Ontbinding huurovereenkomst. Huurder laat stelselmatig verhuurder niet toe in het gehuurde voor het noodzakelijke herstel. Verzuim huurder.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Huur woonruimte; verblijf in volledig ingerichte logeerwoning tijdens renovatie; geen noodzakelijke verhuizing in de zin van artikel 7:220 lid 5 BW; geen recht op de verhuiskostenvergoeding van artikel 7:220 lid 6 BW
huur woonruimte; verblijf in volledig ingerichte logeerwoning tijdens renovatie; geen noodzakelijke verhuizing wegens renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 5 BW en geen recht op de verhuiskostenvergoeding van artikel 7:220 lid 6 BW.
Renovatie huurwoning in wooncomplex. Geen 70% instemming. Redelijkheid renovatievoorstel.
Kort geding. Huurwoning met brandgevaar wegens ernstige vervuiling woning. Huurder verblijft in gesloten inrichting. Machtiging aan verhuurder ex art. 3:299 lid 1 BW om huurwoning te betreden ter opheffing brandgevaar.
Huurovereenkomst woonruimte (flatwoning). Projectmatig uitgevoerde werkzaamheden. Samenloop van dringende werkzaamheden, renovatie en andere (onderhouds)werkzaamheden. Geen aanspraak op vergoeding van verhuis- inrichtingskosten omdat de werkzaamheden die gericht waren op renovati
De verhuurder van het wooncomplex Laakhaven aan het Willem Dreespark te Den Haag vordert in kort geding dat een aantal huurders worden veroordeeld hun medewerking te verlenen aan werkzaamheden aan hun flatwoning en aan het complex, bestaande uit het vervangen van de open-gasinsta
Huur woonruimte. Voorstel tot renovatie waarbij de zolder, die al sinds 20 jaar met medeweten van verhuurder als woon-/verblijfsruimte in gebruik is, als zodanig zal vervallen, is niet redelijk, ook omdat niet duidelijk is gemaakt waarom dat vervallen noodzakelijk zou zijn met he
herstelwerkzaamheden huurwoning in de zin van 7:220 BW, gedeeltelijke ontruiming op grond van artikel 558 aanhef onder b Rv.
Verhuiskostenvergoeding nav HR 22-4-2016 en MvT. Bijkomende (persoonlijke) omstandigheden maken verhuizing noodzakelijk (zwangerschap met complicaties). Overige vorderingen afgewezen.
Geschil over uitvoering onderhoudswerkzaamheden aan huurwoning. Belang bij hoger beroep?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Huur bedrijfsruimte. Perikelen rond de vraag of geïntimeerde (vanwege de ontbinding van de oorspronkelijk hurende vof en de oprichting van de huidige vof, geïntimeerde) de huurder is. Onvoldoende belang bij althans misbruik van recht ten aanzien van de op die grond door verhuurde
huur; ontruiming wegens verboden onderhuur en verboden wijziging gehuurd
verhuiskostenvergoeding ex artikel 7:220 lid 5,6 en 7 BW bij renovatie woningencomplex, Noodzaak te verhuizen aangenomen. Recht op verhuiskostenvergoeding ook als dat recht niet in het renovatievoorstel is opgenomen.
Vordering tot ontruiming in kort geding wegens - onder meer - ongeoorloofde onderhuur van een kamer in het gehuurde.
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte. Huurder heeft zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt door, toen verhuurder in verband met de uitvoering van werkzaamheden door een loodgieter en een timmerman in het gehuurde aanwezig was, met een honkbalknuppel dreigende bewegin
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte en veroordeling van huurder tot ontruiming omdat de huurder de verhuurder jarenlang niet in de gelegenheid stelt tot het verrichten van noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de woning.
huurrecht; aanwezigheid asbest in stortkokers flatgebouw levert gebrek op aan het gehuurde; afsluiting kokers; dringende werkzaamheden ex 7:220 BW; deponeren huisvuil in ondergrondse vuilcontainers voor huurder niet onoverkomelijk
Kort geding. Huur woonruimte. Beoogde vervanging door verhuurder van open verbrandingstoestellen door HR-ketels. Geen dringende werkzaamheden als bedoeld in art. 7:220 lid 1 BW, wel renovatie als bedoeld in art. 7:220 lid 2 BW. In casu redelijk voorstel. Huurders moeten renovatie
Medewerking huurders aan dringende (herstel)werkzaamheden, als bedoeld in artikel 7:220 BW.
Gevorderde voorziening tot betaling van een nog niet ingegane huurverhoging in verband met een nog te realiseren aanleg van CV in de gehuurde woning, wordt afgewezen.
Huur woonruimte. Renovatievoorstellen als bedoeld in artikel 7:220 lid 2 en 3 BW, meer dan 70% van de huurders hebben met het voorstel van geïntimeerde ingestemd. leef-/werkruimte. Bij de bepaling van de redelijkheid jegens appellant van dit onderdeel van het renovatieplan wordt
Dringende onderhoudswerkzaamheden aan huurwoning. Verplichting van huurder om deze werkzaamheden te gedogen.
huur middenstandsbedrijfsruimte; opzegging wegens primair dringend eigen gebruik (renovatie), subsidiair slecht huurders gedrag en meer subsidiair algemene belangenafweging; gebondenheid rechter aan volgorde opzeggingsgronden; splitsing werkzaamheden aan pui en fundering met voor