Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkoper en koper van een beleggingspand bestaande uit verhuurde winkel- en woonruimte over wijziging door de rechter op de voet van art. 6:230 lid 2 BW van de gevolgen van hun koopovereenkomst ter opheffing van het nadeel van de koper – een te
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:257 BW
Genoemd in 282 uitspraken · Officiële wettekst
282 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Appellante heeft verzuimd een vordering ex artikel 7:262 lid 1 BW in te stellen tegen de uitspraak van de huurcommissie met betrekking tot huurverlaging in verband met een onderhoudsgebrek. De uitspraak is deel gaan uuitmaken van de inhoud van de huurovereenkomst.
verhuurders vorderen ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand. Verweer dat de huurachterstand onjuist is berekend wordt door het hof verworpen. Ditzelfde geldt voor het verweer dat opschorting van (een deel van) de huurbetalingen gerechtvaardigd is wegens gebreken. Hof: ni
Huurprijsvermindering. Gebrek of feitelijke stoornis?
[appellante] stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is de door de stichting gevorderde huurpenningen (volledig) te betalen omdat de stichting geen toereikende maatregelen heeft genomen om aan de overlast door de bovenburen een einde te maken. De stichting was volgens [
Er is sprake van een huurgeschil, waarbij gedaagde stelt dat er sprake is van een ernstig gebrek aan de woning, waardoor schimmelvorming optreedt. De Huuradviescommissie heeft geoordeeld dat dit gebrek reden is om de huurprijs van de woning te verlagen. Eiseres vordert te bepalen
huurprijsvermindering als gevolg van gebreken aan gehuurde woning. Geslaagd beroep op verrekening met huurschuld. Vordering in reconventie niet nodig.
Huurder voert voor de kantonrechter aan dat hij de huurpenningen over de periode in kwestie heeft opgeschort/verrekend omdat verhuurder zijn verplichtingen niet is nagekomen en omdat huurder door toedoen van verhuurder schade heeft geleden.