Onteigening. Schadeloosstelling vanwege vervallen erfdienstbaarheid heersende erven. Procedure na verwijzing door Hoge Raad (28 maart 2014, ECLI:HR:2014:736, beoordelingsmaatstaf 5:79 bij artikel 44 Ow)
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:79 BW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Opheffing erfdienstbaarheid. Belangenafweging.
Erfdienstbaarheid. Procesrecht. Falende klacht dat door het hof aan beslissing ten grondslag gelegde akte door rolraadsheer was geweigerd; gebrek aan feitelijke grondslag. Slagende motiveringsklacht. (Samenhang met 13/03768)
Erfdienstbaarheid. Procesrecht. Slagende klacht dat door het hof aan beslissing ten grondslag gelegde akte door rolraadsheer was geweigerd. Slagende motiveringsklacht. (Samenhang met 13/03767)
Opheffen erfdienstbaarheid i.v.m. ontbreken voldoende belang (art. 5:79 BW) toegewezen, maar onder voorwaarde dat aan huidig rechthebbende een vergoeding wordt betaald. Voorstel voor vragen aan te benoemen deskundige.
Erfdienstbaarheid. Opheffing. Van onmogelijkheid tot uitoefening van de erfdienstbaarheid is geen sprake. Nu geen redelijk alternatief voorhanden is, is er een redelijk belang bij handhaving van de bestaande erfdienstbaarheid. Bij de afweging van belangen geldt een strenge maatst
Erfdienstbaarheid bestaande in een bouwverbod en een bouwbeperking. Is de erfdienstbaarheid vervallen? Belang bij uitoefening. Verjaring. 5:79 BW.
Conventie: naleving erfdienstbaarheid (overpad) Reconventie: opheffing van deze erfdienstbaarheid. Omdat er - anders dan ten tijde van vestiging van de erfdienstbaarheid - een uitweg over de openbare weg is, terwijl bij naleving van het pad gebruikt zal worden door gebruike
opheffing erfdienstbaarheid; verkrijging van erfdienstbaarheid door verjaring; bezit erfdienstbaarheid .
Erfdienstbaarheid, recht op overpad. Tussen partijen bestaan ernstige conflicten over de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de erfdienstbaarheid. Geen onvoorziene omstandigheden. Tijdelijke opheffing erfdienstbaarheid indien daartegenover een vergoeding wordt betaald.
Erfdienstbaarheid, geen redelijk belang, opheffing.
Burenrecht. Opheffing erfdienstbaarheid na belangenafweging. Schadevergoeding voor eigenaar van heersend erf.
Eiser heeft gesteld dat hij belang heeft bij opheffing van de erfdienstbaarheid omdat hij zijn woongenot wil vergroten, ten eerste door zijn piepkleine keuken uit te breiden, ten tweede door meer privacy in zijn tuin te verkrijgen. Zonder opheffing van de erfdienstbaarheid is dat
Aangezien gevestigde erfdienstbaarheden in beginsel naar hun aard bestemd zijn om lange tijd te bestaan, kan onverkorte handhaving daarvan in bepaalde gevallen tot grote onbillijkheid aanleiding geven. Om die reden kan, onder meer wanneer de eigenaar van het heersende erf "geen r
Burengeschil over een erfdienstbaarheid. Onduidelijkheid in de akte. Na getuigenverhoor beslist de rechtbank dat er sprake is van een erfdienstbaarheid, ontstaan via verkrijgende verjaring. Het subisidiair door eiseres gedane verzoek tot opheffing van die erfdienstbaarheid wordt
Opheffing erfdienstbaarheid. Processueel gecompliceerde zaak over een erfdienstbaarheid tot gebruik van een steeg waarbij het heersend erf in appartementsrechten is gesplitst. Niet huisnummer maar het kadastrale perceel is bepalend voor wat het heersend erf is. Vervolg op ECLI:NL
Partijen zijn de eigenaren van naast elkaar gelegen woningen. De achtertuin van de woning van gedaagde grenst aan de zijgevel van de woning van eiseres. Gedaagde heeft een schuttingpaneel geplaatst voor het raam op de begane grond in deze zijgevel. Eiseres vordert dat gedaagde da
Tussenvonnis. Geschil over het bestaan en de omvang/reikwijdte van een erfdienstbaarheid van weg. De rechtbank stelt nadere vragen.
Erfdienstbaarheid. Geschil over uitleg van een recht van erfdienstbaarheid van weg. Verhouding recht om erf af te sluiten en uitoefening erfdienstbaarheid. Opheffing/wijziging erfdienstbaarheid. Wetsartikelen: 5:48, 5:73 lid 1, 5:78 en 5:79 BW.
Vordering tot opheffing van erfdienstbaarheid van uitweg afgewezen. In reconventie gevorderde verklaring voor recht dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan tot het hebben van leidingen eveneens afgewezen.
Geen grond voor opheffing erfdienstbaarheid van uitweg. De uitoefening van de erfdienstbaarheid is niet permanent onmogelijk geworden. Ook is niet vast komen te staan dat gedaagde geen belang meer heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid. Evenmin is sprake van misbruik v
Burengeschil over uitleg en uitvoering erfdienstbaarheden en het gebruik van camera's
Burengeschil. Geen grond voor opheffing van de erfdienstbaarheid van weg. Vorderingen over het gebruik van een deel van het perceel zijn niet toewijsbaar, omdat onvoldoende duidelijk is om welk stuk grond het gaat.
Art. 5:79 BW jo art. 3:13 BW. Opheffing erfdienstbaarheid ivm misbruik van recht. Belangenafweging. Uitvoerbaar bij voorraad. Geen medewerking vereist voor opheffing ivm mogelijkheid inschrijven vonnis 3:17 lid 1e.
Uitleg erfdienstbaarheid van weg (art. 5:73 lid 1 BW). Geen verlegging of opheffing (art. 5:73 lid 2, 5:78 en 5:79 BW). Onderhoud. Erfdienstbaarheid overbouw. Ladderrecht. Niet gebleken van inbezitneming; noodzaak nieuwe kadastrale meting. Overige geschilpunten: snoeien boom, geb