Huur bedrijfsruimte (café). Masterplan Stationsgebied Utrecht. Gemeente is eigenaar/erfverpachter van de grond waarop de bedrijfsruimte staat en huurt die bedrijfsruimte van Hoog Catharijne. De ruimte is onderverhuurd aan appellant. In verband met de uitvoering van het Masterplan
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:293 BW
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte door verhuurder wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 onder b BW). Redelijke belangenafweging (art. 7:296 lid 3 BW). Wachttijd (art. 7:296 lid 2). De Hoge Raad bepaalt nieuwe datum einde huuroveree
Exploitatieovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW (benzinestation). Conflict over opzegging door verhuurder tegen de met rechterlijke goedkeuring in de overeenkomst opgenomen (van art. 7: 291 e.v. BW afwijkende) beëindigingsdatum. Geen vernieti
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst door opzegging?
Art. 81 lid 1 RO. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden; afwijzing vordering tot schadeloosstelling huurder.
Concessieovereenkomst wordt niet aangemerkt als huurovereenkomst. De beschikking ex artikel 7:291 lid 3 BW waarbij het beding is goedgekeurd dat de huurovereenkomst eindigt indien en zodra de concessieovereenkomst eindigt, heeft kracht en gezag van gewijsde. De beschikking bindt
Ongerechtvaardigde verrijking in verband met niet doorbetaald bedrag dat is toegekend aan eigenaar vastgoed voor een verhuizing, welk bedrag kennelijk gedeeltelijk was bestemd voor de huurder van dat vastgoed.
Trefwoorden zijn: 7:230a BW bedrijfsruimte; tijdige mededeling huurder dat huurovereenkomst wordt beeindigd met onderhandelingen over eerdere beeindiging wordt als opzegging beschouwd; voorzover het niet als opzegging heeft te gelden kan verhuurder vanwege beperkende werking rede
Huur. Kort geding. Vordering van verhuurder van winkelcentrum tot ontruiming van winkelier i.v.m. op handen zijnde renovatie afgewezen. Het gebruik van de winkelruimte duurt al langer dan twee jaar zodat het beschermende regime van de artikelen 7:291 e.v. BW van toepassing is. Ge
Voortzetting van tussenuitspraak van 16 maart 2010, LJN BT1684. Huurrecht. Sloop complex waarin gehuurde bedrijfsruimte. Conversie opzegging afgewezen; beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt.
Huur bedrijfsruimte ex artikel 7:230a of 7:290 BW? Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW is bepalend wat partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, mede gelet op de inrichting van het gehuurde, voor ogen stond en op w
Huurrecht. Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte voor bepaalde tijd binnen periode van vijf jaar vanwege dringend persoonlijk duurzaam gebruik. Opzegging huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte verliest haar werking niet zonder meer indien de in art. 7:295 lid 2 BW
Huur van een parkeerterrein. De huurovereenkomst eindigt van rechtswege per 31 december 2010. Huurder heeft zich op ontruimingsbescherming beroepen. Verhuurder (gemeente Zandvoort) vordert daarom in kort geding ontruiming van het gehuurde. Is een parkeerterrein te kwalificeren al
Afwijkend huurbeding. Artikel 7:291 BW. Bedingen opgenomen in de franchiseovereenkomt. Geen vermelding in huurovereenkomst. Kantonrechter wijst verzoek af.
Huurrecht. Opzegging huur bedrijfsruimte tijdens eerste termijn door ‘vorige huurder’ heeft te gelden als opzegging door degene die door contractsovername huurder is geworden? (art. 81 RO).
Verzoekers hebben een onderhuurovereenkomst gesloten waarop de bepalingen van de hoofdhuurovereenkomst onverkort van toepassing zijn. Tevens hebben verzoekers een franchiseovereenkomst gesloten. Verzoekers vragen goedkeuring van een aantal bedingen uit de franchiseovereenkomst. I
goedkeuring afwijkend beding ex art. 7:291 BW: afwijking beeindigingsbepalingen en rechterlijke toetsing ivm met renovatie: op moment van start herontwikkeling en als verhuurder deze ruimte nodig heeft als "wisselunit": goedgekeurd
Schadestaatprocedure. Vaststelling omvang schade als gevolg van toerekenbare tekortkoming verhuurder van kantine op camping. Deze tekortkoming bestond uit het (krachtens een beding in de oude overeenkomst) aanbieden van een nieuwe huurovereenkomst waarin bepalingen waren opgenome
Vordering ontruiming in kort geding na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst, artikel 7:231 lid 2 BW. Bestuursrechtelijke sluiting pand. Wet Damocles. Spoedeisend belang.
Tijdstip totstandkoming huurovereenkomst als bedoeld in art. 7:293 lid 3 BW
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik; ontvankelijkheid vordering, vervaltermijn op voet van art. 7:295 lid 2 BW?
Huur van bedrijfsruimte. Een schriftelijke opzegging, gedaan ruim voor de uiterlijke datum van opzegging, gevolgd door een door de huurder (weliswaar verloren) ontbindingsprocedure van de huurovereenkomst naar aanleiding van een tussen de verhuurder en huurder plaatsgevonden hebb
Verzoek toestemming afwijkend beding 7:291; tzt sloop; termijn en einde huur gekoppeld aan naastgelegen panden (supermarkt) die huurder al eerder huurde; akkoord nu wat die eerdere huurovereenkomst betreft volledige bescherming geldt en er geen belang is bij voortzetting nieuwe h
In het onderhavige geval heeft Nettorama kennelijk bedoeld, naar [geïntimeerden] redelijkerwijs moet hebben begrepen, de huurovereenkomst op te zeggen tegen de datum waarop de tweede termijn van vijf jaar afloopt. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die (zoals geopperd
Het hof oordeelt dat, gelijk Mitra in haar akte van 25 juli 2007 zelf erkent (randnummer 1), de minimumafnamebepaling als opgenomen in artikel 13.4 van de franchise-overeenkomst nietig is op grond van artikel 6, tweede lid, van de Mededingingswet. Dat een afnameverplichting voor