Verbintenissenrecht. Opdracht (bemiddeling). Reikwijdte mededelingsplicht art. 7:418 BW. Toepassing kansschadeleer. Wijze van begroting kansschade miskend? Stelplicht en bewijslast ter zake van condicio sine qua non-verband. Schending verbod van reformatio in peius? Grenzen recht
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:111 BW
Genoemd in 25 uitspraken · Officiële wettekst
25 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belanghebbende is directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van een BV. Hij is ook de enige werknemer van deze BV. Het tussen de BV en belanghebbende overeengekomen (bruto)loon bedroeg in de jaren 2006 tot en met 2010 € 99.000. De BV heeft een daarmee corresponderend nettoloon
Vervolg van HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1683 en Hof Amsterdam 6 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2125. Schadebegroting. Peildatum. Wettelijke rente. Schatting van de schade.
Koerswijzigingsschade; art. 6:125 BW; relevante valuta; schadebegroting; abstractie bij schadevaststelling.
19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/020HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie,
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid voor schade door optreden als adviseur bij investering. Vaststelling van de omvang van de schade. Eigen schuld en voordeelstoerekening.
Geschil tussen curator van een gefailleerde scheepswerf en de verfleverancier van de werf over de eigendom van een jacht, dat door de werf vlak voor het faillissement is verkocht aan de leverancier in verband met achterstallige betalingen. Bevestigende beantwoording van de vraag
19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/020HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie,
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, waaronder woning in Suriname. Deze is aan vrouw toegedeeld. Waardering van die woning moet plaatsvinden naar lokale munteenheid. Pas na toedeling van woning bij notaris dient op vordering man omrekening naar euro’s plaatsvinden.
Afwijzing vordering verklaring voor recht dat aanvrager faillissement onrechtmatig heeft gehandeld of misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt.
Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 4 juli 2023, waarbij het verzoek van verweerders om appellante in staat van faillissement te verklaren is toegewezen, bekrachtigd. Appellante verkeert in de toestand van de hebben opgehouden te beta
Civiel. Tussenvonnis. Verdeling eenvoudige gemeenschap van registergoederen tussen informeel samenlevenden. Verwijzing naar rolzitting voor nemen van akte(n).
Personen- en familierecht; partneralimentatie; alimentatieplichtige in Australië; huwelijksvermogensrecht; depot bij Engelse advocaat; pensioenverevening naar Engels recht
Huurschuld bedrijfsruimte. Ontbinding en ontruiming gevorderd. Gedaagde beroept zich op ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1881 en stelt dat daarin is goedgevonden dat op louter boekhoudkundige wijze wordt betaald. Biedt op die wijze betaling aan voor de gehele huurachterstand en de resterende
Vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking. Geen correctie nominaal verschuldigde bedrag.
De partijen zijn erover verdeeld of zij (volledige) wilsovereenstemming hebben bereikt over de afwikkeling van de koopovereenkomst en de nadelilge gevolgen voor gedaagde van de onvolkomenheden aan (een deel van) de agenda's op de door eiseres geschetste voorwaarden. Vorderingen (
Geschil over de uitleg van een bepaling - betaling van een huwelijksgift - in een tussen partijen onder Iraans recht opgemaakte huwelijksakte (81 RO).
Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter op grond van artikel 2:110 jo. 111 BW haar te machtigen tot het (vervroegd) bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders. Op de vergadering wenst zij eveneens twee door haar geformuleerde punten geagendeerd te zien. Het
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Geen strijd met Europees Gemeenschapsrecht.
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Verordeningen 1103/97 en 974/98 EG.
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake
-