Geschil over uitleg onderhuurovereenkomst betreffende winkelruimte. Is de verplichting van de hoofdhuurder om bij het einde van de huur casco op te leveren op de onderhuurder komen te rusten? Het hof oordeelt, net als de kantonrechter, dat dit niet het geval is.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:293 BW
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Er is sprake van een huurovereenkomst tussen partijen. Het gehuurde kan worden gekwalificeerd als bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW. De huurovereenkomst betreft een doorlopende huurovereenkomst die niet rechtsgeldig is opgezegd.
Huurrecht. Bij indeplaatsstelling kunnen partijen geen toekomstige beëindiiging met wederzijds goedvinden afspreken omdat de nieuwe huurder daarover op dat moment niet vrij kan beslissen.
In deze zaak vordert een verhuurster beëindiging van de huurovereenkomst op grond van gestelde dringend eigen gebruik. De opzegging door verhuurster voldoet aan de formele eisen en is rechtsgeldig. Verhuurster wordt in de gelegenheid gesteld een nadere onderbouwing te geven op de
Huurovereenkomst voor bepaalde tijd van bedrijfsruimte. Matiging contractuele boete o.g.v. 6:94 BW tot nihil. Beëindigingsovereenkomst is onder misbruik van omstandigheden tot stand gekomen. O.g.v. art. 3:54 lid 2 BW geen vernietiging van de overeenkomst, maar wijziging van de ge
Vordering tot beëindiging van een huurovereenkomst die met betrekking tot horeca-bedrijfsruimte bestaat tussen particuliere verhuurders en Grolsch als hoofdhuurder, tevens onderverhuurder, op grond van een redelijke afweging van de belangen zoals bedoeld in artikel 7:296 lid 3 BW
Huur bedrijfsruimte (stationfietsenstalling). Rechtsgeldige opzegging wegens dringend eigen gebruik.
dringend eigen gebruik van 7:290 BW bedrijfsruimte door zoon van de verhuurder niet aannemelijk gemaakt. Belangenafweging valt in het voordeel uit van de huurder die in het gehuurde een restaurant exploiteert.
In deze zaak vordert een huurder van een bedrijfsruimte dat gebreken worden hersteld en dat een huurkorting wordt toegepast. De verhuurder heeft als tegenvordering dat de huur wordt beëindigd op grond van dringend eigen gebruik, omdat de verhuurder in de bedrijfsruimte wil gaan w
Kort geding; Verhuurder van bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW vordert ontruiming omdat de huurovereenkomst ex art. 7:293 lid 3 BW zou zijn geëindigd. Omdat de door de verhuurder gestelde beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen voordat de huur inging, gaat de voorzi
Afwijkend huurbeding in combinatie met franchiseovereenkomst. Rechten huurder worden niet meer aangetast door goedkeuring dan bij onthouding ervan. Geldt niet voor alle 'opvolgende' franchiseovereenkomsten.
Artikel 7:224 BW. Wanneer verhuurder bij aanvang van de huur in strijd met een beding in de huurovereenkomst geen schonegrondverklaring afgeeft, heeft hij geen belang bij afgifte daarvan door de huurder bij beëindiging van de huur. Vaststellingsovereenkomst als titel voor een ces
Geen rechtsgeldige opzegging van de huurovereenkomst, huurprijsvermindering, onvoorziene omstandigheden, coronacrisis
Huur bedrijfsruimte. Opzegging. Welke huurovereenkomst geldt tussen partijen? Handtekeningenonderzoek.
Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Tussentijdse beëindiging met wederzijds goedvinden? Art. 7:293 lid 3 BW. Art. 3:33-3:35 BW. Aanspraak huurtermijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:248 lid 2 BW.
Huur bedrijfsruimte. Opzegging wegens dringend eigen gebruik. Wachttijd artikel 7:296 lid 2 BW niet van toepassing (Toko/Mitra en Aldi/Kroon). Gezag van gewijsde.
huur bedrijfsruimte, opzegging wegens dringend eigen gebruik, mondelinge behandeling
Huur bedrijfsruimte. Zaak i.v.m. renovatie van winkelcentrum Schalkwijk. Vordering van ex-huurder tot schadevergoeding wegens onjuiste huuropzegging is door kantonrechter terecht afgewezen. Met (door de kantonrechter goedgekeurd) afwijkend beding heeft huurder afstand gedaan van
Huur bedrijfsruimte. Opzegging huur door verhuurder. Zijn art. 291-300 BW van toepassing of zijn zij dat ingevolge art. 7:301 lid 1 BW niet? Uitleg tekst huurovereenkomst en m.n. bedoeling van partijen. Hoewel huurovereenkomst anderhalf jaar liep, niettemin huurbe¬schermingsregim
Verhuurder heeft verhuurde bedrijfsruimte dringend nodig voor eigen gebruik (artikel 7:296 BW)? Vordering verhuurder ex artikel 7:295 BW afgewezen, wegens schending waarheidsplicht en bij afwezigheid van een voldoende onderbouwd en ontwikkeld plan.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder het pand moet aansluiten op de riolering, dat de huurder tot die tijd het betalen van huur mag opschorten en dat de huurprijs wordt verlaagd tot 250 euro per maand tot het moment dat het pand correct is aangesloten op het riool.
Kort geding. Opheffing conservatoir beslag. Achterstallige huurpenningen. Is de huurovereenkomst op dezelfde datum geëindigd als de samenwerkingsovereenkomst? Samenhang/onlosmakelijkheid huurovereenkomst en samenwerkingsovereenkomst. Verbeurde boetes wegens schending van intellec
Kort geding. Huur van bedrijfsruimte. Overeenkomst tot beëindiging van de huur. Anders dan de eerste rechter oordeelde, is deze niet een nieuwe huurovereenkomst die in strijd is met dwingende huurbescherming. Nu zij wat de huurster betreft, onverplicht is aangegaan na aanvang van
Huurrecht bedrijfsruimte. franchiseovereenkomst.
huur; kwalificatie: 290 of 230a? beëindigingsovereenkomst i.s.m. 7:293 lid 3 BW?; dwaling?