Gedaagde (verhuurder) is ogv art 7:226 lid 1 BW gebonden aan afspraak onbelaste huur. Eisers hebben koopovk mbt de inventaris overgelegd. Gedaagde heeft niet geconcretiseerd dat vorige verhuurder nog eigenaar was. Eigendomsrecht inventaris ligt bij eisers
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:226 BW
Genoemd in 344 uitspraken · Officiële wettekst
344 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Samenhangende zaken over huur van bedrijfsruimte en daarboven gelegen bovenwoning, waarvoor partijen in het verleden één huurprijs (voor het hele pand) zijn overeengekomen. Nadat tussen partijen in rechte is komen te staan dat sprake is van huur van zelfstandige woonruimte en van
Kort geding. Huur mast-/antenne- en opstelruimte door telecomprovider. Is geïntimeerde door het vestigen van een recht van opstal op grond van artikel 7:226 BW opvolgend verhuurder geworden? Uitleg notariële akte; objectieve maatstaf. Het recht van opstal omvat niet het gehele ge
Artikel 7:226 lid 1 en 3 BW. Is koper van verhuurde zaak gebonden aan voorkeursrecht van koop van huurder? Zie Vendex-arrest.
Huur bedrijfsruimte. Uitleg van in huurovereenkomst opgenomen koopoptie voor huurder.
7:226 BW; strekking later afspraak; sprake van beding waaraan opvolgend verhuurder is gebonden?
Ontbinding koopovereenkomst woning; contractuele boete; huurovereenkomst korte duur; art. 7:232 lid 2 BW; huur tot overdracht van al aan huurders verkochte woning; ontruiming.
Koop onroerende zaak. In strijd met de koopovereenkomst was het gekochte ten tijde van levering niet vrij van gebruikers/huurders. Niet gebleken is dat de verkoopster over de periode na de levering huurpenningen heeft ontvangen, dus geen ongerechtvaardigde verrijking. Vordering i
Huurder van kantoorruimte beroept zich rechtsgeldig op opschorting van zijn verplichtingen tot betaling van huur op grond van artikel 6:37 BW, omdat naast de verhuurder van de kantoorruimte ook de Vereniging van Eigenaren van het kantoorgebouw, en de bank (op grond van een pandre
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Onrechtmatige daad. Samenhang met zaak 19/03864.
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Opschortingsrecht; art. 6:37 BW. Samenhang met zaak 19/02012.
Schorsing tenuitvoerlegging – geen betaling huur of gebruiksvergoeding
vordering tot ontruiming; zonder recht of titel of sprake van huur? kort geding
Huur bedrijfsruimte. Opzegging door verhuurder. Artikel 7:296 BW. Dringend eigen gebruik, niet instemmen met redelijk voorstel, belangenafweging. Schadeloosstelling ex artikel 7:309 BW. Verhuis- en inrichtingskosten ex 7:297 BW.
Uitleg beding “tegen algehele en finale kwijting”.
Huur bedrijfsruimte. Zaak i.v.m. renovatie van winkelcentrum Schalkwijk. Vordering van ex-huurder tot schadevergoeding wegens onjuiste huuropzegging is door kantonrechter terecht afgewezen. Met (door de kantonrechter goedgekeurd) afwijkend beding heeft huurder afstand gedaan van
Verzoek tot opheffing beslag en het verbieden om nieuwe beslagen op te leggen. Beslag tot afgifte dient opgeheven te worden omdat het verlof is verleend voor het leggen van een leveringsbeslag en niet tot afgifte van percelen. Het conservatoir beslag tot levering van de drie perc
verzetzaak, schadevergoeding gevorderd na ontruiming op grond van verstekvonnis in huurzaak
Kort geding, huur bedrijfsruimte. Uitleg voorwaarde waaronder incidenteel appel is ingesteld; voorshands geen opvolgend verhuurder door instemming, eigendomsoverdracht of splitsing; voorshands geen juridisch afdwingbare toezegging tot plaatsing van een hek waardoor verhuurder op
Kort geding, ontruiming. Een beding inhoudende een persoonlijk recht tot gebruik zonder dat een tegenprestatie is overeengekomen kan niet als huur worden gekwalificeerd en gaat daarom niet op grond van art. 7:226 BW over op een verkrijger van het goed. Het recht van gedaagde vloe
Huurder van supermarkt spreekt verhuurder aan tot vergoeding van schade vanwege instorting van een deel van het dak na zware regenval. Het hof wijst, net als de rechtbank, de vordering af. Beroep van verhuurder op exoneratie voor schade vanwege gebreken afgewezen vanwege strijdig
Huur bedrijfsruimte. Gebreken. Servicekosten
Incidentele vordering tot schorsing ex art. 225 Rv. Schorsing terecht ingeroepen. Sprake van rechtsopvolging onder bijzondere titel. Derde heeft processuele positie van appellanten overgenomen. Hoofdzaak in 2016 geroyeerd en in 2019 opnieuw aangebracht. Hof verstaat dat procedure
Huur bedrijfsruimte. Gezien de omstandigheden wordt de gevorderde contractuele boete van ruim € 200.000,= wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst afgewezen. Gemeente wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ruim € 50.000,= op
Vervolg op HR 6 oktober 2017 (ECLI NL HR 2017 2560) art. 7 226 BW-SXM splitsing huurovereenkomst na gedeeltelijke overdracht