Huur. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 7:230a lid 8 BW. Toepasselijkheid afdeling 7.4.6 BW (bedrijfsruimte). Vraag of gehuurde is aan te merken als onroerende aanhorigheid in de zin van art. 7:290 lid 3. Oordeel hof dat beslissend is of de ‘andere’ ruimte - waarbij het gehuu
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:290 BW
Genoemd in 1.364 uitspraken · Officiële wettekst
1.364 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huurprijsvaststelling middenstandsbedrijfsruimte. Wijziging van eis in hoger beroep toegestaan. Weging gehuurde vloeroppervlakte voor de berekening van de huurprijs. Waardering vierkantemeters op functionaliteit en berekening vierkantemeterprijs vergelijkbare bedrijfsruimte. Verh
Huur. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 7:230a lid 8 BW. Toepasselijkheid afdeling 7.4.6 BW (bedrijfsruimte). Vraag of gehuurde is aan te merken als onroerende aanhorigheid in de zin van art. 7:290 lid 3. Oordeel hof dat beslissend is of de ‘andere’ ruimte - waarbij het gehuu
Huurrecht: artt.7:230a BW en 7:290 BW; doorbreking appelverbod van art. 7:230a lid 8 BW; kwalificatie armenhuisje als (aanhorige) bedrijfsruimte ex art. 7:290 lid 3 BW ?; in de gegeven omstandigheden geen sprake meer van connexiteit met nabijgelegen restaurant; art. 7:230a BW van
Huur bedrijfsruimte, art. 6:290 BW, art. 2301a BW, verlenging, meekleuren, fietsenstallingsarrest
Verhuur woonruimte; is WKO-installatie een onroerende aanhorigheid ex art. 7:233 BW?; maatstaf; bestanddeelvorming (art. 3:4 BW); relevantie opstalrecht; verhouding huurrecht tot Warmtewet 2014; feitelijke grondslag vordering (art. 24 Rv); terugkomen van bindende eindbeslissing;
Huur bedrijfsruimte. Restaurant. Kwalificatie van overeenkomst van huur van los erbij gehuurde grond. Opzegging van de overeenkomsten wegens dringend eigen gebruik (ingebruikneming door dochters van verhuurder/eigenaar). Beroep op dringend eigen gebruik na eerdere verkoop van (in
Het betreft de ontruiming van een bedrijfspand (viswinkel/visrestaurant) wegens niet voldoen aan de exploitatieverplichting en structurele te late huurbetaling en ontruiming van de bovenwoning wegens overbewoning.
Gemengde huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met bestemming 'bowlingcentrum'. Geen splitsing. 230a-huurregime van toepassing. Geen keuze voor 290-huurregime. Afwijzing verzoek tot verlenging ontruimingstermijn vanwege wanbetaling.
290-bedrijfsruimte of 230a-bedrijfsruimte?
Partij A huurt van partij B, telkens voor een periode van vijf jaar, de winkelruimte met bovenwoning. Partij A drijft daarin een eenmanszaak en bewoont, samen met zijn partner en hun kinderen, de bovenwoning. De huidige huurovereenkomst loopt tot en met 30 juni 2026.
Huurovereenkomst. Dringend eigen gebruik. Belangenafweging.
Huur bedrijfsruimte en bovenliggende woning. Antwoorden op de drie voorvragen: 1) Het bedrijfsruimteregime is van toepassing conform artikel 7:290 lid 3 BW (tot de bedrijfsruimte wordt ook gerekend de afhankelijke woning: a) bouwkundige verbondenheid met de bedrijfsruimte, (het g
{eiser} zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek, omdat de huurovereenkomst met {gedaagde} is aan te merken als een huurovereenkomst waarop de regeling van artikel 7:290 BW-bedrijfsruimte van toepassing is en niet die van artikel 7:230a BW.
Huurrecht. Verhuur middeleeuws kasteel als 7:290-bedrijfsruimte. Vordering tot herstel gebreken en huurvermindering. Uitleg overeenkomst. Wat is de strekking van ‘casco verhuur’? En zijn partijen een eerste recht van koop overeengekomen of een koopoptie?
Huur bedrijfsruimte (artikel7:290 BW). Restaurantmet afhankelijke woning. Vordering tot ontbinding huurovereenkomst wegens betalingsachterstand. Tussenvonnis. Aan huurder komt geen opschortingsrecht toe. Terme de grâce.
Huurrecht. Gebreken bedrijfsruimte. Verhuurder moet diverse gebreken, waaronder dakbedekking en -constructie, herstellen. Onvoldoende isolatie is geen gebrek. Huurprijsvermindering en bedrijfsschade contractueel uitgesloten. Reconventionele vordering: ontbinding wegens huurachter
Huurder heeft sinds 1975 een kapsalon. Hij woont boven de kapsalon. Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik. Volgens verhuurder is het pand voor hem alleen rendabel als het pand wordt gerenoveerd en daarna uitsluitend voor wonen wordt
Huurzaak, verzoek verlenging ontruimingstermijn, primair verzoek tot niet-ontvankelijk verklaring omdat volgens verzoeker sprake is van een 290-bedrijfsruimte. Het gaat om de wc's van een café. De ruimte met wc's zit weliswaar in het naastgelegen pand en is gehuurd van een andere
tussenbeschikking; 7:304 lid 2 BW
Huurrecht. Het gaat om 230a-bedrijfsruimte en niet om 290-bedrijfsruimte. Verlenging ontruimingstermijn.
Ontruiming van de door eiser gehuurde woning in een bedrijfsruimte is onrechtmatig. Gedaagden moeten eiser toegang tot de woning verschaffen. Daadwerkelijke proceskostenveroordeling.
Vaststelling huurprijs na deskundigenbericht.. Mondelinge huurovereenkomst. afhankelijke woonruimte. Gebreken onvoldoende onderbouwd, zodat geen aanleiding bestaat voor huurprijsvermindering.
Herstelwerkzaamheden gehuurde bedrijfsruimte. Bijbehorende bovenwoning valt ook onder bedrijfsruimteregime. Huurprijsvermindering wegens corona.
kort geding ontruiming van de bedrijfsruimte toegewezen, maar ontruiming van de woonruimte afgewezen. Niet aannemelijk is geworden dat het gaat om een afhankelijke woning als bedoeld in artikel 7:290 lid 3 bw