Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakel
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:145 BW
Genoemd in 136 uitspraken · Officiële wettekst
136 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. de stichting SINT LUCAS ANDREAS ZIEKENHUIS, gevestigd te Amsterdam, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ONDERLINGE WAARB
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informa
Ambtshalve toetsing door de rechter van de informatieplichten van afd. 6.5.2B BW.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C02/070HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: FROG NAVIGATION SYSTEMS B.V., gevestigd te Utrecht, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet
Geschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van de verpande vordering met zijn tegenvordering zonder dat de pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van deb
Eindvonnis in zaak waarin aan de Hoge Raad prejudiciële vragen zijn gesteld over de overdraagbaarheid van vorderingen van een bank op een niet-bank. (beantwoord in Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1274).
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Verzekeringsrecht, regres bij dubbele verzekering. Geschil tussen verzekeraars over de vraag of de ziektekostenverzekeraar tegenover de reisverzekeraar (hulpverlening in het buitenland en repatriëring) op grond van de door beide verzekeraars in polisvoorwaarden gehanteerde ‘harde
Vordering van een bank is gecedeerd aan een niet-bank, en daarna opnieuw gecedeerd aan een niet-bank. Vraag is of de laatste cessie rechtsgeldig is, en of de vordering vervolgens rechtsgeldig is opgeëist.
Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57 lid 1 onder g en art. 7:58 lid 2 sub e BW. Verstrekken van informatie ‘geruime tijd
Derdenbeslag. De derde-beslagene is een rechtspersoon zonder werknemers die heeft verklaard niets verschuldigd te zijn aan de beslagene, die wel voor de vennootschap werkzaam is (DGA en bestuurder). De vraag is of de derde-beslagene gelet op het summiere karakter van die verklar
Executiegeschil hypotheekakte. Toetsingmaatstaf HR. Executiebevoegheid in akte aan voorwaarden verbonden. Redelijke twijfel dat aan die voorwaarden is voldaan? Belangenafweging; belang schorsing van executie weegt zwaarder.
Vordering tot herroeping van een arbitraal vonnis. gronden: bedrog, achterhouden beslissende stukken. vordering wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. speciale aandachtspunten: invloed tussentijds faillissement; toepasselijkheid verstek-regeling; belang artikel 21 Rv; positi
Overeenkomstige toepassing art. 3 EVO. Bevoegdheidsincident. Arbitrage. Is rechtbank o.g.v. art. 1022 lid 1 Rv onbevoegd omdat partijen een overeenkomst tot arbitrage hebben gesloten of omdat partijen aan een dergelijke overeenkomst zijn gebonden?
Veel procesrechtelijke perikelen. Geen gesloten systeem van incidentele vorderingen (art. 209 Rv).
Geschillen over geldleningen. Rechtsgeldigheid overdracht van de vorderingen uit de geldleningen en uitleg van de overeenkomsten. Verband met HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1274.
Art. 3:310 lid 4 en 8:1793 BW. HR 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1414. Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6120. Aanvaring van speedboot met sloep met daarin twee dodelijke slachtoffers. Stuurman van speedboot strafrechtelijk veroordeeld. Kan hij beroep doen o
Hoger beroep van gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor over mislukte investering van Ierse beleggers in Amsterdams onroerend goed. Deze beleggers hebben hun vorderingen – nadat er een vaststellingsovereenkomst was gesloten – gecedeerd aan Heredi
Incident, bevoegdheid, arbitragebeding. Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens een geldig arbitragebeding.
Antedatering verrekeningsovereenkomst? Bewijsopdracht.
Uitleg overeenkomst. Staat beding dat een overeenkomst alleen met instemming van beide partijen schriftelijk kan worden gewijzigd aan cessie in de weg? Gevolg van oproepingsverzuim bij de rechtbank.