Vordering tot terugbetaling studielening.
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:118 BW
Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst
14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
ncident internationale en relatieve onbevoegdheid. Brussel I bis-Verordening mist materiële toepassing dus commuun Nederlands bevoegdheidsrecht. EVO mist materiële toepassing dus commuun Nederlands conflictenrecht.
Internationaal bevoegdheidsincident.
Partijen houden zich bezig met de distributie en verkoop van cosmetische producten voor professionals. Eiseres meent dat gedaagde gedurende een geruime periode onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door inbreuk te maken op haar exclusieve distributierecht met betrekking tot di
Verstekzaak. Ambtshalve toetsing rechtsmacht. Invordering studiefinanciering.
Duurovereenkomst en koop mallen. IPR. Duurovereenkomst is opzegbaar zonder zwaarwegende reden en zonder opzegtermijn vanwege geringe afhankelijkheid en vrijblijvend karakter. Geen opzegging met valse reden of misbruik van opzeggingsbevoegdheid.
Kenmerkende prestatie bij vordering tot aflossing gestelde geldlening.
Bevoegdheidsincident, internationaal. Leningsovereenkomst verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt. Recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten woonplaats heeft. Woonplaats uitlener.
Erfrecht. Nietigheid testament. Was erflaatster in staat de wil te bepalen? Bewijsopdracht. Geen nietigheid op grond van artikel 4:019 BW. Omvang nalatenschap. Notariele schuldbekentenis. Rekening en verantwoording. Verstrekken van stukken.
Geschil over de bevoegheid van de rechtbank tussen een te Tholen gevestigde vennootschap en een Roemeense vennootschap. Omdat de betaling van de lening die de Nederlandse vennootschap haar verstrekt in Nederland moet plaatsvinden is de Nederlandse rechter bevoegd (EEX-Vo art. 5 l
Gemeente heeft inwoner krediet verstrekt om schuldpositie te saneren. Heeft thans woonplaats in een andere lidstaat van de EU; kan in Nederland worden opgeroepen omdat de terugbetaling hier moet worden uitgevoerd. Nederlands recht overigens als toepasselijk beschouwd.
Interregionaal privaatrecht Curaçao. Geen vertegenwoordigersbevoegdheid en schijn van vertegenwoordigersbevoegdheid onvoldoende (onderbouwd) gesteld. Vordering afgewezen.
Gelet op hetgeen Finata heeft gesteld en de door haar in het geding gebrachte kredietovereenkomst, is geen sprake van een overeenkomst als bedoeld in art. 15 lid 1 sub 1 sub a of b EEX-Vo, nu niet blijkt dat de kredietovereenkomst is gesloten in verband met de koop van een roeren
IPR, onbevoegdheid.