Overlast; herstelwerkzaamheden; huurgenot; vermindering huurprijs; immateriële schadevergoeding. Huurder is na herhaalde bedreiging door buurman de woning ontvlucht en niet meer teruggekeerd. Huurder in beginsel gehouden tot vergoeding van herstelkosten. Desondanks vordering daar
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:207 BW
Genoemd in 896 uitspraken · Officiële wettekst
896 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 36 · live
Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de door [A.] gestelde gebreken en het gestelde noodzakelijke onderhoud, ook indien ervan uit wordt gegaan dat WB Nederland met de uitvoering hiervan in gebreke is gebleven, niet de stopzetting van de volledige huurbetaling. WB Nederland
Niet is komen vast te staan dat sprake is van onrechtmatige kennisname van bedrijfsvertrouwelijke informatie. Evenmin is komen vast te staan dat er sprake is geweest van ongeoorloofde vergelijkende reclame. Term 'Cyclorama' geniet geen merkenrechtelijke bescherming en ook op ande
Kantonzaak, huurrecht. Vraag of huurder van art. 7:290-bedrijfsruimte 50% van de huurprijs mocht opschorten. Door huurder genoemde oorzaken van tegenvallende bezoekersaantallen en daardoor tegenvallende omzet leveren geen gebrek op waarvoor de verhuurder aansprakelijk is.
Europarcs (exploitant) vordert ontruiming staanplaats van huurder op park van exploitant. Ktr: aan de opzegging van de overeenkomst dient een belangenafweging ten grondslag te liggen, maar deze afweging hoeft niet uit de opzeggingsbrief te blijken. Huurder voert aan dat bij ontru
Naar het oordeel van het hof levert het vrijkomen van (bruine) asbest in het plafond van het pand een gebrek op in de zin van art. 7:204 lid 2 BW. Gezien de ratio van deze bepaling levert de enkele aanwezigheid van asbest in de plafondplaten nog geen gebrek op in de zin der wet,
Huur; achterstallige huur, gebrekenprocedure, vervaltermijn art. 7:257 BW, zorgcontract, schadevergoeding.
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis in afwachting van verzetprocedure. Schending substantieringsplicht (artikel 111 lid 3 Rv).
Zie ook tussenvonnis LJN BD9746. Huurzaak. Vordering tot vermindering huurprijs in verband met niet/gebrekkig functionerend verwarmings- en ventilatiesysteem. Deskundigenoordeel. Sprake van verminderd huurgenot in beperkt deel van het gehuurde, voornamelijk in koude periodes. Huu
Huurzaak. Door de huurder gestelde gebreken aan het gehuurde. Verhuurder is in het onderhavige geval niet verplicht om deze gebreken te verhelpen. Huurprijsvermindering wegens vermindering huurgenot wordt afgewezen, bij gebreke van voldoende onderbouwing van de vermindering van h
Huurzaak. Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van achterstalige huuropenningen. Gedaagde beroept zich op opschorting van de huurpenningen en op matiging van de huur in verband met achterstallig onderhoud. Geen recht op opschortin
De Gemeente heeft een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorlopige voorzieningen aangezien zij, in verband met de herontwikkeling van het winkelcentrum City Plaza te Nieuwegein, op korte termijn moet kunnen beschikken over de winkelruimten, die [appellant sub 1] en P
Artikel: 7A:1589 (oud) BW. De vraag is of de gehuurde atelierrruimte geheel en al is vergaan door brand. Het hof beantwoordt die vraag, net als de kantonrechter, ontkennend. Verder beslist het hof dat er geen grond is om de verhuurder te veroordelen tot betaling aan de huurder va
verhuurders vorderen ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand. Verweer dat de huurachterstand onjuist is berekend wordt door het hof verworpen. Ditzelfde geldt voor het verweer dat opschorting van (een deel van) de huurbetalingen gerechtvaardigd is wegens gebreken. Hof: ni
Huurprijsvermindering. Gebrek of feitelijke stoornis?
Huurbedrijfsruimte. Lekkage door dak. Opschorting huurbetalingen deels terecht geacht door kantonrechter. Terugkomen op eindbeslissing in tussenvonnis? Vermindering huurprijs voor bepaalde periode toegekend. Door verhuurder gevorderde ontbinding en ontruiming afgewezen.
In deze zaak twisten partijen over de vraag of de huur van een bedrijfsruimte al of niet is opgezegd, over de vraag of een mondelinge overeenkomst met betrekking tot een opslagruimte en parkeerplaats nog voortduurt en tenslotte over de vraag in hoeverre gebreken in het gehuurde
[appellante] stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is de door de stichting gevorderde huurpenningen (volledig) te betalen omdat de stichting geen toereikende maatregelen heeft genomen om aan de overlast door de bovenburen een einde te maken. De stichting was volgens [
De kantonrechter verwerpt het beroep van gedaagde op opschorting van de huurpenningen. Gedaagde wist bij aanvang van de mondeling gesloten huurovereenkomst dat de zes boxen in een manege in slechte staat verkeerden. Gedaagde heeft niet concreet aangegeven in welk opzicht de staat
Verhuurders vorderen bij wege van voorlopige voorziening ex art. 223 Rv hoofdelijke veroordeling van huurders tot betaling van huurpenningen en de huurders te gebieden het gehuurde weer in gebruik te nemen op straffe van verbeurte van een dwangsom. De kantonrechter wijst de incid
huurprijsvermindering als gevolg van gebreken aan gehuurde woning. Geslaagd beroep op verrekening met huurschuld. Vordering in reconventie niet nodig.
Huurder voert voor de kantonrechter aan dat hij de huurpenningen over de periode in kwestie heeft opgeschort/verrekend omdat verhuurder zijn verplichtingen niet is nagekomen en omdat huurder door toedoen van verhuurder schade heeft geleden.
Aansprakelijkheid verhuurder voor schade van huurder veroorzaakt door in het verhuurde bedrijfspand aanwezige asbest. Bewijsopdracht ter zake gedeeltelijke omvang van de schade.
kantonzaak; huurovereenkomst; tijdelijke huurkorting in verband met niet verholpen overlast.
12 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/206HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerder 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS i