Huurrecht. Ontbinding en ontruiming huurwoning. Voorwaardelijke toewijzing huurachterstand.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Ontruiming winkelpand en afgifte onderhuur overeenkomsten etc. van onderverhuurde woonruimten (art. 7:269 BW) op grond van huurachterstand.
Ontruiming.
Ontbinding hoofdhuurovereenkomst, geen geslaagd beroep op onderhuurovereenkomst.
Huurovereenkomst. Ontruiming onderhuur.
kort geding. ontruimen woonruimte in Coronatijd. onderhuur onzelfstandige woonruimte. einde hoofdhuur voldoende aannemelijk. ontruiming toegewezen, maar op langere termijn (2 maanden). Proceskosten cf tarief Kantonrechter
Vordering van huurder tot nakoming huurovereenkomst afgewezen, omdat huurder de woning nooit heeft bewoond, maar zonder toestemming heeft onderverhuurd. Vordering van verhuurder om huurder te verbieden de woning in gebruik te nemen toegewezen.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:5267. Huur van woonruimte. Onderhuur is op de voet van art. 7:269 lid 1 BW voortgezet tussen de hoofdverhuurster en de onderhuurder. De voor het eerst in hoger beroep door de hoofdverhuurster ingestelde vordering tot beëindiging van de voortgezette on
Art. 7:267, lid 3 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding die reeds 50 jaar duurt van moeder en dochter met licht verstandelijke beperking
Huur bedrijfsruimte. Overtreding verbod tot ingebruikgeving aan derde? Toegestane onderhuurder verhuurt op zijn beurt weer onder. Hoofdverhuurder weet het, maar treedt daartegen feitelijk jarenlang niet op. Dat neemt niet weg dat huurder in beginsel de contractuele boete is versc
Inhoudsindicatie: huur woonruimte; verbod onderverhuur; ontbinding en ontruiming
Kort geding. Onderhuur. Onderverhuurder handelt in strijd met zijn verplichtingen door de woning weer zelf te betrekken en onderhuurder te dwingen de woning te verlaten. De tegen de onderverhuurder toegewezen vordering tot ontruiming en vergoeding van door onderhuurder gemaakte h
Hoger beroep van in eerste aanleg gevoegde partij, zonder (opnieuw) voeging in hoger beroep. Verweer gegrond op eigen recht treft geen doel, omdat de vordering van de wederpartij niet tegen de gevoegde partij was gericht. In hoger beroep voor deze partij geen plaats om voor het e
Onderhuur; ontruimingsvordering tegen onderhuurder; beheerder van huurwoning presenteert zich als verhuurster, terwijl dit niet klopt. Gesteld noch gebleken dat beheerder volmacht heeft om te procederen voor verhuurster. Geen vorderingsrecht. Afwijzing
Executiegeschil, onderhuurbescherming, (on)zelfstandige woonruimte, gevolgen ontruiming.
Executiegeschil, onderhuurbescherming, (on)zelfstandige woonruimte, gevolgen ontruiming.
Huur woonruimte. Verhuurdersvacuum van 12 jaar. Cessie huurachterstanden. Dringend eigen gebruik en renovatie. Ontbinding afgewezen gelet op bijzondere omstandigheden.
Huurovereenkomst woonruimte. Besloten vennootschap in oprichting als huurder. Positie van onderhuurder na vertrek van huurder.
Ontruiming woning. Beroep op bestaan onderhuurovereenkomst niet gehonoreerd.
Kort geding kanton. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst o.g.v. art. 7:231 lid 2 BW. Sluiting burgemeester o.g.v. art. 13b Opiumwet. Vordering tot ontruiming. Hennepkwekerij in berging. Niet aannemelijk dat berging behoort tot gehuurde. Betrokkenheid bij/aansprakelijkh
Kort geding kanton. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst 7:231 lid 2 BW. Sluiting burgemeester 13b Opiumwet. Vordering tot ontruiming. Geen medehuurderschap. Hennepkwekerij in berging op gehuurde standplaats. Verantwoordelijkheid huurder. Toewijzing ontruiming. Langere
Huurrecht. Het hof volgt appellanten niet in het betoog dat zij de huurovereenkomst met geïntimeerde al jaren geleden hebben opgezegd. Vordering tot ontbinding huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur tegen appellanten ook in hoger beroep toegewezen.
Vordering ontruiming door gemeente van onroerende zaak/woning toegewezen. Geen (analoge) toepassing van art. 7:269 BW (vgl. HR 29 oktober 1982, NJ 1983/213 (Tolsma/Rens)) en HR 28 januari 1994, NJ 1994/421 (AHAM/Malherbe)). Gedaagde is geen onderhuurder van een onroerende zaak d
incident in hoger beroep na uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis met ontbinding (hoofd)huurovereenkomst bij onderhuur; onvoldoende belang bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis; artikel 351 Rv
Kort geding vonnis. Toewijzing vordering tot ontruiming (onder)huurders. Geen voortgezette huur i.d.z.v. art 7:269 lid 1 BW. Niet houden van onderhuurder aan onderhuurovereenkomst zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.