Beeïndiging huurovereenkomst.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:271 BW
Genoemd in 456 uitspraken · Officiële wettekst
456 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Eiser en gedaagde hebben een huurovereenkomst voor een jaar met betrekking tot woonruimte gesloten. Drie maanden vóór het verstrijken van de termijn heeft eiser -de verhuurder- aan gedaagde per brief de huurovereenkomst opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn van drie maand
Bij vonnis van 8 september 2004 (het vonnis waarvan beroep) heeft de kantonrechter de vorderingen van SWZ, voorzover gericht tegen de curator, afgewezen. De vordering tot ontruiming jegens [geïntimeerden] is eveneens door hem afgewezen, doch de vordering tot betaling van de gevor
Tijdelijke huur en verhuur. Opzegging van de huur tegelijkertijd met het aangaan van de huurovereenkomst nietig. Opzegging in afwijking van de wettelijke opzeggingsregels alleen mogelijk nadat de huur is aangegaan. De subsidiaire grondslag (huurachterstand van meer dan een half j
Partijen zijn een huurovereenkomst aangegaan met betrekking tot één van de bij de boerderij van verhuurder gelegen opstallen voor de duur van 1 jaar die nadien automatisch wordt ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van huur die naar zijn aard slechts
Huurrecht; belangenafweging i.v.m. dringend eigen gebruik valt uit in voordeel huurders.
Opzeggingsbeding in huurcontract nietig geacht op grond van artikel 7:271 lid 5 BW. Verhuurder heeft ten onrechte aan huurder gedurende een maand het woongenot ontnomen door toegang te belemmeren. Beroep op verrekening van die maand huur met de achterstallige huur geldig geacht.