De moeder van partij A was huurder van een standplaats met woonwagen van SWD. Zij is overleden. Partij A wil de huur voortzetten. Hij beroept zich daarbij ten eerste op artikel 7:268 lid 2 BW. Partij A stelt dat hij zijn hoofdverblijf bij zijn moeder had en met haar een duurzame,
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Huurzaak. Woonruimte. Inwonende dochter wil huurovereenkomst van overleden moeder voortzetten. Omdat dochter niet de vereiste huisvestingsvergunning heeft, wordt de vordering afgewezen.
Eiser vordert voortzetting van de huurovereenkomst van haar overleden moeder met gedaagde. Eiser stelt een duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar moeder te hebben gehad. Gedaagde betwist dat en stelt dat eiser ook geen aanspraak maakt op de benodigde huisvestingsvergunn
Zoon wil huurovereenkomst van zijn overleden vader voortzetten. Kantonrechter heeft vordering afgewezen. Hof bekrachtigt dit vonnis. Geen huisvestingsvergunning overgelegd en onvoldoende aangetoond dat zoon voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur (art.
Verzoek om voorzetting huurovereenkomst na overlijden moeder afgewezen. Geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
7:268 lid 2 BW, vordering voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder afgewezen, duurzame gemeenschappelijke huishouding niet onderbouwd, geen huisvestingsvergunning omdat inkomen te hoog is, tegenvordering tot ontruiming toegewezen, ontruiming uitvoerbaar bij voorraad ve
Deze vordering tot voortzetting van de huur wordt afgewezen omdat eiser niet over de vereiste huisvestigingsvergunning beschikt en omdat niet is komen vast te staan dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Afwijzing van de vordering in conventie leidt tot t
Kort geding. Huurder overleden. Zoon van overledene woont in gehuurde. Zoon was geen medehuurder en heeft geen vordering ingesteld tot voortzetting van de huur binnen zes maanden na het overlijden van huurder ingevolge art. 7:268 lid 2 BW. Ontruiming en betalingsachterstand toege
Huur na overlijdenhuurder, nieuwe prijs tot stand.
huur woonruimte; recht op medehuurderschap; bejaarde vader wordt verzorgd door zoon; zoon woonde ook al bij de ouders toen vader nog geen zorg nodig had; wel ‘uitgevlogen’ maar op zeer jonge leeftijd al weer teruggekeerd
Geen voortzetting van de huurovereenkomst door broer, want er is niet voldaan aan het duurzaamheidsvereiste uit artikel 7268 BW.
Huurrecht. Huurster heeft een periode met haar vader in diens huurwoning gewoond. Zij stelt dat zij medehuurder is en wil op grond van artikel 7:268 BW de huur voortzetten. Deze vordering wordt afgewezen.
Huurrecht. Kort geding. Gedaagde verblijft na overlijden van haar moeder zonder recht of titel in de huurwoning. Ontruiming toegewezen. Verzochte veel langere ontruimingstermijn afgewezen.
Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst door dochter na overlijden moeder wordt afgewezen. Dochter heeft onvoldoende onderbouwd dat zij haar hoofdverblijf had in de woning. En zelfs als het hoofdverblijf vast komt te staan, heeft dochter met de overgelegde stukken de k
Huur woonruimte, 7:268 lid 2 BW. Mondelinge uitspraak. Bodemprocedure van de zaak die is uitgemond in ECLI:HR:2026:1240. Vonnis uitvoerbaar bij voorraad omdat de vordering kansloos is.
Het gaat in deze zaak om de vraag of een zoon zonder titel of recht verblijft in de woning die zijn overleden moeder huurde. Volgens de zoon heeft hij recht op voortzetting van de huurovereenkomst. De zoon heeft in deze procedure echter niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoet
Zoon mag huurovereenkomst voortzetten na overlijden moeder.
Voortzetting huurovereenkomst op grond van artikel 7:268 BW. Zoon van overleden huurster mag de huurovereenkomst voortzetten, omdat voldoende is komen vast te staan dat sprake is van een duurzame gemeenschapelijke huishouding, die wederkerig is geweest. Verhuurder kan zich in dit
7:268 lid 2 BW. Vordering tot voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder afgewezen; duurzame gemeenschappelijke huishouding onvoldoende onderbouwd. Reconventionele vordering tot ontruiming toegewezen, ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Gedaagde is na het overlijden van zijn moeder in november 2020 in de door haar gehuurde woning blijven wonen zonder de huur over te nemen. Beter Wonen wil dat gedaagde de woning ontruimt omdat hij daar zonder recht of titel verblijft en zich pas medio 2023 heeft gemeld. Gedaagde
In deze zaak gaat het om de vraag of eiser de huurovereenkomst van zijn overleden vader mag voortzetten. Voor de beantwoording van die vraag is onder meer van belang of eiser en zijn vader een duurzame gemeenschappelijke huishouding hadden. Om dat te kunnen beoordelen heeft de ka
Huurrecht; voortzetting huurovereenkomst artikel 7:268 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding?
Huurrecht. Afwijziging vordering om als medehuurder aangemerkt te worden. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding moeder en meerderjarige dochter.
Verzoek medehuurderschap, duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Een huurder moet de woning van zijn overleden moeder in Amsterdam Nieuw-West binnen een maand verlaten.