Huur sociale woonruimte. Artikel 7:216, lid 3 BW. Ongerechtvaardigde verrijking? Met toestemming van verhuurder door de huurder gebouwde garage, zonder daarop gebaseerde huurverhoging. Vergoeding voor de huurder bij einde van de huurovereenkomst? Bij de vraag of een verarming van
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:242 BW
Genoemd in 80 uitspraken · Officiële wettekst
80 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Terugvordering borgsom toegewezen. Verhuurder mocht de kosten voor schilderwerk niet verrekenen met de borg. Strijd met artikel 6:224 BW.
Vordering terugbetaling waarborgsom toegewezen. Verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat huurder schade heeft toegebracht aan de woning.
Huurovereenkomst bedrijfspand, met wederzijds goedvinden vroegtijdig beëindigd. Vordering huurder ter terugbetaling borg en gecedeerde geldleningsovereenkomst aan huurder, verrekend met huurachterstand. Reconventionele vordering tot betaling huurachterstand, schadevergoeding wege
Huur woonruimte. Afkoppeling huurster van gemeenschappelijke cv-installatie en aanleg individuele cv-installatie. Heeft huurster na opzegging huurovereenkomst vordering jegens verhuurder o.g.v. ongerechtvaardigde verrijking? Art. 7:216 lid 3 BW en art. 6:212 BW.
Schade als gevolg van exploitatie van een hennepkwekerij in een woning. Tussen partijen is in geschil welke herstelwerkzaamheden aan het gehuurde zijn verricht.
huur woonruimte, opleveringsplicht ex art. 7:224, lid 2 BW, mutatieschade, geen abstracte schadeberekening
Artikel 7:224 lid 2 BW. Oplevering na einde huurovereenkomst. Herstelkosten komen deels voor rekening van de huurder.
Huur bedrijfsruimte. Casco verhuur. Gehuurde is niet casco opgeleverd, terwijl dat wel had gemoeten. Schade en boetes. Geen huurprijsvermindering.
Gehuurde kwalificeert als woonruimte; strekking van arrest Zonhofje I leidt daardoor niet tot een ander oordeel. Huurovereenkomst voor bepaalde tijd na jaar voortgezet. Ogv art. 7:230 jo 7:242 lid 2 mag huurder deze opzeggen obv verlenging onbepaalde tijd
toestemming verhuurder tot plaatsen CV-installatie onder voorwaarde dat installatie na einde huurovereenkomst aan verhuurder toevalt zonder vergoeding aan huurder; strijd met art 7:216.3 en 7:242.2, vordering tot ongerechtvaardigde verrijking toegewezen
Huur van woonruimte. Na afloop van de huur blijft een door de huurster geplaatste cv-ketel achter in het gehuurde. Artikel 7:216, lid 3. Ongerechtvaardigde verrijking. De huurster is akkoord gegaan met de voorwaarde dat de ketel bij het einde van de huur zou vervallen aan de verh
Art. 7:242 BW, 7:271 BW, 7:272 BW en 7:274 BW. Kort geding. Huur woonruimte. Geen sprake van huurovereenkomst in de zin van Wet doorstroming huurmarkt. Beperking aan in huurovereenkomst voor bepaalde tijd opgenomen verlenging ‘elke keer voor 1 jaar’ is in strijd met de wet. Duur
Huurrecht. Mutatieschade na oplevering van het gehuurde. De ernstige vervuiling van het appartement leidt tot toewijzing van schoonmaakkosten en op onderdelen tot kosten van vervanging. Andere opgevoerde schadeposten zijn ofwel niet te herleiden tot het eindinspectierapport ofwel
Einde huurovereenkomst bedrijfsruimte. Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen. Verhuurder beroept zich op beding in algemene voorwaarden dat huurder geen aanspraak heeft op vergoeding. Beding niet onredelijk bezwarend en beroep op dit beding evenmin onaanvaardbaar naar maatst
huur chalet; gebruik als woonruimte; verlenging huurovereenkomst voor bepaalde tijd voor nogmaals bepaalde tijd is vernietigbaar; samenloop boetebeding en contractuele rente
Huur woonruimte. Opzegging door huurder correct? De vraag die daarom moet worden beantwoord is of verhuurder bevoegd was in de brief van 26 april 2011 een voorstel te doen dat, bij aanvaarding door de huurder er toe zou leiden dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd werd omg
Huurrecht standplaats en woonwagen heeft een eenvoudige gemeenschap doen ontstaan, verdeling daarvan en vergoeding.
Kort geding bij de kantonrechter. Partijen hebben een huurovereenkomst betreffende woonruimte gesloten voor bepaalde tijd, met een stilzwijgende verlenging voor twee maal een periode van een jaar. Op grond van artikel 7:242 lid 2 juncto 7:230 BW (en de parlementaire geschiedenis
Milli Görüs heeft onbetwist gesteld dat [geïntimeerde] bij het aangaan van de huurovereenkomst uit 1999 niet heeft geprotesteerd tegen artikel 5.1 AB 1996, en ook dat [geïntimeerde] niet enig voorbehoud heeft gemaakt ter zake van terugbetaling van haar investering in een pand dat
Vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW en artikel 7:216 lid 3 BW). Waardevermeerdering appartement als gevolg van door de huurder bekostigde en met instemming van de verhuurder aangebrachte wijzigingen. Interpretatie EG-richtlijn 93/13 en ambtsha
Bewijslastverdeling cfm art. 7:218 BW ivm art. 7:224 BW. Bewijslast op verhuurder mbt schade aan de buitenkant van het gehuurde, bewijslast op huurder t.a.v. schade in de woning.