Berekening belastbaar inkomen uit sparen en beleggen; geen geschil meer tussen partijen
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:112 BW
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ontbinding koopovereenkomst ter zake van bitcoins. Schade als gevolg van de ontbinding.
Aan de vordering ex artikel 6:125 BW ligt de stelling ten grondslag dat de Bitcoin als ‘geld’ in de zin van Afdeling 6.1.11 BW kan worden aangemerkt. De rechtbank komt tot de conclusie dat de Bitcoin niet kan worden aangemerkt als geld in de zin van Afdeling 6.1.11 BW, maar dient
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, waaronder woning in Suriname. Deze is aan vrouw toegedeeld. Waardering van die woning moet plaatsvinden naar lokale munteenheid. Pas na toedeling van woning bij notaris dient op vordering man omrekening naar euro’s plaatsvinden.
Kort geding. Betaling factuur verrichte werkzaamheden. Beroep op nakoming, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. Tussen partijen is in geschil wie contractspartij is. Nader onderzoek nodig, leent zich niet voor kort geding.
Kan een voormalige klant van ING, met wie ING de bankrelatie heeft beëindigd, aanspraak maken op kan maken op contante betaling van het creditsaldo van € 492.761,98?
Bank niet verplicht om resterende saldo van € 492.761,98 cash uit te betalen aan voormalig cliënt na beëindiging van de bankrelatie
Dwaling. Koop oude Chinese kom. Betaling in bitcoin. Gevolgen vernietiging. Waardedaling bitcoin. Aanvullende schadevergoeding?
Betaling verzekeringspremie contant of giraal. Principiële bezwaren tegen girale betaling verzekeringsnemer. Contractuele uitsluiting contante betaling in polisvoorwaarden. Geen onredelijke bezwarend beding.
Valuta van de vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr. Moeten de vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel worden toegewezen in wettig Nederlands betaalmiddel of in de valuta die is gevorderd door de benadeelde partij (i.c. Brit
Aannemer verbouwt in opdracht van derde een pand van de eigenaar. Is deze ongerechtvaardigd verrijkt en is de verrijking verminderd door betalingen van de eigenaar aan de derde? De omvang van de verrijking wordt in dit geval gesteld op de bespaarde bouwkosten.
Gevolgen opschorting voor de opeisbaarheid van de vordering.
Afstorting van contant geld bij de bank via afstortenvelop(pen) in de automaat. De afstorting vond plaats op de dag vóór het faillissement (van de stichting die afstort), na 12:00 uur. Algemene voorwaarden bepalen dat afstortingen na 12:00 uur gelden als stortingen op de eerstvol
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Verordeningen 1103/97 en 974/98 EG.
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Geen strijd met Europees Gemeenschapsrecht.
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
Indien ervan zou moeten worden uitgegaan dat de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders tot het stellen van de gewraakte betalingswijze niet berust op artikel 257 van de Gemeentewet in verbinding met artikel 1a van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen,
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Meer in het bijzonder spitst het geschil zich toe op de vraag of de gemeente Apeldoorn is gerechtigd de wijze waarop de parkeerbelasting dient te worden voldaan
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de onderhavige naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Meer in het bijzonder spitst het geschil zich toe op de vraag of de gemeente Nijmegen is gerechtigd de wijze waarop de parkeerbelasting dient te word
-