Ontbinding huurovereenkomst woonruimte en veroordeling van huurder tot ontruiming omdat de huurder de verhuurder jarenlang niet in de gelegenheid stelt tot het verrichten van noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de woning.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
huurrecht; inwonende geen medehuurder; beroep op bescherming art. 7:269 BW faalt, want volgens eigen stellingen onderhuurt inwonende slechts gedeelte zelfstandige zelfstandige woning, zodat geen onderhuur van (hele) zelstandige woning
---
Art. 81 lid 1 RO. Verhuur bedrijfsruimte met onzelfstandige woonruimte. Aanspraak op bescherming art. 7A:1623k (oud) BW? Aan cassatiemiddel te stellen eisen; art. 407 lid 2 Rv.
Hoofdverhuurder bij voortzetting huurovereenkomst ex artikel 7:269 BW verplicht om bij einde huur waarborgsom aan onderhuurder terug te betalen
Tussen appellant (een ex-gedetineerde) en geïntimeerde (een stichting die opvang en ondersteuning biedt aan ex-gedetineerden) is een "ambulante huur- en begeleidingsovereenkomst" tot stand gekomen. In het kader van deze overeenkomst heeft geïntimeerde aan appellant woonruimte bes
De voorzieningenrechter oordeelt dat één persoon geen belang heeft bij het verbieden van de ontruiming van de woning, omdat hij inmiddels naar het oosten van het land is verhuisd. Het door de andere gezinsleden van de familie verzochte verbod tot tenuitvoerlegging wordt wel behan
Woningcorporatie mag een woning in Amsterdam Noord ontruimen. Volgens de woningcorporatie veroorzaken de bewoners sinds 2000 structureel ernstige overlast. Opname van gedaagden in het project 'Treiteraanpak' heeft hier geen einde aan gemaakt.
Zelfstandige wooneenheden in voormalige zusterflat worden onderverhuurd aan de bewoners. De nieuwe eigenaar stelt een vordering in tegen de voormalig huurder tot vergoeding van de schade wegens onbevoegde onderhuur. De zaak spitst zich toe op de vraag of uit de aard van de overee
Zelfstandige wooneenheden in voormalige zusterflat worden onderverhuurd aan de bewoners. De nieuwe eigenaar stelt een vordering in tegen de voormalig huurder tot vergoeding van de schade wegens onbevoegde onderhuur. De zaak spitst zich toe op de vraag of uit de aard van de overee
Ontruimingsvordering. Toetsing aan maatstaf HR 28 januari 1994 NJ 1994,412. De vraag of de woonruimte waarvan gedaagde (als onderhuurder) gebruik maakt onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van een (horeca)bedrijfsruimte wordt (ook getoetst aan de feitelijke situatie) b
Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.
Huur van woning. Is bewoner huurder geworden op de voet van art. 7:269 BW? Mocht verhuurder bewoner om andere reden als huurder aanvaarden?
Ontruiming van een woning in kort geding na beëindiging door een centrum voor verslavingszorg van een woonvaardighedenovereenkomst.
Schadevordering verhuurder tegen student-onderhuurders wegens huurderving door latere ontruiming t.g.v. afwijkende kort-gedingvonnissen en wegens zaakschade t.g.v. afscheidsfeest en jur. bijstandskosten afgewezen.
Art. 81 lid 1 RO. (Onder)huur woonruimte. Zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW?
Huur woonruimte. Onderverhuur en wijzigingen in het gehuurde. Huurder van een aantal woningen heeft daarin ingrijpende verbouwingen gepleegd en de woningen daarna voor veel hogere huren wederverhuurd. Was de door de eigenaar van de eigenaresse ingeschakelde beheerder bevoegd de h
Geen aanspraak op de onderhuurbescherming van artikel 7:269 BW vanwege psuedo-onderhuurovereenkomst. Ontruiming toegewezen. Man heeft sociale huurwoning onderverhuurd aan zijn moeder. Huurovereenkomst is opgezegd. De bedoeling van de man en zijn moeder was er in feite op gericht
Huur woonruimte. Voortzetting onderhuur na eindigen hoofdhuur. Ziet onderhuur op zelfstandige woonruimte? Had onderhuurder hoofdverblijf? Bewijsopdracht.
Eigenaar woning vordert ontbinding van huurovereenkomst met huurder en beëindiging van onderhuurovereenkomst met onderhuurder. Kantonrechter acht ingebruikgeving aan derden een toerekenbare tekortkoming in nakoming van de huur die ontbinding van huurovereenkomst rechtvaardigt. Ee
Onderhuurder onzelfstandige woning heeft geen eigen recht jegens verhuurder. Bij verhuur is geen splitsing beoogd. Overloop waarop vier – afsluitbare – deuren uitkomen is niet te beschouwen als gemeenschappelijke ruimte. Status is niet buiten verhuurder om te wijzigen.
Gevorderde ontruiming van de huurwoning in kort geding toegewezen. Huurder heeft huurovereenkomst opgezegd. Overige bewoners verblijven zonder recht of titel in het gehuurde. Al zouden die bewoners als onderhuurders kwalificeren - niet vaststaat immers dat zij voor het gebruik va
Vordering tot ontruiming in kort geding afgewezen. Niet uitgesloten dat bodemrechter de overeenkomst tussen oorspronkelijke (hoofd-)huurder en huidige bewoner zal kwalificeren als onderhuur van zelfstandige woonruimte. (artikel 7:269 BW) Voorshands onvoldoende aannemelijk dat een
Huurrecht. Onderhuur van woonruimte. Vordering o.m. tot vaststelling tijdstip waarop de onderhuurovereenkomst zal eindigen en veroordeling tot ontruiming. Artikelen 7:244 BW en 7:269 lid 1 en lid 2 BW. In het bijzonder toetsing aan artikel 7:269 lid 2 BW. Belangen eiseres (woning
Beroep op huurbescherming ex 7:268 lid 1 BW. Kwalificatie beëindigde hoofdhuurovereenkomst: betrekkelijk tot woonruimte of 230a-bedrijfsruimte? In overwegende mate voor een ander doel dan bewoning in gebruik?