Kort geding huurrecht. Niet voldaan aan aanzeggingsplicht tijdelijke huurovereenkomst. Huurovereenkomst is daarom voor onbepaalde tijd verlengd. Verhuurder moet water en elektriciteit weer aansluiten. Reconventionele vordering tot ontruiming wordt afgewezen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:232 BW
Genoemd in 206 uitspraken · Officiële wettekst
206 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
nakoming van de huurovereenkomst, nu de toegang tot de woning is ontzegt. Hospita regeling in combinatie met bepaalde tijd contract. Belangenafweging in kort geding
Zogenoemde “hospitaverhuur” als bedoeld in art. 7:232 lid 3 BW. De opzegregels van art. 7:271 BW blijven gewoon van toepassing (m.u.v. lid 4). Dat betekent dat in zo’n geval huur voor bepaalde tijd niet tegen een datum die ligt vóór het verstrijken daarvan kan worden opgezegd.
Vordering in kort geding tot ontruiming van een kamer op grond van een opgezegde overeenkomst tot hospitaverhuur strandt ook in hoger beroep omdat niet aannemelijk is geworden dat verhuurder in het gehuurde zijn hoofdverblijf houdt. Verkapt incidenteel appel.
Kort geding. Eisers vorderen in deze procedure onder andere een verbod voor gedaagde om de woning zonder toestemming van eisers te betreden. De voorzieningenrechter treft, gelet op de belangen van partijen, een ordemaatregel. Gedaagde mag de woning tot 15 oktober 2026 niet zonder
Tijdelijke huurovereenkomst woonruimte na 1 juli 2024 eindigt niet door tijdsverloop. Opzegging slaagt niet. Splitsing all-in huurprijs. Toetsing aanvangshuurprijs 7:262 BW.
Huurrecht woonruimte, hospita-overeenkomst (art 7:232 lid 3 BW). Hoofdhuurder vordert ontruiming door onderhuurder na opzegging van de overeenkomst. Onderhuurder doet een beroep op huurbescherming omdat hoofdhuurder geen hoofdverblijf meer zou hebben in het gehuurde en het gehuu
Huurrecht. 6:265 BW. De huurovereenkomst tussen de woningcorporatie en gedaagde sub 1 wordt ontbonden, omdat hij tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door zijn hoofdverblijf niet in de woning te houden en meer dan één kamer van de woning in gebruik te geven
Huurrecht. Consumentenrecht. Ambtshalve vernietiging huurovereenkomst woonruimte o.g.v. oneerlijke handelspraktijk. In de beoordeling hiervan het gebruik van oneerlijke bedingen betrokken. Schade onvoldoende onderbouwd. Afwijzingen vorderingen.
Toepassing artikel 7:232 lid 3 BW. Verhuur van een onzelfstandige woonruimte die bij de totstandkoming van de huurovereenkomst niet eerder aan huurder verhuurd is geweest. Onderverhuurder heeft zijn hoofdverblijf in het gehuurde. Onder verhuurder verlaat de woonruimte tijdelijk.
Hospitahuur; ontruiming zonder vonnis; bevoegde opschorting door verhuurder of ongeoorloofde eigenrichting? Schadevergoeding huurder.
Er is geen sprake van hospitahuur. Niet voldaan aan de vereisten van artikel 7:232 lid 3 BW.
De erven van de overleden hospitaverhuurder mochten gebruikmaken van de opzeggingsgrond van artikel 7:274 lid 1 onderdeel f BW. Huurder heeft geen recht op een verhuiskostenvergoeding.
De verhuurder van een kamer van 13 m2 in Amsterdam mag deze ontruimen. Er was een huurovereenkomst gesloten op basis waarvan duidelijk was dat slechts één persoon de kamer zou bewonen.
Arrest in hoger beroep in twee samenhangende zaken (bodemzaak en het bijbehorende executie-kortgeding). De zaken betreffen een huurkwestie. In de bodemzaak gaat het naar de kern genomen om de navolgende twee vragen: - Is het gehuurde zelfstandige woonruimte of onzelfstandige woon
Kort geding. Vordering tot ontruiming afgewezen. Teveel onduidelijkheid over de feitelijke omstandigheden, hoe de huurovereenkomst gekwalificeerd moet worden en welk regime op de huurovereenkomst van toepassing is.
Geen hospitaverhuur, verhuurder heeft niet zelf hoofdverblijf in de woning. De huurachterstand rechtvaardigt ontruiming op korte termijn. De huurder dient de oorspronkelijke sloten terug te plaatsen, dan wel de verhuurder de nieuwe sleutels te geven en hem weer toe te laten tot z
Overlijden procespartij, artikel 225 en 227 Rv. Opzegging van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:232 lid 3 BW (hospitaverhuur). Ontruiming van de woning en toegang erfgenamen in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap.
Afwikkeling huurrelatie woonruimte. Diverse vorderingen over en weer.
Ontbinding en ontruiming gehuurde, kort geding. (ver)Huur zelfstandige woonruimte. Voor de beantwoording van de vraag of het gebruik van de 2e etage al of niet moet worden aangemerkt als gebruik van zelfstandige woonruimte, moet worden onderzocht hetgeen partijen, mede in aanmerk
Kort geding. Geschil tussen ex-partners. Vordering tot ontruiming. Aannemelijk dat sprake is van een (onder)huurovereenkomst m.b.t. onzelfstandige woonruimte. Vordering toewijsbaar nu de overeenkomst door eiseres is opgezegd.
huurovereenkomst hospitaverhuur hoofdverblijf onzelfstandige woonruimte
Huuropzegging binnen 9 maanden na aanvang met beroep op art. 7:232 lid 3 BW. Geen sprake van zelfstandige woning op derde verdieping, nu er geen eigen toegang is. Trappenhuis en gangen zijn geen gemeenschappelijke (verkeers)ruimte, maar behoren tot domein van verhuurster. Huurste
Art. 81 lid 1 RO. (Onder)huur woonruimte. Zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW?
artikel 7:232, derde lid BW: hospitaverhuur