Overschrijding redelijke termijn (ORT). Art. 6 EVRM. Art. 13 EVRM. Stelplicht ter zake van immateriële schade bij schadevordering wegens ORT. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360. Dient vordering wegens ORT in civiele procedure te worden ingesteld in een afzonderlijke proce
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:81 BW
Genoemd in 48 uitspraken · Officiële wettekst
48 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Art. 6 EVRM. Objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van rechter die met partijdeskundige van een van partijen deel uitmaakt van de pachtkamer?
De uitoefening van de erfdienstbaarheid is onmogelijk geworden door de aanleg van een nevengeul. Vordering tot wijzing van de erfdienstbaarheid ingesteld door het Waterschap en de eigenaar van het dienende erf. Het heersende erf wordt lopende het hoger beroep verkocht. Belang van
Opheffing/wijziging erfdienstbaarheid. Wegens wijziging inrichting heersend erf en verzwaring uitoefening onvoorziene omstandigheden aanwezig die wijziging rechtvaardigen.
Erfdienstbaarheid van weg. Vraag of gewijzigde omstandigheden bij het heersende erf, waaronder toegang tot een naastgelegen perceel, tot opheffing/wijziging van de erfdienstbaarheid of tot maatregelen inzake het gebruik ervan moeten leiden.
Overschrijding redelijke termijn (ORT). Art. 6 EVRM. Art. 13 EVRM. Stelplicht ter zake van immateriële schade bij schadevordering wegens ORT. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360. Dient vordering wegens ORT in civiele procedure te worden ingesteld in een afzonderlijke proce
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerster], gevest
Geschil over opheffing erfdienstbaarheden van weg in een centrumgebied in Plaats. Gedaagde is eigenaar van een perceel; eiser (de Gemeente) is (inmiddels) eigenaar van de naastgelegen percelen. De erfdienstbaarheden zijn ten gunste van gedaagde gevestigd op een perceel van de Gem
Goederenrecht. Erfdienstbaarheid. Opheffing door rechter (art. 5:79 BW); ontbreekt redelijk belang bij uitoefening erfdienstbaarheid? Motivering dat sprake is van erfdienstbaarheid; onverenigbaarheid tussen de overwegingen in de uitspraak van het hof en het dictum?
Burenrecht. 5:79 BW. Opheffing erfdienstbaarheid. Redelijk belang bij handhaving erfdienstbaarheid. Voorwaarde verbonden aan opheffing van de erfdienstbaarheid.
Erfdienstbaarheid. Opheffing wegens ontbreken van redelijk belang (art. 5:79 BW). Aard van die maatstaf en verhouding tot misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Hernieuwd onderzoek naar de totstandkomingsgeschiedenis van art. 5:79 BW en andere onderdelen van titel 6 van Boek 5
Geschil over bestaan erfdienstbaarheid of buurweg. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Art. 5:81 BW
Geschil erfdienstbaarheden van weg. Opheffing, verlegging of wijziging afgewezen. Onder Oud BW geen verkrijging door verjaring wegens ontbreken bezit. Ook daarna geen ondubbelzinnig bezit.
Erfdienstbaarheid; wijziging wegens algemeen belang (art. 5:78 sub b BW); wijzigingsvonnis uitvoerbaar bij voorraad; tijdstip wijziging; overdracht heersend erf hangende hoger beroep; ontvankelijkheid oorspronkelijk eigenaar; grenzen rechtsstrijd; schadeloosstelling (art. 5:81 BW
vordering tot opheffing erfdienstbaarheden. Zijn erfdienstbaarheden naar oud recht door vermenging teniet gegaan en daarna herleefd? Zijn na de vermenging opnieuw identieke erfdienstbaarheden gevestigd? Uitleg akte.
erfdienstbaarheid gevestigd in akte uit 1896, gevestigd tbv gebruik beerput en Nortonwel, beerput en Nortonwel zijn er niet meer, geen redelijk belang meer bij uitoefening, opheffing, 5:73 BW, 5:79 BW
Wijziging erfdienstbaarheid onder voorwaarden i.v.m. herontwikkeling dienende erf. Schadeloosstelling in de vorm van gestand doen van het aanbod tot bouw van nieuwe garage, omdat oude garagebox door wijziging niet langer bereikbaar is.
Opheffen erfdienstbaarheid i.v.m. ontbreken voldoende belang (art. 5:79 BW) toegewezen, maar onder voorwaarde dat aan huidig rechthebbende een vergoeding wordt betaald. Voorstel voor vragen aan te benoemen deskundige.
opheffing erfdienstbaarheid; verkrijging van erfdienstbaarheid door verjaring; bezit erfdienstbaarheid .
Erfdienstbaarheid, recht op overpad. Tussen partijen bestaan ernstige conflicten over de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de erfdienstbaarheid. Geen onvoorziene omstandigheden. Tijdelijke opheffing erfdienstbaarheid indien daartegenover een vergoeding wordt betaald.
Burenrecht. Opheffing erfdienstbaarheid na belangenafweging. Schadevergoeding voor eigenaar van heersend erf.
Eiser heeft gesteld dat hij belang heeft bij opheffing van de erfdienstbaarheid omdat hij zijn woongenot wil vergroten, ten eerste door zijn piepkleine keuken uit te breiden, ten tweede door meer privacy in zijn tuin te verkrijgen. Zonder opheffing van de erfdienstbaarheid is dat
Aangezien gevestigde erfdienstbaarheden in beginsel naar hun aard bestemd zijn om lange tijd te bestaan, kan onverkorte handhaving daarvan in bepaalde gevallen tot grote onbillijkheid aanleiding geven. Om die reden kan, onder meer wanneer de eigenaar van het heersende erf "geen r
Burengeschil over een erfdienstbaarheid. Onduidelijkheid in de akte. Na getuigenverhoor beslist de rechtbank dat er sprake is van een erfdienstbaarheid, ontstaan via verkrijgende verjaring. Het subisidiair door eiseres gedane verzoek tot opheffing van die erfdienstbaarheid wordt
Art. 5:79 BW jo art. 3:13 BW. Opheffing erfdienstbaarheid ivm misbruik van recht. Belangenafweging. Uitvoerbaar bij voorraad. Geen medewerking vereist voor opheffing ivm mogelijkheid inschrijven vonnis 3:17 lid 1e.