Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspe
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:211 BW
Genoemd in 22 uitspraken · Officiële wettekst
22 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding verenigbaar met het eenzijdig dwingende recht met betrekking tot particuliere opdrachtgeve
Kansspelzaak. Gokbedrijf beschikte tijdens de speelperiode niet over een vergunning om (online)kansspelen aan te bieden in Nederland. Dit leidt tot nietigheid van de kansspelovereenkomst. Gokbedrijf moet eiser het verloren geld terugbetalen.
Kansspelzaak. Prejudiciële vragen. Bij tussenvonnis van 12 juni 2024 is het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan partijen voorgelegd, die daarop mochten reageren. Dit heeft tot een aanpassing van een van de vragen geleid. De vragen worden nu aan de Hog
Rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland stellen vragen aan de Hoge Raad over online gokken
-
15 april 2005 Eerste Kamer Nr. R03/147HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: EAST CARIBBEAN CELLULAR N.V., gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen, EISERES tot cassatie, advocaat: mrs. R.S. Meijer en M.E.M.G. Peletier, t e g e n CELLULAR ONE COMMUNICATIO
Kansspelzaak. Gedaagde is een Maltees gokbedrijf. Nederlandse rechter bevoegd omdat gokbedrijf haar activiteiten mede op Nederland gericht heeft (Pammer/Alpenhof-criteria). Nederlands recht van toepassing. Gokbedrijf beschikte tijdens de speelperiode niet over een Nederlandse ver
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspe
Huur, o&o. Huurachterstand overleden moeder gedaagde toegewezen na wijziging grondslag ongerechtvaardigde verrijking in voortgezet huurderschap (7:268 BW).
Artikel 2:6 lid 3 BW: partij die afging op inschrijving in Handelsregister in casu niet "onkundig" in de zin van dit artikel.
Nietigheid beding m.b.t. regenwatersysteem wegens in strijd met de wet (Woningwet)
Incidenteel vonnis. Een enkel uitgesproken vermoeden is onvodoende voor rechtmatig belang.
Exploitatieovereenkomst met gemeente. Nietigheid wegens strijd met exploitatieverordening (art. 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud)). Onverschuldigde betaling. Vergoeding van de waarde van door de gemeente verrichte werkzaamheden, art. 6:210 lid 2 BW. Voldaan aan eisen van HR
Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud). Verhaal van kosten van voorzieningen van openbaar nut. Nietigheid exploitatieovereenkomst wegens strijd met gemeentelijke exploitatieverordening; HR 6 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AT9056, NJ 2006/201. Waardevergoeding indien aard van de pres
Terugvordering van bovenmatige schenkingen. Getrouwde man heeft enige jaren een (platonische) relatie met een andere vrouw (hierna: de vriendin). In die tijd heeft de man aanmerkelijke bedragen aan de vriendin geschonken. Als zijn vrouw er achter komt, doet zij er een beroep op d
aansprakelijkheid gemeente
Onverschuldigde betaling. Rechtshandeling tot toekenning onkostenvergoedingen aan gemeenteraadslid strijdig met art. 99 Gemeentewet? Nietigheid, art. 3:40 lid 2 BW. Bezoldiging gemeenteraadsleden, art. 95 Gemeentewet. Wetenschap ongeoorloofdheid, redelijkheid en billijkheid.
Faillissementspauliana
Is betrokkene ingevolgde een met de gemeente gesloten overeenkomst een bijdrage verschuldigd in de kosten van de gemeente voor het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan? Strijd met de exploitatieverordening. Overeenkomstig. Geen onverschuldigde prestatie van de gemeen
-
-