Overeenkomst van onderaanneming. Hoofdaannemer vordert schadevergoeding van onderaannemer wegens tekortkomingen in het werk, waaronder vertraging. Onderaannemer beroept zich terecht op opschorting en schuldeisersverzuim. Opschortingsbevoegdheid niet vervallen door zekerheidstelli
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:264 BW
Genoemd in 11 uitspraken · Officiële wettekst
11 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Aannemer ontbindt overeenkomst omdat aanneemsom niet (volledig) is voldaan; opdrachtgever schort betaling op wegens tekortkoming.
Renvooiprocedure artikel 486 Rv; Ratio artikel 3:264 lid 7 BW. Huurster die bestuurd wordt door verhuurder/hypotheekgever en het gehuurde onderverhuurt, krijgt in gegeven omstandigheden geen voorrang op opbrengst executie. Ontoereikende onderbouwing van gestelde schade.
Art. 81 lid 1 RO. Aanneming van werk. Geschil over omvang en kwaliteit overeengekomen werkzaamheden. Opschortingsrecht opdrachtgever?
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Schuldeisersverzuim van huurder door onterechte afwijzing van voorstel van verhuurder tot herstel van gebreken (art. 6:58 BW)? Voldoet aanbod van verhuurder aan de eisen van art. 6:86 BW?
Bemiddelingskosten huur woonruimte
Contractenrecht; opschortingsrecht. Uitleg van gedingstukken. Staat contractueel verrekeningsverbod aan opschorting ter verkrijging van schadevergoeding in de weg? Slagende motiveringsklacht over hoogte vervallen rente. Gedeeltelijke werking ontbindingsverklaring.
“Voorshands wordt geoordeeld als volgt. Uit de overgelegde stukken en foto’s blijkt dat het assortiment artikelen dat in de vestiging wordt gevoerd, terwijl zij opereert als “hot chocolate” zaak of “ijssalon” niet wezenlijk anders is dan dat ten tijde van het opereren als “ koffi
Executiekortgeding, verlof voor het inroepen van het huurbeding ex artikel 3:264 lid 5 een juridische of feitelijke misslag?
Huurster heeft betaling opgeschort omdat zij niet over stromend water beschikte. De betalingsopschorting is gebaseerd op 6:262 e.v. BW. Op grond van deze artikelen mag een verplichting ook worden opgeschort indien de verplichting die de andere partij dient te vervullen, niet verv
Met betrekking tot het beroep op het opschortingsrecht overweegt het hof als volgt. Uit de stellingen van [appellant] in eerste aanleg blijkt dat er volgens hem in oktober 1999, december 1999 en juli 2000 (gevolg)schade is ontstaan, naar het hof begrijpt als gevolg van wateroverl