Huurrecht. Zakelijk recht van gebruik en bewoning als bedoeld in art. 3:226 BW dan wel overeenkomst van huur en verhuur van een woonruimte? (81 RO).
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:266 BW
Genoemd in 275 uitspraken · Officiële wettekst
275 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Vordering tot ontbinding en ontruiming woonruimte wegens overlast/niet gedragen als een goed huurder. In woning en tuin zijn veel zaken opgeslagen en in tuin zou ongedierte aanwezig zijn. Vordering afgewezen. Huurder heeft een zekere vrijheid betreffende de inrichting van zijn wo
Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming van standplaats in woonwagencentrum wegens aanwezigheid hennepkwekerij op het verhuurde; gevolgen ontbreken van wetenschap bij huurder (81 RO). Samenhang met nr. 07/10746.
Verhuurder vordert ontbinding van de overeenkomst met twee huurders omdat zij de woning niet steeds zelf bewoond zouden hebben. Na er eerst samengewoond te hebben heeft de vrouw na hun echtscheiding bijna 3 jaar alleen in het huis gewoond en na haar vertrek is de man er weer gaan
Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens ernstige tekortkoming tegenover verhuurder voordat huurder in huwelijk trad; rechtsgevolgen van beëindiging voor de echtgenote als medehuurder in de zin van art. 7:266 BW.
medehuurderschap?
Vordering echtgenoot (die i.v.m. huwelijksproblemen uit de woning was vertrokken) tot toelating tot de huurwoning na opzegging en vertrek uit die woning door de andere echtgenoot. Vaststellen of medehuurderschap van de echtgenoot behouden is gebleven ondanks zijn (tijdelijke) ver
Als gevolg van wanprestatie van de verhuurder zegt de hypotheekbank de lening op en eist terugbetaling. Rechtvaardigt dit feit de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst door de huurder en kan daarop een vordering tot betaling van schade worden gegrond?
Eiseres vordert machtiging tot woningruil. De wooncorporatie volgt het beleid van de gemeente dat bewoners van een specifiek woonwagencomplex geen woning mogen huren in de straat gelegen bij dit woonwagencomplex. De woning die eiseres wenst te betrekken is gelegen in die straat,
Naar het oordeel van het hof is evenmin aannemelijk geworden dat WB misbruik van recht maakt door het vonnis van de kantonrechter d.d. 13 juni 2007 te willen executeren zonder de uitspraak in het hoger beroep op dit vonnis af te wachten. Allereerst staat voorop dat het WB in begi
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over verrekening wegens overbedeling ter zake van huurrecht van echtelijke woning; medehuur echtgenoot; voortzetting huurovereenkomst na echtscheiding, verhouding tussen art. 7:266 lid 5 en 3:185 BW; redelijkheid en billijkheid.
Huurders weigeren hun toestemming te verlenen aan het renovatieplan van de verhuurder; verhuurder vordert in kort geding een bevel tot medewerking aan het renovatieplan; spoedeisend belang?; rechtsverwerking?; is het renovatieplan aan te merken als een voorstel i.d.z.v. art. 7:22
kantonzaak. Ontruiming gelast in kort geding. Bewoner was geen medehuurder en heeft, na opzegging van huur door voormalige levenspartner, geen bescherming.
Na ontdekking van de hennepkwekerij, maar vóórdat de kantonrechter de ontbinding uitspreekt, trouwt de huurder. Door het huwelijk wordt de echtgenote medehuurder. Na de ontbinding van de huurovereenkomst wordt zij huurder en de oorspronkelijk huurder/hennepkweker van rechtswege
Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst. Een huurder die als gevolg van een gevangenisstraf gedurende enkele jaren niet in staat zal zijn om zelf het gehuurde te bewonen, schiet tekort in zijn verplichting om het gehuurde zelf in gebruik te hebben en te houden. Hij is immers niet
Hennepkwekerij op woonwagenstandplaats. Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, toegewezen.
Kantonzaak, ontbinding huurovereenkomst woonwagen en standplaats. Hennepteelt.
7:266 BW; geen toerekenbare tekortkoming medehuurder; beroep op medehuurderschap door voorafgaande aan het tegen hoofdhuurder gewezen vonnis tot ontbinding en ontruiming in de woning getrokken echtgenote naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
Niet valt uit te sluiten dat gedaagde thans nog als medehuurder van de woning heeft te gelden, nu eisers hun stelling dat gedaagde vanaf 1997 tot 15 juli 2006 elders woonde onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. Dit betekent dat in dit kort geding niet kan worden aangenomen dat
Verhuurder vordert betaling van de kosten die zij heeft moeten maken omdat het gehuurde niet naar behoren is opgeleverd. Huurder voert aan dat indien de verhuurder niet zou hebben gevergd dat zijn ex-echtgenote de opzegging van de huurovereenkomst mede zou ondertekenen, deze in d
Ontbinding van de huurovereenkomst.
huurprijsvermindering als gevolg van gebreken aan gehuurde woning. Geslaagd beroep op verrekening met huurschuld. Vordering in reconventie niet nodig.
Appellanten huren gezamelijk een onroerende zaak van geïntimeerde. Aan de orde is de vraag of appellanten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor vergoeding van door een van hen veroorzaakte schade. Waar vast staat dat alleen [appellant 2] de schade aan het hekwerk heeft veroorzaakt,
26 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/060HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat:
Huurrecht. Geschil over de vraag wie van partijen aanspraak heeft op het (voortgezet) gebruik en genot van de door de vrouw gehuurde woning, waarin partijen sedert 1985 samenwonen. Geen grond voor analoge toepassing van artikel 7:266 BW, noch van art. 7:267 BW en derhalve geen pl