Huur woonruimte. Opzegging door huurder correct? De vraag die daarom moet worden beantwoord is of verhuurder bevoegd was in de brief van 26 april 2011 een voorstel te doen dat, bij aanvaarding door de huurder er toe zou leiden dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd werd omg
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:271 BW
Genoemd in 456 uitspraken · Officiële wettekst
456 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Huur woonruimte. Oplevering bij einde huur
huur woonruimte; opzegging op grond van dringend eigen gebruik, te weten herindeling en renovatie; gestelde grond niet aannemelijk gemaakt; geen belangenafweging.
belang bij hoger beroep; einde huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik; belangenafweging; tegemoetkoming in de verhuiskosten.
Beëindiging huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik van de verhuurder (artikel 7:274 lid 1 sub c BW). Studentenhuisvesting. Huurder is geen student meer. Het beschikbaar stellen van de gehuurde woonruimte aan een student kan gelden als een eigen belang van de verhuur
Is de opzegging ter verwezenlijking van een op het verhuurde krachtens een bestemmingsplan liggende bestemming in dit geval geldig? In kort geding is voorshands geoordeeld dat zulks het geval is en wordt ontruiming bevolen. Art. 7:272 lid BW mist toepassing in kort geding.
Aanwezigheid van 17 grote hennepplanten in achtertuin rechtvaardigt ontbinding huurovereenkomst woonruimte.
Einde relatie samenwoners. Exclusief gebruik van huurwoning bij wijze van voorlopige voorziening na belangenafweging voorlopig voor de duur van drie maanden aan de man toegekend.
Woninghuur. Het enkele feit dat de huur voor een bepaalde periode is aangegaan, betekent niet dat sprake is van een huur die naar zijn aard van korte duur is. Geen rechtsgeldige opzegging. Redelijkheid en billijkheid vormen geen zelfstandige grond om de wettelijke opzeggingsregel
Eiseres vordert vrije toegang tot een door haar van gedaagde gehuurde (recreatie)woning. Gedaagde heeft aangevoerd dat de huurovereenkomst is geëindigd, aangezien eiseres in december 2010 de woning heeft verlaten en ontruimd, sinds die tijd geen huur meer heeft betaald en zich el
Zoon verhuurt woning van ouders, maar is daartoe niet bevoegd. Ouders hebben ook niet de schijn van de bevoegdheid daartoe gewekt. Vordering tot ontruiming toegewezen.
Huurovereenkomst gesloten voor de duur van één jaar, direct voorafgegaan door een huurovereenkomst voor de duur van zes maanden. Deze duur kan niet worden beschouw als 'korte duur' in de zin van art. 7:232 lid 2 BW. Op grond van artikel 7:271 lid 1 BW eindigt een huurovereenkomst
Dienstwoning.
Eiser vraagt ontbinding huurovereenkomst recreatiewoning te Epe. De kantonrechter wijst de vorderingen van de eisende partij af, verlengt de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en veroordeeld de eisende partij in de proceskosten.
Huurzaak. Kort geding. Vordering tot voorschot op vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten. Aanschrijving door gemeente tot ontruiming van het gehuurde wegens het ontbreken van een bouwvergunning en het daardoor bestaan van een met artikel 40 van de Woningwet strijdige sit
Huur woonruimte met geliberaliseerde huurprijs. Vraag wie als contractspartij heeft te gelden. Geen sprake van beëindiging met wederzijds goedvinden of ontbinding van de huurovereenkomst. Bewijsopdracht ten aanzien van overname huurovereenkomst door een derde en door derde verric
Kort geding bij de kantonrechter. Partijen hebben een huurovereenkomst betreffende woonruimte gesloten voor bepaalde tijd, met een stilzwijgende verlenging voor twee maal een periode van een jaar. Op grond van artikel 7:242 lid 2 juncto 7:230 BW (en de parlementaire geschiedenis
Ontruiming. De kantonrechter veroordeelt de studenten om uiterlijk 22 februari 2013 de door hen gehuurde onzelfstandige woningen in het complex Rijnfront te ontruimen en deze met medeneming van de hunnen en al het hunne geheel leeg en ontruimd aan Duwo ter beschikking te stellen;
Bij de vaststelling van het object van de huurovereenkomst is beslissend de bedoeling van partijen ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst. Naar het oordeel van het hof was de (kennelijke) bedoeling van de toenmalige verhuurder [A.] en de toenmalige huurder [appellante
Beëindiging huurovereenkomst. Gedaagde kan in beginsel een beroep doen op huurbescherming en de huurovereenkomst eindigt in beginsel niet dan nadat deze door de rechter is ontbonden op grond van één van de in artikel 7:274 lid 1 BW opgesomde gronden. Volgens vaste jurisprudentie
Huur van woonruimte; verboden onderverhuur. Verhuurder biedt huurders door middel van een Sociaal Plan vergoeding aan voor de gevolgen van sanering van de wijk en sloop van hun woning. Vraag of de huurder die nadat hem dit aanbod is gedaan, wordt betrapt op onderverhuur in strijd
Huur. Tussenhuurovereenkomst. Verhuurster werkt mee aan een bewoning door een ander dan de oorspronkelijke huurder die tijdelijk in het buitenland verblijft. Nadat de oorspronkelijke huurder de huur heeft opgezegd omdat hij niet naar Nederland terugkeert, doet huidige bewoonster
Huurovereenkomst voor bepaalde tijd. Eiser heeft van gedaagde een kamer gehuurd voor zes maanden. Gedaagde heeft eiser de toegang tot de kamer ontzegd en zijn inboedel opgeslagen. Eiser vordert (in conventie) terbeschikkingstelling van de kamer en terugplaatsing van de inboedel.
Omdat voormalige eigenaar niet aan hypotheekverplichtingen voldeed is verhuurde woning (onderhands) verkocht. Onvoldoende gebleken dat huurster de woning niet zelf in gebruik heeft, welke de omvang van achterstallige huurpenningen is, of dat voormalige eigenaar zich intimiderend
Naar het voorlopig oordeel van het hof komt [geïntimeerde] dus de bescherming toe van het bepaalde in de artt. 7:271 e.v. BW omtrent het eindigen van de huur. Voor het overige sluit het hof zich aan bij het oordeel van de voorzieningenrechter dat het realiseren van de bouwplannen