Exploitatie benzinestation sinds 1957. Toepasselijk huurregime. Is de overeenkomst in 1993 vernieuwd of is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen? Uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:295 BW
Genoemd in 263 uitspraken · Officiële wettekst
263 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Huurrecht. Opzegging tegen einde van de verlengde termijn van huur bedrijfsruimte door opvolgend verhuurder (als bedoeld in art. 7:226 BW) die de ruimte aan een derde wil verhuren. Het tweede lid van art. 7:296 BW heeft slechts betrekking op opzeggingen tegen het einde van de in
Huur bedrijfsruimte 7:290 BW; opzegging huurovereenkomst door verhuurder; renovatie in de zin van art. 7:296, eerste lid sub BW?; rol recente eigendomsoverdracht in het kader van belangenafweging ex art. 7:296, derde lid, BW; waarborgen bij bevel tot voortijdige ontruiming.
Huurzaak. Tussen- en eindvonnis. Vordering tot vaststelling tijdstip van het eindigen van de huurovereenkomst betreffende bedrijfsruimte (café). Dringend eigen gebruik i.v.m. sloop / herontwikkeling van het gebied waarin het gehuurde is gelegen. Schadeloosstelling conform artikel
Dringend eigen gebruik verhuurde bedrijfsruimte. Schouwburg heeft horecagedeelte verhuurd, maar wil exploitatie daarvan zelf ter hand nemen.
Huur bedrijfsruimte. Beëindiging wegens renovatie. Vaststelling tegemoetkoming verhuiskosten. Schadevergoeding over periode gelegen vóór het einde van de huurovereenkomst waarin huurster reeds was ontruimd krachtens een provisionele voorziening ex artikel 223 Rv.
Kort geding. De Gemeente Utrecht is tegenover huurder van de in het Veemarktcomplex gelegen restaurant en buffetten vooralsnog niet verplicht om het Veemarktcomplex na 1 juli 2011 nog te exploiteren.
Synchroon lopen onderverhuurovereenkomst en hoofdhuurovereenkomst. Afwijkend huurbeding. Ten aanzien van afwijking van artikel 7:231 BW kan geen goedkeuring worden verleend. Goedkeuring van een afwijking van een wettelijke bepaling is slechts mogelijk indien die bepaling behoort
Vordering ontruiming in kort geding na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst, artikel 7:231 lid 2 BW. Bestuursrechtelijke sluiting pand. Wet Damocles. Spoedeisend belang.
Huurrecht bedrijfsruimte. Indeplaatsstelling ex. artikel 7:307 BW. Oliemaatschappij huurt tankstation en wil zich laten vervangen door andere oliemaatschappij. Houdt ten onrechte alle kaarten tegen de borst.
Verwaarlozing van gehuurde horeca-ondernemingen door huurder levert toerekenbare tekortkoming op die ontbinding van huurovereenkomst rechtvaardigt. Onveiligheid elektrische installatie. Verplichting van verhuurder tot verhelpen van gebreken aan elektrische installatie. Niet-nakom
De verhuurder vordert primair op grond van artikel 7:295 vaststelling van het einde van de huurovereenkomst en subsidiair ontbinding van de huurovereenkomst. De bedrijfsvoering van de huurder zou niet die van een goed huurder zijn geweest en voorts kan bij een afweging van belang
Eiser vordert een verklaring van recht dat de opzegging van de huurovereenkomst tussen hem en Waterschap Rivierenland nietig is. In reconventie vordert Waterschap Rivierenland vaststelling van het einde van de huurovereenkomst en bepaling van de datum van ontruiming, zij heeft he
In voormalig kraakpand is decennia lang beneden coffeeshop geëxploiteerd en boven gewoond. Tien jaar na legalisatie wil gemeente huur opzeggen wegens renovatie. Huurder heeft nieuwe huurwoning geaccepteerd en in gebruik genomen, maar weigert huuropzegging. Uitgeven in erfpacht aa
Weigering goedkeuring afwijkend huurbeding bedoeld om huurovereenkomst synchroon te laten lopen met onderhuurovereenkomst en franchiseovereenkomst. Art. 7:291 lid 3 BW.
Huurrecht. Rechtsopvolger onder algemene titel van verhuurder kan zich beroepen op huuropzegging wegens dringend eigen gebruik van vóór afsplitsing (art. 2:334a BW); beroep huurder op wachttermijn in art. 7:296 lid 2 BW, beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik; ontvankelijkheid vordering, vervaltermijn op voet van art. 7:295 lid 2 BW?
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik; ontvankelijkheid vordering, vervaltermijn op voet van art. 7:295 lid 2 BW?
Huurzaak. Afwijkend huurbeding in overeenkomst tussen supermarktketen en franchisenemer. Deels niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels weigering goedkeuring. Door koppeling van de samenwerkingsovereenkomst met de huurovereenkomst zou de huurovereenkomst op andere wijz
Vervroegde onteigening ten behoeve van stadsvernieuwing; schadeloosstelling, berekening van jaarlijks te verwachten inkomensschade van huurder bedrijfsruimte als bedoeld in art. 7:290 BW; kostenvergoeding.
Afwijkende huurbedingen.
In de rechtspraak is aangenomen dat als hoofdregel heeft te gelden dat persoonlijk gebruik door een ander dan de verhuurder als eigen gebruik kan gelden, indien de verhuurder door het gehuurde aan die ander in gebruik te geven zijn eigen belang dient (HR 20 september 1985, NJ 198
Huur bedrijfsonroerend goed. Beeindiging wegens dringend eigen gebruik door verhuurder? Er is geen sprake van persoonlijk gebruik door de verhuurder. Echter, verhuurder dient mede zijn eigen belang door het gehuurde in gebruik te geven aan een andere vennootschap binnen de (super
'Drukkerij als 7:290 BW bedrijfsruimte. Bruikleenovereenkomst of huurovereenkomst met betrekking tot het voormalige woonhuis? Onderhuur van de drukkerij zonder dat de daartoe noodzakelijke toestemming is verkregen rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking
Huur van bedrijfsruimte; kantine van een schietvereniging is in de onderhavige kwestie geen bedrijfsruimte in zin van 7:290 BW; exploitatie van de kantine drijft op de activiteiten van de hurende schietverenigen en hun leden; niet voor publiek toegankelijk lokaal; huurbescherming