Kort geding. Huurrecht. Huurder wordt veroordeeld verhuurder toe te laten om gebreken aan het gehuurde te herstellen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
De verhuurder van het wooncomplex Laakhaven aan het Willem Dreespark te Den Haag vordert in kort geding dat een aantal huurders worden veroordeeld hun medewerking te verlenen aan werkzaamheden aan hun flatwoning en aan het complex, bestaande uit het vervangen van de open-gasinsta
Hunkemöller huurt een winkelpand aan de Kalverstraat. De verhuurder wil einde van de huurovereenkomst, omdat zij wil renoveren om daarna aan een nieuwe huurder een hogere huurprijs te kunnen vragen. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van dringend eigen gebruik, omdat
Geschil tussen huurder van een pand in een winkelcentrum en de ontwikkelaar / toekomstige verhuurder van het winkelcentrum over de vraag of er tussen hen overeenstemming is bereikt over een door de winkelier te ontvangen vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten. Wel sprak
Verhuurder doet renovatievoorstel waarmee 70% van de huurders instemt. De protesterende huurders (gedaagden) hebben geen gebruik gemaakt van de acht weken termijn als genoemd in art. 7:220 lid 3 BW. Zij worden veroordeeld mee te werken aan de renovatie.
Huur woonruimte. Voorstel tot renovatie waarbij de zolder, die al sinds 20 jaar met medeweten van verhuurder als woon-/verblijfsruimte in gebruik is, als zodanig zal vervallen, is niet redelijk, ook omdat niet duidelijk is gemaakt waarom dat vervallen noodzakelijk zou zijn met he
herstelwerkzaamheden huurwoning in de zin van 7:220 BW, gedeeltelijke ontruiming op grond van artikel 558 aanhef onder b Rv.
renovatie, vergoeding kosten verhuizing en inrichting, matiging forfaitair bedrag art. 7:275 lid 4 BW.
Werkzaamheden met betrekking tot verhelpen geuroverlast als ook daarmee samenhangende werkzaamheden zijn niet te kwalificeren als renovatie, omdat er geen sprake is van een toename van het woongenot. Huurder kan geen aanspraak maken op enige vergoeding op grond van het sociaal st
Vordering huurder van woonruimte in kort geding tot weder-aansluiting water en energie toegewezen.
Huurrecht. Regentenkamer onroerende aanhorigheid van gehuurde woning?
Verhuiskostenvergoeding nav HR 22-4-2016 en MvT. Geen noodzaak tot verhuizen gelet op aard van renovatie en gestelde persoonlijke omstandigheden. Vorderingen afgewezen.
Verhuiskostenvergoeding nav HR 22-4-2016 en MvT. Bijkomende (persoonlijke) omstandigheden maken verhuizing noodzakelijk (zwangerschap met complicaties). Overige vorderingen afgewezen.
Geschil over uitvoering onderhoudswerkzaamheden aan huurwoning. Belang bij hoger beroep?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Huur bedrijfsruimte. Perikelen rond de vraag of geïntimeerde (vanwege de ontbinding van de oorspronkelijk hurende vof en de oprichting van de huidige vof, geïntimeerde) de huurder is. Onvoldoende belang bij althans misbruik van recht ten aanzien van de op die grond door verhuurde
huur; ontruiming wegens verboden onderhuur en verboden wijziging gehuurd
Huur woonruimte. Afwijzing vordering ex 843a Rv. Verklaring voor recht dat het voorstel van Ymere met betrekking tot het verwijderen en het vervangen van de geiser in de woning van huurder door een tapketel een redelijk voorstel is in de zin van art. 7:220 lid 2 BW. Het bestreden
Vordering tot verklaring voor recht dat een renovatievoorstel van eiseres redelijk is in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW. Kantonrechter oordeelt dat de stelling dat de renovatie noodzakelijk is wegens eisen van brandveiligheid op losse schroeven is komen te staan en dat gedaagd
verhuiskostenvergoeding ex artikel 7:220 lid 5,6 en 7 BW bij renovatie woningencomplex, Noodzaak te verhuizen aangenomen. Recht op verhuiskostenvergoeding ook als dat recht niet in het renovatievoorstel is opgenomen.
Vordering tot ontruiming in kort geding wegens - onder meer - ongeoorloofde onderhuur van een kamer in het gehuurde.
Huurrecht. Regeling tussen partijen in geschil over de vraag of huurder vanwege renovatie van de woning noodzakelijk moest verhuizen.
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte. Huurder heeft zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt door, toen verhuurder in verband met de uitvoering van werkzaamheden door een loodgieter en een timmerman in het gehuurde aanwezig was, met een honkbalknuppel dreigende bewegin
Renovatievoorstel. Bewijslastverdeling in het kader van de redelijkheidstoetsing van een renovatievoorstel. Kantonrechter heeft geoordeeld dat, nu minder dan 70% van de huurders heeft ingestemd met het renovatievoorstel van de verhuurder, laatstgenoemde de redelijkheid ervan moet
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Vordering tot ontbinding en ontruiming wegens dringend eigen gebruik (renovatie). Relevantie structurele wanverhouding kosten renovatie en opbrengsten. Verhouding tussen art. 7:220 en art. 7:274 lid 1 onder c BW.