen.
Dringend eigen gebruik (renovatie) bedrijfsruimte (7:296 lid 1 sub b BW) voldoende aannemelijk gemaakt. Verweer dat doorlopende huurrelatie en renovatie met behoud daarvan is toegezegd slaagt niet. Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Beslissing wordt aangeho
ontruiming; huurachterstand van 9 maanden; de corona-crisis rechtvaardigt niet dat helemaal geen huur meer wordt betaald;
Huur bedrijfsruimte. Geen tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. Wel einde huurovereenkomst na belangenafweging (art. 7:296 BW).
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Gebruik van het gehuurde in strijd met de overeengekomen bestemming? Uitleg huurovereenkomst.
Indeplaatsstellingsovereenkomst met betrekking tot de onderverhuur van een winkelruimte. Betaling van de huur aan de voormalige onderverhuurder.
Huur bedrijfsruimte. Opzegging wegens dringend eigen gebruik. Wachttijd artikel 7:296 lid 2 BW niet van toepassing (Toko/Mitra en Aldi/Kroon). Gezag van gewijsde.
huur bedrijfsruimte, opzegging wegens dringend eigen gebruik, mondelinge behandeling
Huur bedrijfsruimte, art. 7:290 en 7:296 BW. Dwingend eigen gebruik? Belangenafweging. Vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst afgewezen. Relatie met beleid van de gemeente Amsterdam.
Opzegging huur m.b.t. art. 7:290-bedrijfsruimte. Belangenafweging ex artikel 7:296 lid 3 BW. Horecagelegenheid op sportcomplex; brouwerij-contract met afnamebeding.
Huurrecht. Artikel 6:265 BW tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst? Is er sprake van een onbehoorlijke bedrijfsvoering ex artikel 7:296 lid 1 sub a BW? Belangenafweging ex artikel 7:296 lid 3 BW.