Kort geding. Ontruiming woonruimte. Huurster woont al jaren niet meer in het gehuurde. Zij is in kort geding tot ontruiming veroordeeld, evenals haar zoon en diens vriendin die in het gehuurde woonden. Deze drie zijn niet in appel gekomen. Het hoger beroep betreft de (in eerste a
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:266 BW
Genoemd in 275 uitspraken · Officiële wettekst
275 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Ontbinding huurovereenkomst woning vanwege in gebruik geven aan derden. Medehuurster is naast huurder hoofdelijk aansprakelijk voor nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst.
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Hoogte kinderbijdrage vastgesteld op minimumdraagkracht in verband met huwelijkse schulden.
Kort geding. Verhuurder heeft de woning van huurders ontruimd en de sloten van het gehuurde vervangen. Huurders vorderen toelating tot de woning, terugplaatsing van de verwijderde inboedel en schadevergoeding. Het verweer van verhuurder dat de huurders de huurovereenkomst hebben
ontbinding huurovereenkomst, verplichting hoofdverblijf hebben in de woning
Vordering in kort geding afgewezen, omdat niet gebleken is van spoedeisend belang van eiseres (huurster). Verlies van de woning of de toegang daartoe is voor haarzelf namelijk niet aan de orde.
Vordering tot vrijwaring, tussentijdse opzegging mogelijk, huur naar zijn aard van korte duur, tekortkoming nakoming tijdige ontruiming, aansprakelijkheid, schade, redelijkheid en billijkheid.
Forumkeuze: Arubaanse rechter bevoegd? Arubaans recht van toepassing? Artikel 7:267 lid 7 BW: vordering dat andere huurder de huur niet langer zal voortzetten: belangenafweging. Andere scheidings- en delingsperikelen.
Kort geding. Affectieve relatie tussen partijen (niet gehuwd, geen geregistreerde partners, geen samenlevingsovereenkomst) is geëindigd. Vrouw met twee kinderen, die het gehuurde daarna heeft verlaten, vordert dat haar voormalige partner het gehuurde ontruimt. Vordering wordt afg
huur woonruimte; bij echtscheiding wordt man aangewezen als huurder, maar de vrouw verblijft daar met kinderen. De man zegt na enige tijd de huur op. Handelt de vrouw onrechtmatig door (vóór respectieveijk na huurbeëindiging) in de woning te verblijven?
Echtscheiding. Toewijzing huurrecht. Belangenafweging.
Rechtsmacht en toepasselijk recht. Toepassing van Zugewinngemeinschaft. Verrekening/verevening van het pensioen naar Duits recht (de 'Versorgungsausgleich').
huurrecht; medehuurderschap echtgenoot ex artikel 7:266 BW; echtscheiding; opnieuw (mede)huurderschap echtgenoot na verbreking samenwoning gedurende meer dan vier jaar?
buitengerechtelijke ontbinding ex artikel 7:231 BW
Vordering ontbinding en ontruiming tegen huurder die het gehuurde gedurende enkele jaren niet meer zelf bewoont maar heeft "overgedaan" aan zijn voordien inwonende zoon met gezin. Geen stilzwijgende huurovereenkomst met de zoon ontstaan. Toewijzing.
Huurrecht voormalige echtelijke woning. Belangenafweging.
Huurrecht. Verzoek tot aanmerken van ‘samenwoner’ als huurder, art. 7:267 BW. Verzoek nog mogelijk na beëindiging van duurzame gemeenschappelijk huishouding? Omstandigheden van het geval.
Ontruiming huurwoning in kort geding wegens bedreiging door huurder van medewerkers van verhuurster. Medehuurster (de vrouw) hoofdelijk aansprakelijk.
Kort geding. Ontruiming ex-echtgenoot afgewezen. Contractuele medehuur. Geen analoge toepassing artikel 7:266 lid 5 BW in dit geval. Vernietigd Hof Amsterdam 07-07-2015. Hof oordeelt: wel analoge toepassing. ECLI:NL:GHAMS:2015:2861
schorsingsincident ex artikel 351 Rv
Faillissement, medehuur, art. 24 en 39 faillissementswet
Huur van woonruimte. Vordering van de verhuurster tot o.m. beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming is alleen tegen de huurster en niet mede tegen diens echtgenote, van rechtswege mede-huurster, gericht. In die vordering wordt de verhuurster alsnog niet-ontvankelijk verk
Executiegeschil. Huurder vordert schorsing van de tenuitvoerlegging tot ontruiming van de woning totdat in hoger beroep op een door hem in te stellen incidentele vordering ex art. 351 Rv is beslist. Vordering afgewezen, geen sprake van misbruik van recht, dan wel van een juridisc
De voorzieningenrechter veroordeel vader, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] de woning te ontruimen en te verlaten.
Verzoek echtscheiding. Door de man zijn twee akten overgelegd met betrekking tot het huwelijk, een van een in 2001 in Pakistan gesloten huwelijk en een van een in 2002 in Afghanistan gesloten huwelijk. Van welk huwelijk dient de echtscheiding te worden uitgesproken? Beoordeling v