Geschil na de gerechtelijke ontbinding van een agentuurovereenkomst over de verschuldigdheid van achterstallige provisie op de voet van art. 74d lid 1 onder c (oud) K en op art. 74o (oud) K. gebaseerde klantenvergoeding; vervolg op HR 25 oktober 2002, nr. C00/208, LJN: AE 5796; r
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:248 BW
Genoemd in 5.399 uitspraken · Officiële wettekst
5.399 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 135 · live
Deze procedure gaat over de financiële afwikkeling van de op kosten van Steenoven en de Gemeente uitgevoerde sanering van het bedrijfsterrein.
Door een fusie van werkgevers en pensioenfondsen is er sprake van wijziging in de vaststelling van de jaarlijkse indexering. De Vereniging van pensioengerechtigden -eiseres- gaat hiermee niet akkoord, nu het een specifieke driepartijenafspraak betreft die door fusie niet ongedaan
Internationaal verzekeringsgeschil n.a.v. een schikking binnen de filmindustrie; dekking polis, uitleg naar Nederlands recht van op de Londense beurs gesloten verzekering, Haviltex-maatstaf, ter beurze bestaande opvattingen; beroep op vervalbeding in een verzekeringsovereenkomst,
Voor zover gedaagde c.s. stelt dat het sluiten van de overeenkomst tot bemiddeling bij verkoop een dwingende rechtsbepaling en dus nietig is op grond van het tweede lid van artikel 3:40 BW, wordt deze stelling verworpen. Het toepassingsgebied van deze bepaling is blijkens de parl
Afwikkeling arbeidsovereenkomst. Geen matiging van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 lid 1 BW. Verjaring pensioenaanspraak. Vordering tot nakoming van een contractuele afvloeiingsregeling naast een reeds toegekende ontbindingsvergoeding hier naar maatstaven van redelijkhei
Effectenlease, schending zorgplicht, geen clausaal verband tussen schending zorgplicht en verlies inleg; wel in onvoldoende mate gewaarschuwd voor financiële consequenties tussentijdse beëindiging
Eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden.
Verzekeringsrecht: verzwijging strafrechtelijk verleden.
Arbeidsgeschil, aanspraak werknemer op suppletie door werkgever van AAW/WAO-uitkering, toetsing aan de eisen van goed werkgeverschap als bedoeld in art. 7:611 BW, beginsel van gelijke beloning voor gelijke arbeid, objectieve rechtvaardigingsgrond, “Agfa-criterium”, 81 RO.
Deelnemersovereenkomst tussen reisorganisatie en SGR; wijziging van statuten van SGR.
Of een bankgarantie voor de uitgevende bank een beroep op de achterliggende overeenkomst al dan niet uitsluit – of dus sprake is van een garantie met een abstract karakter – moet van geval tot geval worden beslist door na te gaan welke zin betrokkenen in de gegeven omstandigheden
Univé voert verweer dat erop neerkomt dat zij niet tot vergoeding van de volledige schade is gehouden nu sprake is van onderverzekering, dat haar ter zake geen verwijt treft, en doet, voor zover haar wel een verwijt zou treffen, een beroep op eigen schuld.
Koopovereenkomst. Boetebeding. Matiging.
Leemte in managementovereenkomst met betrekking tot tussentijdse beëindiging. Uitleg, toepassing Haviltex.
Scheiding en deling na echtscheiding. Pensioenrechten. Overgangsrecht Wet verevening pensioenrechten. Huwelijkse voorwaarden.
Boete wegens niet voldoen aan bebouwingsverplichting Bedrijventerein De Grens.
Bij akte van 17 juni 1999 heeft de gemeente ter uitvoering van een eerder tussen partijen gesloten overeenkomst een perceel bouwgrond, thans met het adres [adres], in eigendom aan [appellante] overgedragen. Bij de overeenkomst had de gemeente de toepasselijkheid bedongen van de d
[geïntimeerde] heeft - na verwijzing - gevorderd dat [appellant] zal worden veroordeeld tot terugbetaling van al hetgeen [geïntimeerde] op basis van het door de Hoge Raad vernietigde arrest van het gerechtshof Arnhem d.d. 7 januari 2003 aan [appellant] heeft gerestitueerd, waaron
Een notariskantoor laat nieuwe telefoonvoorzieningen op haar 2 vestigingen verzorgen door een ICT-bedrijf. Het notariskantoor is ontevreden en vordert ontbinding. Gedaagde beroept zich op haar AV, die ontbinding uitsluiten. Het notariskantoor verzet zich daartegen met o.a. een be
Het gaat in dit hoger beroep kort weergegeven om het navolgende. [geïntimeerde], destijds zelfstandig gevestigd verzekeringstussenpersoon, heeft bij overeenkomst van 19 december 2000 (verder te noemen de overeenkomst) zijn assurantieportefeuille tegen betaling van f 272.000,-- ov
Verzekeringsrecht. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiser 1 en eiseres 2 aanspraak hebben op een uitkering op basis van de inboedelverzekering.
Vraag of overeenkomst tussen partijen nietig is wegens strijd met (Europees) mededingingsrecht.
vereniging van effectenbezitters / Fortis Bank (Nederland) B.V.
De rechtbank legt de stellingen van Lagerwey aldus uit dat zij een beroep op schuldeisersovermacht doet. De rechtbank honoreert dit beroep. De rechtsgevolgen van schuldeisersovermacht zijn niet in de wet geregeld. Zij worden bepaald door de redelijkheid en billijkheid. Lagerwey h